Engigheid

Laatst trapte een tijdelijke collega ongemeen hard en totaal onnodig op de multi-linguale ziel van de piot.

Die namiddag is het gezellig druk op het callcenter van het vaccinatiecentrum. Het einde van de shift nadert en een collegaatje is reeds ruim een half uur aan de lijn met een aangespoelde Franstalige. De dame in kwestie kan maar niet begrijpen dat we haar voorlopig niet kunnen verder helpen en dat we ten gepaste tijde contact zullen opnemen voor de volgende, aansluitende inenting. 

Teneinde raad gooit Het Keepertje de bal naar mij: “Ik versta wel Frans maar spreek het niet zo goed als jij. Leg jij maar uit aan mevrouw wat wel en niet kan. Mij lukt het niet.

Zoals het een goede patriot en piot betaamt, neem ik het gesprek over. Een kwartiertje en een vette belofte later is het gesprek afgerond. Tot ieders voldoening, behalve van de derde persoon in het zaaltje. Totaal onverwacht en onaangekondigd gooit zij op eruptieve wijze haar mening voor onze voeten: “Eigenlijk mogen wij geen Frans spreken. En dat doe ik dan ook niet. Als ze naar hier kunnen komen om te wonen en te werken, om commercie te doen, dan moeten ze maar Vlaams leren. Als ambtenaar mogen wij enkel Vlaams spreken. We zijn geen faciliteitengemeente.

De forse uitval doet me schrikken. Het standpunt stuit me ongenadig tegen de borst en geselt mijn diepste overtuigingen. Dat het aanspreken van den medemensch in een zogenaamde regiovreemde taal onweerlegbaar een troef is bij het vermijden van allerlei communicatiestoornissen en andere vervelende misverstanden, is daarbij het laatste van mijn zorgen.

Een al dan niet toevallige gesprekspartner in zijn eigen taal aanspreken (of toch elke poging daartoe) is op de eerste plaats een teken van respect. Het is een vorm van achting voor diens aard en cultuur, vind ik. Het is simpelweg een essentiële en elementaire vorm van beleefdheid. Let wel: die houding is niet helemaal zonder eigenbelang. Hoe voorkomend het ook mag zijn, meermaals mocht ik ervaren dat een anderstalige zich opent bij het aanhoren van woorden, uitdrukkingen en zinnen uit zijn of haar moedertaal. En vaak ligt daarbij een streepje eigenbaat zo voor het grijpen. (Voor zij die van anekdotes houden: een welgemeende “As-salamu alaykum” leverde mij ooit 15 procent korting op in Starbucks…)

Bovendien houd ik van taal, in alle vormen en wijzen. Het is mijn felle overtuiging dat het aanleren van een andere tong en de bijhorende cultuur, een wezenlijke verrijking van de eigen beschaving is. Elke poging om een andere taal eigen te maken, is werken aan je eigen persoonlijkheid. Het is een streven uit te groeien tot een beter en prachtiger mens en wereldburger, een schonere versie van jezelf. In die optiek is het voor mij tot op vandaag een pijnlijke frustratie dat ik de Iberische taal maar niet onder de knie krijg.

Al die gedachten en principes tuimelen over elkaar door mijn hoofd na het aanhoren van het exposé van het tijdelijke collegaatje met stevige wortels in de lokale ambtenarij. Het duurt even voor mijn brein een passend antwoord produceert. Helaas is tegen dan de dame reeds verdwenen in de lift. “Spijtig,” denkt ik, hoewel ik ergens besef dat mijn initieel antwoord mits wat bijschaven zoveel spitser en doeltreffender kan zijn.

Wat rest is de wetenschap dat ik een snellere repliek achter de hand bij een volgende confrontatie met zoveel engigheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.