Laatst filosofeerde de piot over “TIJD“. Dat deed ie al eens eerder, maar ditmaal was het voor echt.
Tijd? Als eens bij stilgestaan? Bij Tijd? Tijd is toch een raar ding…
Tijd – Tijd – Tijd: het is een drievuldigheid.
Tijd is het verleden, het heden en de toekomst.
De toekomst is het verleden waar tijd in alle rust is overgegaan. Het heden is het kind van alles wat voorbij is en nooit meer terugkomt. Het verleden is vader en moeder, grootvader en grootmoeder, overgrootvader en overgrootmoeder, enzovoort, enzovoort, van alles wat we zijn.
Tijd is het traject van de Australopithecus over de Neanderthaler en de Homo Erectus tot de Homo Sapiens Sapiens.
Tijd kijkt toe hoe de aarde zich slingert in plusminus 365 dagen rond de zon, die op haar beurt aan 220 km per seconde raast rond het centrum van de Melkweg, samen met ongeveer 200 miljard andere sterrenstelsels en hemellichamen. Elk in z’n eigen tijd. Elk in z’n eigen ritme. De melodie van het universum.
En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Maar tijd, tijd is zoveel meer.
Tijd was er. Tijd is er. Tijd zal zijn.
Tijd is kort. Tijd is lang. Tijd is fijn.
Tijd is een duur en tijd is een stip.
Tijd is een feit. Tijd is een begrip.
Tijd is ontstaan. Tijd is verdwijnen.
Tijd is groeien en dan wegkwijnen.
Tijd golft van geboorte tot de dood,
soms afgemeten met een paslood
Tijd lost op tot herinneringen
souvenirs als wijze leerlingen.
Tijd is wetenschap en wiskunde
tot kennis gebottelde kunde.
Tijd is dunne jaarringen tellen,
horen wat fossielen vertellen.
Tijd boetseert de vierde dimensie.
Mathematica in essentie.
Tijd kneedt hoogte, lengte en breedte,
tot vormen en ruimte versneden.
Tijd schildert curves en vectoren,
zelfs letters tot cijfers bezworen.
Tijd is ritme; tijd is toonladders
fijne wijsjes voor pagadders,
deunen en dreunen als zoeaven,
maten van noten tot octaven.
Tijd vermaalt het bestaan tot plukken
een voor een behapbare stukken,
van nanoseconde tot lichtjaar,
en dan vergeet ik er nog een paar.
Tijd is – en dat is wel heel frappant –
nooit en nergens trefzeker constant
Tijd is relatief, ook in het hoofd
vooral als je er zelf in gelooft.
Seconden, minuten en uren
kunnen elk een eeuwigheid duren.
‘t Uur is gekomen, tijd is gegaan.
Tijd is gekomen, ‘t uur is vergaan.
Tijd is een heen en weer indringer
geduldig als een strakke slinger
omgekeerd tevens een metronoom
tik-tak onbetwistbaar autonoom.
Tijd gaat op en af, als eb en vloed.
Tijd stelt scherp en vervaagt tot een gloed.
Tijd kan je geven, armen open.
Tijd kan je nemen, handen hopen.
Tijd is een bonte kaleidoscoop
kantelende kleuren op een hoop.
Tijd is een kalme kameleon,
onzichtbaar bewegend in de zon.
Tijd is nooit te vroeg en nooit te laat.
zelfs als je de tikkende klok haat
Tijd is een ongrijpbare plaaggeest
die nooit vergeet wat ooit is geweest.
Tijd is polychroom en polymorf,
coloriet en contour in een korf
gemodelleerd tot meesterwerken
van bustes over doek tot zerken.
Tijd tovert alle stiltes en klanken
tot muziek en zang op de planken.
Tijd stuwt elke gedachte tot daad,
en groeit tot de energie vergaat.
Tijd slijpt spijt tot pijn en tot hartzeer
en een zachte zucht naar ommekeer.
Tijd is geen sjamaan voor elke kwaal.
Neen, wie daarin stellig gelooft dwaalt.
Tijd heelt voorwaar niet alle wonden,
brengt geen heil voor iedere zonde.
Tijd is wél een zalver. Da’s zeker.
Wie de tijd neemt maakt alles beter.
Tijd is spreken. Tijd is luisteren.
Tijd is zes minuten kluisteren,
het bestek van deze bijdrage
op Weerwoord Woord, heu… vandaege.
Sorry: mijn tijd is op…

Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Pingback: Tijd | Rik Wintein