Laatst overviel de piot een grote schrik.
De piot heeft een innige relatie met taal, in klank en kleur, in verhaal en in gedachten, in schrijven en in ondergaan. Sinds redelijk recent pleegt hij een deel van zijn literaire dorst te laven aan losjes georganiseerde avonden in het teken van het “Spoken Word“. Het fenomeen boeit hem zodanig, dat hij er bij gelegen en met veel graagte een brokje van zijn gepruts voordraagt. Geheel in de lijn met zijn inborst, zijn z’n verhalen (in zijn ogen) onschuldig. De dromer in hem mikt op schoonheid en genieten van “TAAL” in al haar schoonheid en aspecten.
Enkele uitzonderingen daar gelaten, zijn dergelijke manifestaties meestal een feestgang. Die enkele performers die woorden en zinnen breien tot verhalen zonder veel diepgang neemt hij er liefdevol bij, want de vele opstellen met een overdaad aan niveaus en inhoud compenseren die leegte ruimschoots.
Onlangs merkt de piot tot zijn verbazing dat een heel specifieke benadering hem keer op keer de stuipen op het lijf jaagt, tot op een punt dat hij het luisteren niet meer leuk vindt. Sommige woordkunstenaars maken er een punt van zich furieus kwaad te maken. Op wie, waarom en wanneer, omwille van wat – het maakt allemaal niks uit. Ze zijn woest en willen vanop het podium hun kunstzinnig en welbespraakte gal over de wereld en over de toehoorders uitstorten. In de oren van de piot richt die onversneden boosheid zich zonder onderscheid of nuance op alles en iedereen, inclusief de performer. Die negatieve vorm van oreren vindt hij raar; heel raar.
Nu durft de sukkelaar zich ook als eens kwaad maken (niemand blijft gespaard van onrecht of onredelijkheid). In zo’n geval doet hij zijn uiterste best om zijn woede intern te houden of tot positieve energie te kanaliseren. Nog nooit is een probleem ten gronde opgelost met partijtje furieus roepen en dreigen, of godbetert: een portie schelden. Dat is alvast de mening van de piot. Voor het wegvijlen van hindernissen en obstakels zijn vriendelijkheid, compassie en voorwaardelijk (of onvoorwaardelijk) mededogen veel efficiëntere hulpmiddelen.
De piot heeft geen boodschap aan met woeste woede geïmpregneerde predicaties die bij wijze van spreken beginnen bij een zielig want doodgereden konijntje en eindigen met het beschimpend overladen van een specifieke doelgroep met alle zonden Israëls. Dergelijke tirades op zich, edoch eigenlijk nog meer de achterliggende filosofie en mentaliteit, blazen telkens weer doodsangsten in het hart van de piot. De schrik zit er bij hem diep in.
Het is waarlijk de ambitie van de piot om zich boven het voorgaande te stellen en aldus dat niveau kunstzinnig, literair en humaan te overstijgen. Met volle goesting wil hij bewijzen dat de pen (en het gesproken woord) krachtiger is dan elk wapen of wantoestand, tenminste als de inkt niet drijf op pure haat. Want feiten verlangen open vragen, terwijl openheid steeds twee kanten en vierentwintig zijden heeft.
Ongeacht het monster voor hem laadt de piot telkens weer zijn schoonste vulpen met kordate bezorgdheid.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.