Het pietje van Ken

Laatst schaamde Mijn Groote Liefde zich andermaal om de piot.

De Via Properità gaat niet zo frequent naar de bioscoop. Het is altijd een hele cinema. Nochtans houdt de piot erg van de sfeer die zo’n gebouw doorgaans uitstraalt. Bij kleinere filmtheaters lijkt het oude Hollywood te herleven terwijl grotere, modernere zaalcomplexen onverminderd klatergoud beloven. Zowel bij de ene als bij de andere geeft de filmprojectie (digitaal of analoog) een extra dimensie aan het verhaal, waarbij het surroundgeluid de beklijvende saus op het geheel is. Al bij al een beleving die de huiskamer niet kan bieden. Tot groot verdriet van de piot – daarin bijgestaan door Mijn Groote Liefde – vervolledigt veel vaker dan hen lief is, een derde dimensie de theater-ervaring: de heftig geparfumeerde geur van chips, nacho’s en popcorn, niet zelden geserveerd in gigantische bekers of recipiënten. Om van de bijhorende onsmakelijke en dus storende eetgeluiden nog te zwijgen. Als toetje getuigt het tapijt wat waar verorberd is.

Die ervaring tempert maar dooft niet het regelmatig verlangen van de piot om belangrijke filmreleases in een bioscoop te ondergaan. Zo ook nu weer, met de komst van “Barbie” en “Oppenheimer“. Uiteindelijk valt de keuze op de prent die een overdosis roze belooft. De aanstekelijk grappige trailers en een Margot Robbie in de hoofdrol, zijn twee heel belangrijke, edoch niet de enige doorslaggevende drijfveren. Het feit dat de “pastelkleurbom” als eerste verscheen op de radar van de piot, is al even important.

Bij het betreden van het bioscoopcomplex is de Via Prosperità getuige van een curieus fenomeen. Een heleboel dames, heren en meisjes (geen jongens) etaleren een gedurfde kledingkeuze. Nooit eerder zagen Mijn Groote Liefde en de piot zoveel verschillende tinten roze op zo’n breed assortiment kledij. De aanblik is zo kitscherig dat het grappig is. Eenmaal in de zaal valt er niet meer naast te kijken: het is een gimmick van de Barbie-kijkers.

De piot heeft geluk. “Barbie, The Movie” grijpt hem van bij de eerste sequentie bij de lurven, met de beste persiflage op de al even legendarisch als klassieke openingsscène van “2001: A Space Odyssey” van Stanley Kubrick. Het gedurfd begin is de opening van een knettergek en prettig gestoord verhaal dat zich moeiteloos uitstrekt tot aan de hilarische uitsmijter. Daartussen davert een feest van waanzinnige woordspelingen, fantastische filmreferenties en doldwaze situaties, afwerkt met rake tot vlijmscherpe maatschappelijke observaties (wat meteen verklaart waarom de prent zo moeilijk ligt bij bepaalde, eerder extremistische “sociale” groepen).

Het vuurwerk aan grappen en grollen is duidelijk niet besteed aan de ongeveer tienjarige buur van de piot, die nog voor de pauze halfweg, niet alleen zijn XL-zak chips op heeft, maar ook alle interesse in het verhaal is verloren. In de tweede helft van de film concentreert het jongetje zich op een emmer popcorn terwijl hij tussendoor uittest hoeveel verschillende houdingen een bioscoopstoel toelaat. Het moet gezegd: de piot bewondert zijn lenigheid. Het is niet iedereen gegeven op half liggend met gestrekte benen de knieën naar het voorhoofd te brengen. De kapriolen van knullemans storen zijn ouders duidelijk niet.

Nauwelijks prijkt “The End” op het scherm of de acrobaat veert recht en maant zijn begeleiders aan de zaal te verlaten. De piot blijft liever wat zitten. Net als Mijn Groote Liefde kijkt hij altijd uit naar fragmentjes, bloopers en andere geintjes, die van menige aftiteling een aangenaam extraatje maken. Helaas moet hij het stellen met elf personages die “Barbie” heten, zes acteurs met “Ken” achter hun naam en de rol-aanduiding “El Esposo de Gloria” voor de echtgenoot die verwoede pogingen doet om de moedertaal van zijn Latina-vrouw eigen te maken.

Op de terugweg naar de wagen formuleert de piot een eerste besluit: “Het is een zalige film. Grappige, ernstig en prettig gestoord. Ik heb er geweldig van genoten.

Ja. Dat was te merken,” beaamt Mijn Groote Liefde zonder aarzeling. “Je hebt in ieder geval veel en luid gelachen. Soms was je de enige in heel de zaal die aan het proesten was.

De piot weet eventjes niet waar hij het heeft. In zijn hoofd ziet hij hoe Mijn Groote Liefde bij elke lachbui zichzelf uit schaamte onzichtbaar wil maken. Voorzichtig kijkt hij om zich heen. Tot zijn opluchting ziet hij nergens lacherige of nog erger: afwijzende blikken. Zwakjes pruttelt hij tegen: “Jamaar… Ik vond het grappige film. Dus heb ik een beetje gelachen.

Een beetje gelachen? Constant schateren was het!” besluit Mijn Groote Liefde. “Gij alleen! En luid!

En plotseling voelt de piot zich nog even groot als het pietje van Ken.


Barbie


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.