Laatst voelde de piot zich een balletje in een kansspel met een potentieel letaal karakter.
De schemering heeft net plaats geruimd voor duisternis wanneer de piot na een avondlijke onderhoudsklus ten velde in de wagen stapt en huiswaarts trekt. Het is vrijdag en mede door het onnatuurlijk lenteweek op dit tijdstip van het jaar, heeft hij het gevoel dat het weekend zich feestelijk uitdost. Nog maar net heeft piot de parking verlaten, of zijn stemming neigt naar een andere, meer sombere emotie.
Het pad naar de Via Prosperità start bij een sportinfrastructuur – zone 30 – waar borden bovendien alternerend verkeer bij de verkeersremmende wegversmallingen opleggen. Net op het moment dat de piot zo’n smallere strook kruist en in lijn met de wegcode zijn voorrang neemt, komt een bestelwagen aan hoge snelheid de straat ingedoken. Aan de wegversmalling negeert de gehaaste chauffeur het verkeersbord en stuurt zijn voertuig met de rechter wielen de modderige berm in. Ternauwernood kan de piot een aanrijding vermijden door zo veel als mogelijk naar rechts uit te wijken en halt te houden. Zonder omzien vervolgt de verkeersbarbaar vervaarlijk slippend door het slijk zijn weg.
Het duurt even voordat de piot bekomen is van deze “near miss“, waarna hij met kloppend hart zijn weg vervolgt. Even verderop, aan de ringweg, maant een verkeerlicht hem aan tot wachten. Eenmaal het signaal groen oplicht zet de voorligger zich in beweging en de piot gaat hem achterna. De voorrijdende automobiel volgt keurig zijn richtingsaanwijzer en slaat rechts af. De piot rijdt het kruispunt over, ziet een wagen uit de tegenovergestelde richting komen en wacht even totdat het kruisen gevaarloos is. Net op het moment dat hij links wil opdraaien, scheert van rechts en aan hoge snelheid een speedpedelec voor zijn motorkap. De kerel op de slecht verlichte fiets heeft duidelijk geen boodschap het rode stoplicht op zijn weg.
De piot haalt diep adem en langzaam maakt de schrik van het eerste ogenblik plaats voor verbazing en verontwaardiging. Vrij kort op elkaar is hij getuige van flagrante verkeersovertredingen. Mijmerend over wat hem het meest verontrust – het bewust negeren van ondubbelzinnige en duidelijke regels voor een veilig en verantwoord verkeer, dan wel de mentaliteit en de inpakt ervan op andere maatschappelijke aspecten – vervolgt hij zijn weg.
Enkele kruispunten verder verzoekt een verkeerslicht hem opnieuw even halt te houden. Het signaal staat reeds minstens “Twee Mississippi’s” op rood wanneer uit tegenovergestelde richting een boenke-boenke-voiture aan een in alle omstandigheden veel te hoge snelheid het kruispunt op rijdt, ternauwernood enkele kruisende tweewielers ontwijkend.
In één klap maakt de piot zich geen zorgen meer over de eventuele nefaste invloed van de ingesteldheid van dergelijke hooligans op de samenleving. Zijn grootste bezorgdheid is veiligheid. Met wat hij ziet en meemaakt, lijkt het alsof het avondlijk verkeer tijdens het weekend (niets zegt hem dat het op zaterdag en zondag anders is) vergleden is tot een kansspel met een mogelijk morbide uitslag. Met enig geluk kan een eerbare burger zich zonder kleerscheuren of erger: lichamelijk letsel, verplaatsen van A naar B, van het werk naar huis, van thuis naar een gekoesterde afspraak met vrienden.
Veilig aangekomen in de Via Prosperià doet de piot zijn verhaal. Mijn Groote Liefde luistert aandachtig en haar repliek is redelijk voorspelbaar: “Moa Ghow“. Bij zoveel waanzin schudt ook zij niet onverwacht het het hoofd, hoewel zij wel wat gewoon is. In de Factorij heeft zij onder meer mobiliteits-assurantiën in haar portefeuille, wat maakt dat zij meer dan haar lief is trieste verhalen over drieste accidenten aanhoort. “Ik versta dat niet,” is ook nu weer haar besluit. “Het verkeer is een lotto geworden,” poneert de piot en Mijn Groote Liefde knikt.
Als een volleerde pseudo-filosoof denkt de piot de rest van de avond na over de voorvallen. Het verkeer is waar en waarachtig een loterij geworden. Op zoveel plaatsen en op zoveel manieren kan er van alles gruwelijk fout lopen. Dat er niet meer ongevallen gebeuren is voor Mijn Groote Liefde en haar piot bij herhaling een groot mysterie.
Verzonken in die overpeinzingen ziet de piot enkel hoe ook op andere vlakken en terreinen gebreken, storingen en malheur niet langer tot crashes en clashes leiden. Politici mogen leugens, bedrog en onrecht zaaien, zonder dat de bevolking hen daarop afrekent. Meer zelf: Jan-met-de-pet interpreteert hun optreden als een vrijgeleide om dat giftig gedrag te kopiëren. Straffeloos.
Het menselijk bestaan is het resultaat van een kosmische loterij. Nu maakt de homo sapiens sapiens er een sport van, om ook van samenleven en samenzijn een kansspel te maken, met de eindigheid als inzet.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.