Loden wraak

Laatst voelde de piot zich andermaal schaamteloos te kijken gezet.

Op aansturen van Mijn Groote Liefde staat de piot aan de start van de Engie Knokke Run met 10 kilometer zwoegen in het vooruitzicht. Zijn onderkoeld enthousiasme is in schril contrast met de geestdrift van de aanstookster van dit alles, die in het rond stuitert als een opgewonden husky in het vooruitzicht van een barre tocht door een eindeloos sneeuwlandschap. Nog voor het event begint haalt zij reeds de smartpheun boven en schiet snapshots in de sporthal met het wedstrijdsecretariaat (afhalen drossards), de bewaakte bagageberging en de kleedkamers. In hun aangewezen startvak neemt Mijn Groote Liefde voor de start de traditionele selfies met z’n twee.

De piot vreest het ergste.

Ooit besliste Mijn Groote Liefde in een moment van eindeloze helderheid om bij city- & trail-runs, halve marathons en andere georganiseerde renpartijen niet langer te mikken op een scherpe tijd, maar volop te genieten van de omgeving en de sportieve inspanning. Bovendien lijkt zij het haar plicht te vinden de piot gezelschap te houden bij dergelijke evenementen. De sukkelaar vind het maar niks. En dan denkt hij nog niet eens aan het beeld van een astmatische waterbuffel naast een sierlijke hinde, de bijna-dood-evocatie naast de springlevend-pastiche. Dat Mijn Groote Liefde bij dergelijke gelegenheden bewust of onbewust de piot verleidt tot een voor hem ongepaste loopsnelheid baart hem veel meer zorgen.

De repliek van de sukkelaar op deze intentie van haar laat geen ruimte voor twijfel: voor hem mag het, zolang Mijn Groote Liefde niet langer tijdens het lopen zijn gereutel op video vastlegt.

Na het verlossende startschot duurt het een paar minuten voor de vertegenwoordigers van de Via Prosperità effectief de startlijn kunnen overschrijden. Al in de eerste kilometer krijgt de piot (en de andere deelnemers) een stevig streepje vals plat voor de voeten geschoven. Bij het aansnijden van de daaropvolgende milde afdaling wijsneust Mijn Groote Liefde: “Het gaat hier naar beneden. Dat betekent dat we straks gaan klimmen.” “Dat deden we daarnet al,” hijgt de piot naar waarheid. “Oh! Dat heb ik niet gevoeld! Raar hé!” klinkt het demotiverend.

De sukkelaar zwijgt. Hij weet uit ervaring dat het altijd erger kan. En even later heeft hij prijs, al is het eigenlijk vooral de schuld van zijn schoonmoeder.

Op een hellend vlak richting strand – hoewel: in het gezelschap van een dartelende Mijn Groote Liefde voelt zelfs het meest vlakke wegdek aan als een verdoken helling. Dus: bij het naderen van de zeedijk slaakt Mijn Groote Liefde een kreet en grijpt naar haar heuptas: “Shit! Ik ben vergeten hem op vliegtuigstand te zetten!!!” Nu hoort de piot het ook: haar telefoon riedelt. Daarop gebeurt het ondenkbare.

Onder het lopen ritst Mijn Groote Liefde haar buideltasje open, diept haar smartpheun op en beantwoordt de oproep, zonder maar een seconde te vertragen. Terwijl de piot zijn derde dood van de dag sterft, voert zijn wederhelft vlotjes een babbel met Mama Leona, aka De Dealer, haar moeder: “Hallo? … Ja? … We zijn aan het lopen. We doen mee aan een wedstrijd… In Knokke… Ja? … Ja! … Ik zal later wel terugbellen! Tot dan…”.

Kort daarop kruist het parcours net voor de zeedijk een boulevard en de piot spreekt puffend een seingevende politie-inspecteur aan: “Meneer agent! Deze dame hier telefoneert terwijl ze loopt!!!” Die geinigheid kost de sukkelaar een reeks ferme kletsen op zijn onderarm. Mijn Groote Liefde is not amused. De agent lacht: “Dat mag!” De piot vraagt zich af of de politieman doelt op het telefoneren dan wel op het meppen.

Eens op de zeedijk neemt Mijn Groote Liefde al snel weerwraak. “Weet je nog wat je zei dat ik niet meer mocht doen?” hoort de piot haar treiterend vragen. Hij draait het hoofd en kijkt recht in de lens van haar filmende smartpheun. “Filmen,” reutelt hij en wijst naar de grote waterplas links van hem, “Je zou beter de zee filmen.

Een paar kilometer verder, op de sterk glooiende straten in en rond het zogenaamde Koningsbos of Blinckaert herhaalt het tafereel zich nog een paar maal. Nu heeft de piot zelfs niet meer de kracht op formeel te protesteren.

De laatste drie kilometer is de piot zodanig bezig met zijn tempo en zijn stapfrequentie, dat het hem allemaal niks meer kan schelen. Niet geheel onverwacht komt het bevel om niet zo vaak om zijn sporthorloge te kijken. “Je moet minder kijken en meer op je gevoel lopen,” klinkt het streng. De piot wil nog antwoorden dat hij kijkt omdat hij voelt dat het niet goed gaat en dat hij daarom zijn parameters wil checken, maar hij vindt de adem niet voor zo’n ingewikkelde respons. Toch kan hij het niet laten om af en toe de data de controleren, wat hem een paar keer een strenge vermaning oplevert.

Na de aankomst blijft de videografische aanslag op zijn waardigheid de piot bezig houden. De aanblik van een stelletje atletische fiere freules met elk een drinkrugzak, brengt hem op een idee. Voor haar verjaardag zal de piot zijn generaal een heel fijn cadeau kopen: zo’n camelbak. Evenwel niet de uitvoering met een reservoir van 5 liter, die de voorkeur wegdraagt van Mijn Groote Liefde. De piot zal op zoek gaan naar het model met de grootste container. En in de verborgen vakjes zal hij loden staven verbergen.

Een betere list om Mijn Groote Liefde de lust te ontnemen om op elke helling video-opnames te maken van een zwoegende piot, kan de sukkelaar niet meteen bedenken.

Wordt vervolgd…


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Een gedachte over “Loden wraak

  1. Pingback: Het A-woord | Rik Wintein

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.