Laatst stopte het hart van de piot even met kloppen.
Het is zondag. Onder een lonkende zon offreert sunday breakfast in de Via Prosperità andermaal pancakes met maple syrup. Nog voor de ontbijttafel helemaal opgeruimd is, ligt de planning vast. De Milwaukee Vibrators verlaten de garage en maken zich op voor een ritje naar de Belgische westkust, alwaar een keurige namiddagkoffie “met zicht op zee” ingepland staat. Mijn Groote Liefde pakt de spreekwoordelijke proviandmand (een jutten zak met een koffiethermos, een metalen melkfles, wat zoetigheden en het nodige vaatwerk) en de piot klemt met snelbinders twee plooistoeltjes op het bagagerek van zijn Road King.
Na de belofte van een spoedige terugkeer aan Magnifieke Marcel, trappen de HOG Heavens zich op gang. De late zomerzon verwarmt het hart en het hoofd van Mijn Groote Liefde en de piot, een sensatie die zij wederzijds uitwisselen over de intercom. Na een uurtje heerlijk cruisen langs rustige binnenwegen in het hinterland geeft Mijn Groote Liefde te kennen dat ze verlangt naar een spoedige halthouden. De piot antwoordt dat het eerste strookje kustweg schier letterlijk om de hoek ligt. Bij het opdraaien van de zeedijk presenteren de vele wandelaars, de even talrijke fietsers en een handvol zeilboten een hartverwarmend onthaal. Vrij snel nestelen de Milwaukee Vibrators zich op de parkeerstrook en vinden de campingstoeltjes een plaatsje in de zon.
Tijdens het genieten van het eindeloze uitzicht – en onder het negeren van het tegenvallend druk verkeer – merkt Mijn Groote Liefde op dat het merendeel van de fietsers zich “elektrisch” voortbeweegt. “Dat zie je niet alleen aan bouw van de fiets, maar vooral aan de snelheid waarmee ze zich voortbewegen,” constateert zij, “Je moet eens kijken. Dat is toch niet normaal.” De piot knikt instemmend: “Sommigen rijden misschien roekeloos, maar ze peddelen tenminste. Zonder hun elektrische fiets zouden velen niet eens buiten komen. Dat ze soms een gevaar op de weg zijn, moeten wij er maar bijnemen.” Later blijken dit profetische woorden te zijn.
Na een klein half uurtje zijn de koffiemokken leeg en het koekje opgepeuzeld. Dus bestijgen Mijn Groote Liefde en de piot opnieuw de motoren en zetten koers richting Via Prosperità. Ze volgen de kustweg tot in de Koningin der Badsteden, en profiteren van het relatief rustige verkeer om er dwars doorheen te slenteren (dit laatste met dank aan een fietsstraat). Bij het verlaten van de badplaats draaien de Big Twins langs de Brugse vaart richting het Venetië van het Noorden.
Quasi over de gehele oude weg tussen Oostende en Brugge geldt een snelheidsbeperking van 70 km/h, een gemoedelijk tempo dat garant staat voor statig en waardig pronkrijden. Andermaal genieten de piot en – op een 30-tal meter achter hem – Mijn Groote Liefde van het landschap, de weg en het rijden an sich. Ter hoogte van Lepelem knalt een schrikwekkend voorval dat relaxend beleven aan scherven.
Plots komt vanuit een zijstraat op rechts een stel bejaarden op elektrische fietsen aan een onnatuurlijk hoge snelheid de hoofdweg op, nauwelijks meer dan een decameter voor het voorwiel van de piot. “Ze kunnen niet remmen,” krijst Mijn Groote Liefde. Ook zonder de intercom had de piot haar ongetwijfeld gehoord. Gelukkig houdt hij het hoofd koel: hij wijkt uit naar rechts en voert een noodstop uit. Gelukkig – en mede dankzij de ABS – slaagt hij erin rechtop te blijven. Vervolgens gaat de duim op de claxon. Achter hem doet Mijn Groote Liefde net hetzelfde en roept bovendien de gevaarlijke sujetten enkele niet zo fraaie edoch waarheidsgetrouwe epitheta ornantia toe. Wat die attributen precies zijn, zal altijd een geheim blijven tussen de piot, Mijn Groote Liefde en de fietshooligans, zo zij het gehoord hebben (op die leeftijd weet je maar nooit). Alvast zonder te verpinken en zich schijnbaar van geen kwaad bewust, peddelt het zilvergrijze koppel verder en duikt aan een rotvaart de linkse zijweg in.
De piot voelt zijn hart ongemakkelijk kloppen in zijn strottenhoofd. “Heb je dat gezien,” windt Mijn Groote Liefde zich op, terwijl zij de langzaam bollende piot links voorbij gaat, “Die steken zomaar de weg over. Zonder kijken. Die kunnen niet remmen. Die hebben totaal geen controle over hun fiets.” De bevangen piot prevelt: “Ik ben geweldig geschrokken. Wil je eventjes als eerste rijden alsjeblief.” “Natuurlijk,” fluistert zij, “Geen probleem.”
In het zog van de Motormuis-machine weet de piot te bekomen. Het knellend en stuwend gevoel in zijn keel ebt langzaam weg. Even verder kraakt de intercom opnieuw: “Gaat het?“. De piot antwoordt bevestigend en knoopt er onmiddellijk een bedenking aan vast: “Op zo’n moment wenst een mens dat die gekken iets verder helemaal de controle over hun rijwiel verliezen en in een vuile, vieze gracht sukkelen, zonder dat zij iemand anders meesleuren in hun malheur.” Een klaterende gelach ruggensteunt zijn verzuchting.
Net voorbij Meetkerke dwars een brandweerwagen de posse. De piot kan het niet laten: “Lap. Het is al van dat.” Opnieuw weerklinkt geschater.
Daarna is het opnieuw genieten en ditmaal zonder haperingen tot in de Via Prosperità.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.