Lastig

Laatst mocht de piot van het vileine virus proeven.

Een handvol dagen vroeger dan oorspronkelijk gepland trek ik naar de Provence. De dood van De Tuinman voegt onverwacht enkele dagen toe aan mijn verblijf. Nog voor mijn aankomst, ergens tussen Marne-la-Vallée en Lyon-Saint-Exupéry, verklapt een WhatsApp dat Corona andermaal mijn schoondochter Mel te pakken heeft. Met een fijn streepje ongerustheid denk ik aan de fles cava die we het vorig weekend samen hebben gedeeld, maar al snel veroveren andere gedachten mijn hoofd.

De volgende dag staat enkel de begrafenis in de namiddag op de agenda, dus hebben Faffy en ikzelf ’s ochtends alle tijd voor een rustige jogging doorheen de omliggende velden. Na de lunch gaat het met de fiets richting aangrenzend dorp voor de uitvaart. Na het trieste event trekken we ons terug in het huisje, met enkel Netflix om onze zinnen te verzetten.

In de loop van de avond overvalt mij een merkwaardig gevoel. Uit het niks legt een broeierige vermoeidheid een luizig deken over mijn hoofd. Dat gevoel ken ik maar al te goed: ik heb koorts. Met een bang voorgevoel wens ik Faffy een goede nacht en zoek zo snel als mogelijk mijn bed op.

Midden in de nacht schiet ik wakker. Ditmaal is de boosdoener helaas niet een heftige plasdrang, was het maar dat: ik baad onbehaaglijk in klam koortszweet. Rillend richt ik mij op en haal een extra deken uit de commode naast het bed. Dat kost mij ongewoon veel moeite. Alle spieren in mijn lichaam, van mijn rug tot in mijn pinkjes toe, kreunen onder een zinderende stramheid. Met een tegenwoordigheid van geest waarop ik achteraf gezien fier ben, pluk ik vervolgens zuchtend en steunend een t-shirt uit de kleerkast en trek het aan. Met een alleszeggende plof val ik opnieuw op bed en kruip tussen de lakens, letterlijk en figuurlijk.

Onrustig dommel ik richting ochtend. Wanneer keukengeluiden verraden dat Faffy wakker is, sleep ik mezelf uit bed en schuifel naar de badkamer. Onderweg roep ik haar toe: “Ik ben ziek. Ik blijf vandaag in bed.” Na een kattenwasje gaat het opnieuw richting slaapkamer. De rest van de dag hou ik op bed een estafette tussen slapen en waken, soezen en dagdromen. De doffe hoofdpijn onderdruk ik met zuinige dosissen ibuprofen. Ondertussen kunnen de blaffeturen voor het slaapkamervenster niet verhullen dat het prachtig Provençaals lenteweer is.

Plotseling schiet ik wakker uit een koortsige droom. Buiten overheerst duisternis en de klok verklaart waarom het zo stil is in huis en op straat. Zuchtend trek ik een vers t-shirt aan. Ik draai me om en val opnieuw in slaap.

De volgende morgen ruik ik de klamheid van de lakens. Nog steeds bijzonder stram sta ik moeizaam op, verzamel het beddengoed en leg het textiel in de tussenkeuken voor de wasmachine. Faffy geniet van de ochtendzon op het terras. “Ik ga een douche nemen,” roep ik haar toe, “Kan je verse lakens klaarleggen?” Wanneer ik uit de badkamer komt, ligt een stapeltje textiel voor de deur van de slaapkamer. Nadat ik het bed heb opgemaakt, slaat de vermoeidheid meedogenloos toe. Geeuwend en met dichtvallende oogleden kruip ik opnieuw tussen de lakens. De routine van de vorige dag herhaalt zich, alleen de koorts is verdwenen.

Nog een etmaal later voel ik mij sterk genoeg om ontbijt op terras te nemen. Met elke beet van mijn croissant voel ik mijn energiepeil stijgen. Al snel besluit ik om te klussen, voor zover dat zal gaan. Het lukt wonderwel, zij het zeer rustig en heel traag. Tegen het moment dat ik normaal het aperitief neem, ben ik doodmoe, en schuif ik alle openstaande karweitjes van mij af. Na een stukje stokbrood met wat kaas neem ik het zekere voor het onzekere: “Ik ga eventjes op bed rusten.” Drie uur later schiet ik wakker. De avond heeft reeds de eerste strepen duisternis op het Provençaals azuur gedrapeerd. 

De volgende dagen verlopen volgens een gelijkaardig scenario: in de voormiddag licht handwerk, de gehele namiddag uitpuffen en ’s avonds doodmoe in bed kruipen, twee weken lang. Terug in België vermoedt de huisdokter dat ik Corona mij te pakken had, hoewel dat nu niet meer te achterhalen is. De latente vermoeidheid blijft, ironisch tot na mijn deelname aan “Damme-Brugge-Damme” (10km in 1:02:35.492, ondanks de door koorts en virus verziekte voorbereiding). Sindsdien gaat het weer beter, dank je wel.

Moraal van het verhaal: de volgende keer (die er hopelijk nooit komt) stuur ik Faffy naar de apotheek om een “Autotest Covid“. Dat biedt zekerheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.