Laatst faalde de piot bij een onmogelijke opdracht.
Naast de zogenaamde repetitieve, dagelijkse en wekelijkse marsorders decreteert Mijn Groote Liefde met grote regelmaat ook eerder eenmalige bevelen. Ook aan deze richtlijnen probeert de piot – gedreven door een zucht naar zelfbehoud – naar best vermogen tegemoet te komen. Het recente commando om de kerstboom te onttuigen en op te bergen, is daar een goed voorbeeld van.
Aanvankelijk ontbreekt in de Via Prosperità de typisch versierde spar voor eindejaar. Dat zit zo: tijdens die periode genieten Magnifieke Marcel, Mijn Groote Liefde en de piot van de zaligheid, de terroir en het azuren uitspansel van de Provence. (Zwarte Panter Willem blijft thuis onder de goede zorgen van de buurmeisjes). Door deze afwezigheid tijdens de feestdagen acht Mijn Groote Liefde het optuigen van een feestboom een overbodigheid. Evenwel keert het gezelschap veel vroeger dan aanvankelijk gepland terug naar het Grijze Noorden, en wel op advies van de bevriende uitbaatster van het plaatselijke restaurant: “Ge zijt zot om die dag terug te keren. Ge gaat verzuipen in de verkeersdrukte. Alle Fransen gaan met Kerst de weg op.” (Maar dan in het Frans).
Eenmaal terug in de Via Prosperità struikelt Mijn Groote Liefde over de feestelijke soberheid van de huiskamer. Het binnenshuis brengen en aankleden van een oudgediende feestboom uit de tuin, is in haar ogen dan weer geen goed idee. Daarom trekt zij daags voor de officiële feestdag naar het nabij gelegen DIY-center en komt terug met een nep-spar en wat versiersels. “Alles is aan vijftig procent,” kirt Mijn Groote Liefde en gaat onmiddellijk met haar gekend en ongeëvenaard enthousiasme aan de slag met lichtjes, ornamenten en ballen. Ook de oudgediende boom in de voortuin krijgt een lampjes-guirlande.
Kort na de feestdagen aanhoort de piot zoals verwacht het ontruimingsbevel: “Jij gaat de boel afbreken! Ja? De doos van de boom ligt op de zolder en de versiering mag bij de rest in de koffer in de opbergkast.” Dat is het begin van alle miserie. De zogenaamde zolder is een krappe kruipruimte onder het dak van de garage (voor de ingewijden: het verblijf van de Milwaukee Vibrators). Sinds Mijn Groote Liefde het klasseren van de aldaar opgeslagen spulletjes op zich heeft genomen, blijft de piot daar bewust weg, uit een diepe vrees om iets verkeerd te klasseren. Ook het tweede gedeelte van het marsorder is problematisch. De opbergkast is een oud en gigantisch IKEA-geval naast de infrarood-cabine in de zogenaamde fitness-kamer. In dat meubel ontdekt de piot niet minder dan zes halfvolle plastiek boxen met kerstballen en aanverwanten. Uiteraard is het voor hem onduidelijk welke opbergdoos Mijn Groote Liefde voor ogen heeft.
Beide hindernissen leiden tot koud zweet bij de piot. Na diep en pijnlijk nadenken openbaart zich een mogelijke oplossing. Op goed geluk af schikt hij voorzichtig alle ornamenten en de lichtjesslinger op de eetkamertafel. Vervolgens demonteert hij de nep-boom, plooit alle takjes naar binnen en legt de stronken naast de kerstversiering. Met een bang hart wacht de sukkelaar de terugkeer uit de Factorij van Mijn Groote Liefde af. Vanuit de deuropening aanschouwt zij zuchtend het slagveld en schiet vervolgens in actie, zij het niet na een vernietigende uithaal: “Heb je het weer niet gevonden waar alles moet liggen?”
Als een echte lafaard zonder ballen buigt de piot nederig het hoofd en wacht op wat verder komen zal.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.