Laatst dacht de piot na over zelfreflectie, vicieuze cirkels en inzichten.
De Voorlaatste Mijlpaal en het effect ervan op het leven van de piot: nog niet zo lang geleden was dit een onderwerp in deze blog. Twee maanden in deze nieuwe levensfase blijven de vragen komen: “Hoe is het om gepensioneerd te zijn? Wat is er veranderd?” En het antwoord blijft onverminderd: “Niets. Of naar essentie toch heel weinig.” Alert door de vele vragen merkt de piot de laatste weken toch dat er hier en daar zich een streepje verandering aanbiedt. Toch nog.
We hebben het hier uiteraard niet over eventuele gezondheidsperikelen. In dat specifiek departement kan het enkel nog één richting uitgaan. Gelukkig helpen een zorgvuldig samengestelde medicatie, veel beweging en een occasionele Thaise Massage dat proces vertragen. En toch is er wel degelijk iets anders dat veranderd is, en dat gaat zo langzaam dat de piot vermoedt dat ook dit proces reeds jaren bezig is. En het heeft iets te maken met vragen stellen, aan zichzelf en jegens de maatschappij.
Het feit dat de piot te pas en te onpas dingen, zaken en toestanden in vraag stelt, is lang niet nieuw. Dat was vorige eeuw niet anders. Ook het feit dat hij zichzelf geregeld onder de loep legt, is alles behalve een nouveauté. Wat wel is veranderd zijn de antwoorden die uit zijn vragen voortvloeien.
Waar de piot tot voor enkele jaren elke vraag keurig zag afgesloten met een fladderende zekerheid zoals “Ja“, “Neen“, “Ik weet het niet” of “Dat zit zo…“, is een nieuwe vogel verschenen in de kooi, en het is een koekoek. De trefzekere responsen wijken meer en meer voor antwoorden die eigenlijk nauwelijks vermomde vragen zijn. Bron van deze mutatie is de repliek “Misschien“. Steeds vaker volgt in de slipstream ervan een opmerking die ondubbelzinnig een verzoek is tot meer informatie, respectievelijk nadenken. Zeg maar: elke respons is een nieuwe vraag, een nieuw probleem.
In het zogenaamde “ware” leven valt het nog best mee met deze “antwoord-vragen“. Wanneer het verschijnsel zich afspeelt in het hoofd van de sukkelaar, ontstaat een heel circus dat zich enkel laat omschrijven als “vicieuze zelfreflectie“. Dit fenomeen leidt gek genoeg tot nieuwe inzichten, merkt de piot bijna dagelijks op. (Of is het steeds dezelfde gedachte die als een komeet in zijn brein rondraast)?
En dan komt het…
Plots opduikende bespiegelingen over hexadecimale getallen leiden de piot tot het inzicht dat “binair” niet echt bestaat. Dat de reductie van alles tot “I” of “0“, tot “Ja” of “Neen“, tot “Wel” of “Niet” niet meer is dan een techniek om problemen en vragen dermate te vereenvoudigen zodat ze meer overzichtelijk en beter behapbaar zijn. Om die simplificering te compenseren zijn computerspecialisten vrij snel overgestapt naar een I0-notatie in 4 reeksen van 4, een matrix. Dat model is uiteindelijk een hexadecimaal gegeven. Een voordeel van deze telwijze is ook dat minder karakters nodig om digitale kleurcodes te beheren en vervolgens te definiëren in eender welk computerprogramma of afgeleide. Niks is wit-zwart, er is ook grijs, in meer dan 50 tinten weet de piot ondertussen. Bovendien weet de sukkelaar ook – en dat mag niemand met verstomming slaan – dat in culturen en talen waar coloriet zeer belangrijk is, het gebruikte vocabularium meerdere woorden voor hetzelfde basiskleur bevat.
Bij een toevallig bezoekje van Junior met zijn kroost, brengt de piot om één of andere reden zijn inzicht over hexadecimaal tellen en niet binair definiëren ter sprake. Nu is Junior door zijn beroep beter beslagen in computerwetenschappen dan de piot. Tijdens het schier terloops gesprek merkt hij fijntjes op: “Weet je, de moderne quantum-computers werken niet langer met de notie 1-of-0 en Ja-of-Neen. Ze kennen ook een derde mogelijkheid: Misschien of niet-ja-en-niet-neen.”
Dat de gedachtengang daarna tot grote frustratie van Mijn Groote Liefde uitwaaiert naar “Schrödingers Cat” doet hier niet ter zake. Feit is dat deze conversatie bij de piot een vicieuze denkcirkel doorknipt. Het is niet erg om geen Ja-Neen-antwoord te hebben op een eender welke vraag. Het is niet erg om te kiezen voor een derde optie “Misschien” en dat hierdoor de oplossing van een kwestie uitmondt in een nieuwe vraag. Want zo zit het universum eenmaal in elkaar: niet binair.
Dat inzicht triggert bij de piot de goesting om roze sokken te kopen.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.