Laatst ontblootte Mijn Groote Liefde ongewild een van haar meest intieme geheimen.
Menig aficionado is het ondertussen behoorlijk beu gehoord (en dat valt te begrijpen). Mijn Groote Liefde en de piot durven al eens de loopschoenen aantrekken. En zo zij samen enig Olympisch ideaal betrachten, leidt dit keer op keer tot schier kolderieke toestanden. Een andere omschrijving is nauwelijks te bedenken voor het beeld van een amechtige waterbuffel (de piot) die in het spoor van een dartele hinde (Mijn Groote Liefde) probeert te blijven. En zo hij toch niet van haar schaduw kan genieten, doet hij zijn stinkende best om bijvoorbeeld bij een georganiseerd evenement binnen hetzelfde etmaal de gekozen loopafstand te overbruggen. Dit alles is geen geheim, het is een gekend feit.
Die avond leidt een gezamenlijke jogging van de Via Prosperità niet onverwacht tot hetzelfde tafereel. Na de werkdag aanvaardt de piot tegen beter weten in het appetijtelijk verpakte voorstel van Mijn Groote Liefde om zich samen te verliezen in “een stukje lopen“. Zoals steeds ligt het parcours reeds vast, want zij heeft iets in gedachten.
Van bij aanvang heeft de piot een stevige déjà-vu. Verslag uitbrengend van haar wedervaren in de Factorij rijgt Mijn Groote Liefde de sierlijke volzinnen met talrijke zijsprongetjes vlotjes aan elkaar, terwijl de replieken van de piot zich beperken tot het moeizaam uitstoten van lettergrepen die mits enig linguïstisch puzzelwerk perfect te begrijpen zijn.
Op een gegeven ogenblik laat de piot zich – niet geheel vrijwillig – eventjes uitzakken en gaat binnen grijpafstand achter Mijn Groote Liefde strompelen. In de rust van het moment valt het de sukkelaar op dat een vreemde echo haar lichtvoetige looppassen begeleidt. Elke stap komt met een ploffend bijgeluid. Het duurt even voor de piot dit fenomeen doorgrondt. Het moet gezegd dat vooral een delicate edoch smeuïge geur hem op het juiste spoor zet. Verspreid over een handvol ademstoten stelt hij Mijn Groote Liefde een evenzeer gedurfde als pertinente vraag: “Laat gij protjes onder het lopen?” De atlete giechelt: “Ja! Ik kan dat niet tegen houden.“
De piot overpeinst of dit altijd zou is, maar durft die kwestie niet aan te halen. In afwachting van spontaan gebrachte duidelijkheid van haar kant, kan hij enkel genieten van de vlotheid en het tempo waarmee Mijn Groote Liefde stap na stap de hectometers tot kilometers vermaalt. Plotseling heeft Mijn Groote Liefde schijnbaar een hoogst importante annonce: “Ik geloof dat ik iets voel duwen. Laat ons hopen dat we op tijd thuis zijn.” Mede door de geleverde inspanningen duurt het even voordat de piot doorheeft wat deze proclamatie inhoudt. Stellig houdt het verband met haar eerdere en evenzeer verrassende bekentenis.
Kort daarop merkt de piot subtiele nuances in de loopstijl van Mijn Groote Liefde. Een lichte verkramping sluipt in haar dijen, totdat zij gesmoord uitroept: “Te laat!” Meteen is elke stuiptrekking verdwenen en schakelt Mijn Groote Liefde terug over een op hoogst soepele tred. De piot begrijpt er niks van. Hij kan enkel constateren dat zijn gezellin als een goed gesmeerde gazelle over de Dolomiet-gravel zweeft. De snelheid gaat met een paar streepjes ophoog en hij volgt node.
Zonder enige waarschuwing houdt Mijn Groote Liefde plots halt en duikt het stuikgewas in. De piot ziet nog net hoe zij in één vloeiende beweging de looplegging naar beneden trekt en neerhurkt. Zedig wendt hij het hoofd en filosofeert over het gebeuren. Een handvol tellen later komt een duidelijk opgeluchte Mijn Groote Liefde weer tevoorschijn. “Kom,” gebiedt zij, “We gaan naar huis.” Heel vlot en soepel haspelt zijn de rest van de jogging af.
Het duurt tot de spreekwoordelijk verkwikkende douche voor de piot het licht ziet. Het superieur atletisch vermogen van Mijn Groote Liefde vindt zijn oorsprong in een soort biologische doping. Althans: dat is zijn vermetel vermoeden. Later die avond doet Mijn Groote Liefde desgevraagd erg lacherig over het voorval, maar tegen dan weet de piot het wel heel zeker. De protjes geven haar een extra steuntje in de rug, en haar bij wijlen superieur soepele tred is te danken aan extra smeersel.
Dat laatste verklaart meteen ook waarom de piot wel haar gehele garderobe in de wasmachine mag stoppen, maar nooit of te nimmer haar loopgerei.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.