Virtuele spitsroeden

Laatst sprak de piot andermaal zonder nadenken en hij heeft het geweten.

Na een relatief korte winterstop trekt het nogal ambitieus sportief programma van de Via Prosperità zich opnieuw op gang. Reeds bij aanvang van het nieuwe jaar presenteert de planning meerdere “trails” (georganiseerd rennen in de natuur) en straatlopen (voor elk wat wils, tot en met een halve marathon). Daarnaast zijn er ook de wekelijkse trainingen en andere sportactiviteiten.

De piot beperkt zich voorlopig bij regelmatige drafpartijen in de omgeving, in tegenstelling tot Mijn Groote Liefde. Naast de geregelde looptrainingen onderhoudt zij haar jeugd middels avondlijke sessies bij een plaatselijke low-budget sportclub met een zeer divers recreatief aanbod. Op maandag gaat zij (letterlijk en figuurlijk) spelen met mede-sportievelingen in een zogenaamd “Movecamp“, een verzamelnaam voor een brede waaier bewegingsopdrachten. Veel intenser gaat het er aan toe tijdens de zogenaamde “Bootcamp” op donderdag. De nieuwe naam “Outdoor Move Mix” dekt veel beter de lading van deze sessies die zonder meer Neppe zijn voor Mijn Groote Liefde. Haar inzet laat zich aflezen in haar regelmatige klachten over pijn aan de buikspieren, de quadriceps en nog andere vlezige bundels waarvan de piot vermoedt dat ook zijn lichaam die ergens heeft, maar dan wel erg goed verstopt.

Dit jaar is de eerste sportief-recreatieve uitdaging de “Bossen van Vlaanderen-trail” in en rond Aalter, met een keuze uit 3 afstanden: 10km, 24km en 47km. Het idee om de langste afstanden aan te pakken ontlokt bij de piot spontaan een spetterende buikgriep en ook de kortste afstand schrikt hem af. Mijn Groote Liefde argumenteert dat die tien kilometer best te doen is. De piot geeft toe, nadat zij heeft gezworen dat de sukkelaar daarbij zijn eigen tempo mag aanhouden.

Hoewel de dooi zich ingezet heeft, is het die dag ijzig koud. Op de meeste plaatsen is de grond nog hard bevroren. Helemaal opgetuigd en met zicht op de start- en aankomstboog doet de piot bibberend een bekentenis: een lichte faalangst tempert zijn goesting om door de bossen te hossen. Net op dat moment weerklinkt het symbolische startschot. Door een speling van het lot gaat de posse van de Via Prosperità als laatste over de elektronische matten van de tijdsregistratie. Nog voor de piot de eerste voorliggers heeft ingehaald en voorbijgestoken, komt Mijn Groote Liefde terug op een eerder besluit en tackelt kordaat zijn vrees: “Ik ga toch niet mijn eigen tempo lopen. Ik zal bij je blijven. Het gaat je wel lukken. Je kan het. Je gaat dat zien.

Dat vertrouwen helpt, hoewel de piot uit ervaring weet dat haar aanwezigheid tijdens een loopevent een tweesnijdend zwaard kan zijn. Enerzijds is er de morele en mentale steun die zij kan bieden bij moeilijke momenten (die zich zeker zullen aandienen). Anderzijds laat de sukkelaar zich in het zog van Mijn Groote Liefde regelmatig verleiden tot een tempo dat hij in the long run niet kan volhouden. Daarom neemt de piot zich stellig voor vast te houden aan zijn eigen tempo en concentreert hij zich als nooit te voren op zijn stapfrequentie.

Uiteindelijk valt het allemaal best mee. Op de bospaden is het zonder meer heerlijke rennen. Daarentegen zijn de passages over bevroren akkers evenveel aanslagen op enkels, knieën en heupen. Bij het opdraaien van single-tracks en andere nauwe passages eist de piot schaamteloos de leiding op. Zonder om te kijken (wat overigens fysiek niet mogelijk en zeker niet aan te raden is) weet hij dat Mijn Groote Liefde minstens drie passen achter hem blijft om vijandige boomwortels en andere verraderlijke valkuilen tijdig te mijden, ervaringsdeskundige als zij is. Dat geeft de piot de gelegenheid zijn eigen tempo door te drukken. Vreemd genoeg stelt hij daarbij telkens vast dat hij op die manier soepeler en schijnbaar iets sneller loopt, dan wanneer de Via Prosperità zij aan zij over het parcours holt.

In de laatste kilometers sluipt de posse bij elke stap dichter in het zog van een koppel, bij wie de prestatie-verhouding net omgekeerd ligt, en dan nog op een niet zo fraaie manier. De dame houdt strak de ideale looplijn, terwijl haar partner (haar man?) waar mogelijk zigzagt over de weg en elk zijweggetje benut om een grote afstand af te leggen, zonder daarbij achter te blijven. In het zicht van de eindstreep gaat de Via Prosperità voorbij het stel.

Tijdens het inspecteren van de goodiebag bij aankomst haalt Mijn Groote Liefde het tafereel aan: “Heb je dat gezien van die twee, met die kerel die altijd maar van links naar rechts ging, en extraatjes opzocht. Dat vond ik nogal beschamend en vernederend voor zijn partner. Wat voor een gevoel moet dat die vrouw geven?

Ergens moeten de hersenen van de piot nog lamlendig nahijgen van de geleverde inspanning – een andere zinnige uitleg is niet te verzinnen – want zonder enige belemmering en met alle gevolgen van dien zegt zijn mond: ”Ah. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.

Ook virtuele spitsroeden steken venijnig.



Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.