Laatst lagen pijn en vreugde in elkanders armen.
Aficionado’s weten het: de Via Prosperità houdt het graag sportief. Maanden reeds staat op de digitale agenda van Mijn Groote Liefde en de piot een specifieke datum in virtueel vet aangestreept. Die zondag presenteert zich in en rond het Venetië van het Noorden de befaamde Athora Great Bruges Marathon. Bij het openen van de inschrijvingen reserveert de Via Prosperità onmiddellijk voor beiden een “drossard” voor de halve marathon.
Voor zover zijn gezondheid het toelaat, slaat de piot voorzichtig aan het trainen. Intussen blijft Mijn Groote Liefde haar eigenste eigenzinnige zelve. Tussen haar geliefde Bootcamps (donderdagavond) en Movecamps (maandagavond) door, last zij af en toe een bescheiden loopsessie in, tenminste als ze goesting heeft, als het weer het toelaat en als ze geen honger heeft. Wanneer zij desgevallend de piot op sleeptouw neemt, maakt zij hem telkens weer grenzeloos belachelijk met haar fenomenale uithouding en haar gestrekte looppas als een dartele hinde.
Wanneer de dag van de halve marathon nadert, slaat in de Via Prosperità het noodlot gruwelijk toe. Op aandringen van de kaakchirurg moet de piot de loopschoenen eventjes aan de kant houden. Doordat de geplande sinusoperatie een heel grote impact heeft mag de sukkelaar op doktersadvies ten vroegste een week na de wedstrijd opnieuw voorzichtig aan lopen denken.
Uiteraard vindt Mijn Groote Liefde dat doodjammer, hoewel er voor haar weinig verandert: bij dergelijke evenementen is het volgens afspraak en de huisregels van de Via Prosperità elk voor zich, waarbij zij doorgaans een half leven voor de piot de eindstreep bereikt.
Omdat hij hoegenaamd geen zin heeft twee uur te verbeuzelen om aan de finish, besluit de piot op de fiets Mijn Groote Liefde om en bij de twintig kilometer lang doorheen de polders te begeleiden als waterdrager. Uiteindelijk valt het niet mee om haar te volgen. Dat heeft eerder te maken met de massa lopers die haar omringen, dan met de snelheid die zij ontwikkelt. Hoewel dat laatste ook niet min is, blijkt achteraf bij het uitlezen van gps-data.
Met nog een verwaarloosbaar aantal kilometer voor de boeg, weerklinkt plots een smartelijke kreet. Kermend grijpt Mijn Groote Liefde naar haar rechter kuit: “Krampen!” De piot voelt zich machteloos. Na een summiere stretching herneemt zij haar soepele looppas, zij het met een grimas op het gezicht. Haar tempo ligt zichtbaar lager, terwijl haar tred niks aan elegantie verliest. Haar stijl staat in schril contrast met enkele andere onfortuinlijke atleten met spierstuipen, die zich mankend, slepend en houterig naar het einde slepen.
Aan de stadsomwalling krijgt de fietsende piot van een seingever het dwingend advies het loopparkoers te verlaten. Via een parallelle route dokkert de piot als een tijdrijdende flandrien over de kasseien naar het atletendorp. Ruim op tijd is hij op het vooraf afgesproken trefpunt. Wanneer Mijn Groote Liefde de aankomstlijn passeert, lijkt het alsof de piot haar diep hoort zuchten. Dat kan enkel een interpretatie van haar lichaamstaal zijn, want door de afstand en het vele omgevingslawaai gaat het geluid van elke ademtocht onherroepelijk verloren.
Kortom daarop valt Mijn Groote Liefde de piot in de armen. Tot zijn ontzetting barst zij in tranen uit. “Nooit meer. Die laatste kilometers heb ik alleen maar pijn gehad,” snikt zij, “Nooit meer. No fun. Dit was de laatste keer.” De piot voelt zich andermaal machteloos, maar denkt er het zijne van.
Een voedzame pastamaaltijd en een half glas “Brugse Zot” later, klinkt Mijn Groote Liefde genuanceerder. Gezeten in een milde zon staart zij over het plein en vraag zich luidop af: “Allez. Hoe kan dat? De uithouding is geen probleem. De benen, mijn spieren willen gewoon niet mee.” De piot knikt begrijpend: “Misschien heb je in de aanloop wat te weinig getraind, te weinig duurlopen afgewerkt.” Met een ruk kijkt Mijn Groote Liefde de verschrikte piot aan: “Misschien wel. Weet je wat? Jij mag volgend jaar voor mij een trainingsschema opstellen.” De piot zucht opgelucht en is blij dat zij een volgende deelname voor mogelijk houdt.
Het komt allemaal wel goed. Pijntranen horen bij sporten.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.