Laatst realiseerde de piot zich dat hij geen recht heeft op lamenteren.
Het is al lang geen geheim meer: van dat spreekwoordelijke kathedraal van een lichaam blijft bij de piot maar weinig overeind. Het pleisterwerk vertoont meer beurse plekken dat op 2 handen te tellen is, terwijl de onderliggende structuren geregeld kraken en piepen.
In die context is de toestand van zijn gebit meer dan exemplarisch. Ruim een jaar geleden is een doortastende restauratie ingezet en na drie voorbereidende ingrepen is er nog geen einde in zich. Nog even moet de piot figuurlijk op zijn tanden bijten (letterlijk kan dat nog nauwelijks) en zijn dieet verleggen naar spijs die zich gemakkelijk door voortanden laat vermalen.
Daar stopt het niet bij. Sinds enige tijd sukkelt de stakker geregeld met pijnlijke scheuten in de rechter lies. “Ik heb daar een beurs gevoel,” weet hij de dokter te vertellen, waarop zij prompt een verwijsbrief opstelt voor RX en Echo van de rechter heup.
Om toch nog iets aan zijn dag te hebben, kiest de piot voor een zeer matinale afspraak op de dienst radiologie. Redelijk om tijd duwt hij zijn identiteitskaart in de onthaalkiosk en krijgt in ruil een reeks klevertjes en een wegbeschrijving naar de afdeling voor stralen allerhande. De piot neemt de trap naar het 2de verdiep waar de route zich splitst.
Rechts staat voor een gesloten dubbele deur een aantal mensen te wachten. “Oncologie” leest de piot op het bordje boven de ingang. De piot knikt hen een vriendelijke “Goeiemorgen” toe en slaat trouw aan zijn routebeschrijving links af. Daar treft hij het departement dat hij zoekt: “MR“, “RX“, “CT“, “ECHO” staat er op verschillende delen van de gang op de muren geschilderd, telkens in een andere kleur.
De piot meldt zich aan en neemt op verzoek plaats in de redelijk volle wachtzaal (RX) waarin het constant komen en gaan is. Het nogal omvangrijk “onthaalcomité” van daarnet blijft door zijn hoofd spoken. Dat betert niet wanneer hij merkt dat in de gang zij aan zij bedden zijn opgesteld met daarin ziekenhuispatiënten, de ene al meer verkreukeld dan de andere. Op slag is de piot de zeurende, bij wijlen kloppende pijn in zijn lies vergeten.
Tegen de tijd dat een bijzondere vriendelijke edoch kordate verpleegster zijn naam afroept, prijst hij zichzelf allang gelukkig. Hij heeft geen repetitieve afspraak voor bestralingen en hij kan op eigen kracht richting het röntgenapparaat stappen, waar een charmante radiologie-assistente hem sommeert plaatst te nemen op een plateau, met de rug tegen een plaat en de grote tenen lichtjes naar binnen geplaatst. De dame verdwijnt achter een scherm. Naar goede gewoonte sluit de piot de ogen en laat het gebeuren op zich afkomen. Wat volgt is een wel heel bijzondere ervaring. Niet alleen voelt de piot zich van links naar rechts geduwd, plotseling is er een kanteling en verwordt het plateau tot een tafel. Het voelt aan als een roetsjbaan, maar dan eerder eentje zoals in Bellewaerde, niet Space Mountain. Dan is het sneller dan verwacht gedaan en mag de piot opnieuw in de wachtrij, want er staat nog een ultrasoon onderzoek op het programma.
Nog voor de radioloog aan de echo begin, heeft hij alvast een geruststellende boodschap: “Ik heb de foto’s reeds bekeken en ik vermoed slijtage van het heupgewricht.” De piot onderdrukt een zucht. Terwijl hij met de sonde over de lies en de heup gaat, gaat de dokter verder: “Heb je vaak last aan je lies?” De piot doet het verhaal van joggen (geen last), van wandelen (na een tijdje pijnqcheuten) en van stilzitten (soms een zeurend gevoel). “Mmmmmm. Misschien zit er ook een ontsteking op je adductoren.” zegt de man terwijl hij met de sonde harder drukt. “Hier misschien?” De piot kan een grimas onderdrukken en knikt naar waarheid.
Bij het verlaten van de afdeling radiologie ziet de piot dat het aantal wachtende bedden nauwelijks verminderd is. De deur naar de oncologie staat open, maar de piot durft niet naar binnen kijken. Als hij even later het beugelslot van zijn fiets openklapt, hoort hij in zijn hoofd de afscheidswoorden van de radioloog naklinken: “Volgens mij is het slijtage en wat ontstoken weefsel, niks ernstigs, alles is normaal. Deze middag krijgt uw huisdokter mijn verslag.” Terwijl de versleten roestmobiel aan snelheid wint, komt ook het afscheid de volgende dag van de twee jaar jongere overbuur in zijn gedachten. Ook dat steekt.
Ondanks het dreinend gevoel in zijn lies, weet de piot dat hij niet mag klagen. Dus doet hij dat ook niet. Integendeel.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.