Laatst had Mijn Groote Liefde andermaal “touche“, zoals dat heet.
Aficionado’s weten het: Mijn Groote Liefde spendeert haar werkdagen als inktkoelie achter het raam van een verzekeringskantoor. Tijdens de bezoekersuren hebben klanten, geïnteresseerden en andere nieuwsgierigen vrij toegang tot de Factorij. Die laatste categorie geeft vaak aanleiding tot speciale situaties variërend van grappig tot gênant, van aardig tot schokkend.
Iedereen die haar van nabij of veraf kent, weet dat Mijn Groote Liefde in beginsel een heel braaf en heel lief meisje is. Ze lacht voortdurend (uitgezonderd wanneer ze zichzelf weer eens pijn doet), begroet iedereen (behalve norse wandelaars en fietsers die haar kruisen tijdens het joggen) en is altijd vriendelijk (tenzij iemand haar gezin op de korrel neemt). Daarnaast draait zij elke keer het hoofd als zij een motor hoort naderen. Dat laatste is niet zo verwonderlijk, gezien haar bijnaam (“Motormuis“) en haar vele excursies op de Milwaukee Vibrator.
In de Factorij is Mijn Groote Liefde haar eigenste zelve: lachen en iedereen aimabel begroeten, niet alleen de klantjes, maar toevallige passanten. Het is dan ook niet de eerste keer dat een volslagen onbekende van het kantoor haar vriendelijkheid interpreteert als een uitnodiging om binnen te stappen. Ditmaal is haar openheid jegens motorrijders de trigger.
De laatste tijd trekt elke ochtend een stoere kerel op afwisselend een Harley en een Gummikuh haar aandacht. De motard zelf draagt het fluorescerende oranje kostuum van een dokwerker in plaats van de typische veiligheidskledij. De kerel ziet klaarblijkelijk dat zijn dagelijkse passage niet onopgemerkt is. Op een dag houdt hij halt, stapt af en komt het kantoor binnen, regelrecht naar Mijn Groote Liefde.
“Ge kijkt altijd naar mij als ik voorbijkom! Waarom?” zegt hij bij wijze van begroeting.
“Ah,” antwoordt Mijn Groote Liefde naar waarheid, “Ik rij zelf met de motor, een Road King. Ik kijk naar alle motoren die voorbijkomen. En ik heb veel klanten motorijders Jou ken ik niet. Woon je hier in de buurt? Werk je hier ergens?“
Gretig vertelt de man dat hij havenarbeider is, en woont in de aanpalende provincie. “Aha, je rijdt zelf motor?” gaat hij verder, “Heb je geen goesting om een keer met mij een toertje te doen?“
Mijn Groote Liefde rilt en wijst de sjouwer af: “Daar doe ik niet aan mee. Ik ga liever rijden samen met mijn man.“
Na nog even aandringen haalt de ongewilde bezoeker schijnbaar teleurgesteld zijn schouders op en verlaat zonder omkijken het kantoor. Onmiddellijk ontspint in de Factorij een intense woordenwisseling tussen de bedienden, waarbij de ongenode gast figuurlijk spartelt in de drek.
Bij haar thuiskomst na de dagtaak doet Mijn Groote Liefde in de Via Prosperità haar verhaal. En neemt vervolgens een douche.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.