Burgerzin

Laatst kreeg een onschuldige piot bakkenvol bagger over zich heen.

Op korte wandelafstand van de Via Prosperità bevindt zich het zogenaamde Foreest Felthem, een relatief klein bos dat wel vaker een rol speelt in deze blog. Mijn Groote Liefde en ikzelf zien het verzameld geboomte graag als een verlenging van onze knusse maar eerder kleine tuin, en daar handelen we ook naar. Tijdens de kakwandelingen met Magnifieke Marcel maken wij er een punt van om niet alleen zijn befaamde Bruine Pakketjes op te rapen, maar ook om zoveel als mogelijk rondslingerende rotzooi te verzamelen die achteloos achtergelaten is door scholieren, mountainbikers en andere schurken. Alle troep gaat gezwind in een van de talrijke vuilnisbakken op en en rond het domein.

Midden in het Foreest Felthem ligt vanouds een kasteelvijver met de restanten van een ijskelder. Het water is het thuis van een redelijke kolonie eenden. Soms betrap ik brave en minder brave citoyens op het illegaal voederen van de watervogels. Het gooien van broodresten op de grond en in het water mag niet, wat ik de daders doorgaans ook vertel. De reactie van de meesten varieert van verbazing tot onverschilligheid. Maar af en toe verloopt het gesprek alles behalve voorkomend. Zo ook nu weer.

Een kerel schudt een zak broodresten uit op de oever en laat zijn kind broodsliertjes naar de eenden gooien. Bij het voorbijwandelen begroet ik de man en wijs hem erop dat wat hij doet eigenlijk niet mag. De respons is een kwaaie blik en iets dat ik enkel kan omschrijven als “blaffen“: “En waarom zou dat niet mogen?

Ewel, om drie redenen,” begin ik het exposé dat ik al tientallen keren heb afgerammeld. “Ten eerste trekt het achtergelaten brood ratten aan. Het krioelt hier van die beesten. Dat is gevaarlijk en niet gezond. Ten tweede is het niet goed voor de eenden. Het is slecht voor hun spijsvertering en ze kunnen er agressief van worden. Ten derde is het eigenlijk ook verboden bij wet.

De man lijkt te ontploffen. “Het kan me niet schelen dat het ratten aantrekt. Dat is mijn probleem niet. Die eenden hebben honger en mijn kind wil ze eten geven, dus van mij mag dat. En dat de wet mijn kl*ten kust. Wat voor ‘dwazigheid‘ is dat nu weer. Da’s enkel om mensen te kl*ten. Als ik zeg dat het mag, dan mag het.

Eigenlijk wil ik antwoorden: “Die attitude getuigt van niet veel burgerzin! Denk je dat dit een goed voorbeeld is voor je kind?“, maar iets in de houding en het gezicht van de man vertelt mij dat ik beter mijn mond hou en mijn weg vervolg. Als afronding van onze ontmoeting krijg ik nog een portie vunzige verwensingen naar mijn hoofd.

Ook al weet ik uit ervaring wat dergelijk getoeter waard is, toch kneden ook dit keer mijn hersenen het narcistisch en crimineel gedram tot reeks treurige vragen. Van waar komt dergelijke agressie die schijnbaar alle richtingen uitgaat? Bestaat deze attitude altijd al en valt het mij om een of andere reden de laatste jaren meer en meer op? Is dat gedrag misschien een relatief recent verschijnsel dat exponentieel groeit? En tot slot: wat is de remedie, zo die bestaat?

Dat zijn meer vragen dat mijn vergrijsde hersencellen aankunnen, dus begin ik te triëren en te rationaliseren.

Ondanks alles blijf ik in de goedheid van de mensheid blijf geloven. Gemakshalve (dan wel uit luiigheid?) ga ik er van uit dat de homo sapiens sapiens in zijn DNA een forse streep empathie meezeult en dat hij in zijn hart een sociaal dier is. Dat neemt niet weg dat in deze schijnbaar snel en stevig veranderende wereld het gemiddelde gedrag van zijn soort serieus de verkeerde richting uitgaat. Een incident als deze is slechts één voorval, edoch wel een symptoom om ernstig te nemen.

Het zo vaak uitgespuwde Corona-tijdperk heeft veel zaken duidelijker en scherper gesteld. Een ervan is de impact van het internet op het bewustzijn van de mensen. Waar vroeger – “in dien goeie ouwe tijd” – de grote wijde wereld op alle terreinen voor de meesten meestal een mysterie was, en bijgevolg de samenleving en het bijhorende bewustzijn vaak de grenzen van het dorp, de streek of de provincie nauwelijks oversteeg, is dat fundamenteel veranderd met de komst van het World Wide Web. De wereld is digitaal ingekookt tot een dorp; de consumentenbeleving is al snel gevolgd.

Vrijbuiters hebben het internet en bijgevolg de sociale media veroverd. Niets is nog heilig of veilig. Moddergooien kan straffeloos, want in tegenstelling tot gelijkaardige conversaties aan de toog van het dorpscafé is een ongefundeerde scheldpartij op het Smoelenboek geen regelrechte sollicitatie (of zekerheid) voor een welgemikte muilpeer. Het gevoel van vrijheid zonder enige verantwoordelijkheid of mogelijke consequenties, woekert ongeremd en haalt de bovenhand. Bovendien gaan die digitale boekaniers vlotjes alle lastige argumenten, moeilijke feiten en andere zaken die hen bij hun strooptocht hinderen, aan de laars lappen en voor alle zekerheid met alle mogelijke middelen bestrijden. En als iemand hen erop wijst dat eenden voederen geen goed idee is, halen zij meteen hun mest-bazooka boven.

Want voor dat soort straffe schavuiten is vrijheid absoluut. Die kerels (en laat ons wel wezen: ook die dames) hebben lak aan de maatschappelijk en sociale basisregel, dat elke individuele speelruimte slechts zover reikt totdat het de vrijheid van een medemens in gevaar kan brengen. Ze zien niet in dat een veilige en goed functionerende maatschappij staat of valt met het respecteren van dit principe. Helaas gaat dit besef verloren onder golven van verstikkend narcisme. De focus ligt niet langer op “samen leven” en de samenleving, maar op de eigen navel. Dit manifesteert zich op alle terreinen en niveaus: opportunisme gaat boven staatsmanschap, exclusiviteit boven inclusie, egocentrisme boven sociaal bewustzijn, profiteren boven inzet, parasiteren boven investeren, bespotten boven compassie, haat boven liefde… de lijst is schier oneindig. Hoe bevuilt hun geest is, bewijst de rotzooi die ze maken, op straat en in het bos, op het internet en in relaties, in het leven en in de politiek.

Het stemt me allemaal zo droevig. Gelukkig zie ik doorheen de tristesse toch signalen dat ik lang niet de enige ben die zich daar druk over maakt. Er is dus nog hoop.

Nu nog nadenken over een remedie.



Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.