Laatst ging de gezinswagen van de Via Prosperità figuurlijk op de weegschaal.
Naast de Milwaukee Vibrators herbergt de Via Prosperità ook nog ander gemotoriseerd geweld, met name Het Zwarte Monster, een Skoda Fabia geboren ergens begin 2009. Zoals dat wettelijk hoort en veiligheidshalve aangeraden is, begeleidt de piot het voertuig elke lente met frisse moed naar de autokeuring. In pre-Corona-tijden was dit vaak een vreselijke aanslag op zijn geduld en nog erger: een zware belasting op zijn in beginsel schaarse vrije tijd. De invoering van reserveren op nummerplaat maakt aan dat alles een einde. Samen met gelijkaardige systemen elders, meer respect voor de persoonlijke ruimte in winkels en warenhuizen, en nog een handvol andere genoeglijke situaties, is dat alvast een van de meer genegen gevolgen van de Covid-pandemie.
Zoals zijn aard dat oplegt is de piot een klein uurwerkblokje voor het digitaal geboekstaafde tijdstip op de afspraak. Dat hij nog wat moet wachten, vindt hij helemaal niet erg. Het raampje gaat naar beneden en de radio verstrooit licht klassieke muziek. Het aanvankelijke leedvermaak bij het zien van een meer dan honderd meter lange dubbele rij wachtende wagens in de parallelweg voor de controles zonder afspraak, verwelkt langzaam tot matig medeleven.
Plots kantelt de sectionale poort open. Een eerder stuurs kijkende oudere man met een klembord in de hand verifieert de nummerplaat van Het Zwarte Monster en wenkt vervolgens naar de piot. Voorzichtig stuurt die ervaringsdeskundige zijn wagen tot aan de lijn van de koplamptester.
De controleur komt naast het openstaande raam staan: “Papieren! Kilometerstand?”
De piot schrikt lichtjes, reikt de aflopende groene kaart, het verzekeringsbewijs en het gelijkvormigheidattest aan en zegt trots: “Tweehonderdenvijfduizend vierhonderdveertig kilometer.”
“Watte?!” blaft de man en neigt zo diep door het raam dat hij voor het gezicht van de piot zelf de hodo-meter kan aflezen. Grommend komt hij terug recht, gritst de boorddocumenten uit de handen van de piot en noteert schijnbaar de kilometerstand op het oude keuringsdocument.
Na het testen van de koplampen verlaat de piot naar gewoonte zijn voertuig. De controleur neemt plaats in de bestuurderszetel en begint aan alle denkbare en zichtbare knopjes en handels te frunniken. Bij het uitstappen klinkt het dreigend: “Je sproeiers werken niet! Doe die capeau open!!”
Gewoon om bevelen op te volgen opent de piot snel de motorkap. Het eerste wat hij ziet is dat het klepje van het sproeierreservoir open staat en dat alle vloeistof verdwenen is. Dat alles zin de man duidelijk niet. “Wa’ is da’ ‘ier?! Ge zijt nie’ in orde!” moppert hij luidop en verdwijnt in de coulissen.
Even later keert hij terug met een kannetje water. Nadat hij het reservoir wat bijgevuld heeft, test hij de ruitensproeiers en ze werken. De motorkap klapt weer dicht en de man zet zijn inspectie verder. Hij opent alle deuren en gooit ze vervolgens hard weer dicht. Terug bij de chauffeurszijde stelt hij vast dat alle deuren op slot zijn gesprongen terwijl de sleutels nog op het stopcontact steken.
“Je deur is kapot!” toetert hij naar de piot die op afstand toekijkt. Die laatste protesteert: “Dat kan niet. Dat is nog nooit gebeurd. Wat heb je gedaan? Op welke knoppen heb je geduwd?” Onmiddellijk voelt de sukkelaar dat zijn vraagstelling de verkeerde richting uit gaat. “Niks. Ik heb niks gedaan,” bijt de man. “Ik heb alleen het water voor je sproeiers bijgevuld.“
Gelukkig staat het raam aan de bestuurderskant open en is het probleem in een handomdraai opgelost. De piot besluit de zaak blauw-blauw te laten en zet een paar stappen achteruit, terwijl Het Zwarte Monster de gevreesde en obligate rem- en veringtesten ondergaat. Grommend komt de controleur uit de wagen, overhandigt de papieren aan een jongere collega en beent weg, weg uit de garage. Na een zuinige en neutrale begroeting piloteert de volgende examinator de Fabia op de brug voor een inspectie van ophanging, remleidingen en uitlaat.
Niet zoveel later laat de man de brug weer zakken, neemt de remblokkering weg en knikt naar de piot: “’t Is in orde. Rij maar door naar de kassa.” Die boodschap bevat evenwel een klein leugentje: wat later leest de piot op de groene (!) keuringspapieren dat de uitlaat en knaldemper toch niet helemaal OK zijn. Dat laatste kan de vreugde niet temperen. De feiten zijn wat ze zijn: met een paar slagen om de arm is Het Zwarte Monster goedgekeurd voor nog maar eens een jaar dienst.
De onnodige nukkige strapatsen van een schijnbaar diep ongelukkig heerschap zijn daarbij slechts een spijtige nietigheid in de marge.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.