Laatst bedacht de piot een roepnaam voor zijn nieuwe automobiel.
Het is de aficionados niet ontgaan. Na jarenlange dienst en ruim tweehonderdduizend kilometer heeft de Via Prosperità afscheid genomen van de hoogbejaarde gezinswagen, een Skoda Fabia met de bijnaam “Het Zwarte Monster“. Deze “pensionering” valt niet geheel toevallig in de periode waarin de piot zelf zijn statuut mocht veranderen van “werkzoekend” naar “op rust“. Na overleg met Mijn Groote Liefde en een aantal minder belangrijke gezins- en familieleden, mocht de piot van de eerste overgaan tot de aanschaf van een ander model uit dezelfde familie: een Skoda Kamiq. Daarmee is een grote hap van zijn pensioensparen bij deze wel besteed.
De Kamiq is het kleinste broertje onder de stad-SUV’s van de Skoda-familie. De promo-tekst beweert dat de wagen de klassieke voordelen van een Sport Utility Vehicule (hoge zit, optimaal zicht, veel ruimte) combineert met de wendbare rijeigenschappen van een coupé. Nog steeds volgens de constructeur is de naam KAMIQ afkomstig uit de taal van de Inuit of Eskimo’s van Groenland en Canada. Het woord zelf is min of meer te vertalen als “tweede huid“. Na een paar duizend kilometer in bebouwde kom, plattelandswegen en autosnelwegen kan de piot deze karakteristieken alleen maar bevestigen.
Het nieuwe gezinsvehikel is bijna ingeburgerd, al durft Mijn Groote Liefde bij het verlaten van een supermarkt op de parking de verkeerde wagen viseren en vervolgens onder het oog van een geamuseerd piot heftig rukken aan de klink van een vreemd portier, tot nu toe gelukkig zonder veel erg.
Ondertussen is de Skoda Kamiq lang genoeg onderdeel van de Via Prosperità om met een eigen bijnaam te mogen pronken. Het verzinnen ervan blijkt evenwel een hele opgave. Een van de eerste suggesties was “De Zilveren Pijl“. Dit voorstel hield niet lang stand, vooral op aandringen van de piot. “Zilver” is een epitheton ornans die sommigen spontaan met de sukkelaar zelf associëren. Voor de volledigheid: de beschrijving “Pijl” past al lang niet meer van met zijn sportieve escapades.
Uiteindelijk suggereert de Kamiq zelf (naar de piot hoopt) onbewust een mogelijke benaming. De wagen is namelijk uitgerust met allerhande sensoren en camera’s die instaan voor een feilloze rijbegeleiding: verkeersbordenherkenning, rijstrookbewaking en snelheidsalarm om er enkele te noemen. Ook de ingebouwde gps signaleert te pas en te onpas te verwachten verkeerssituaties.
Tijdens een kort verblijf in de zuiderse plek waar de hemel de aarde raakt, rijdt de piot op een zaterdag naar de markt in een nabijgelegen stadje. Bij het naderen van de bocht aan het recyclage-park herinnert hij zich hoe Mijn Groote Liefde op die plek keer op keer uitroept “tsèstig!“, verwijzend naar de plaatselijke snelheidsbeperking. Gelukkig is zij er ditmaal niet bij, denkt de sukkelaar. Net op dat moment weerklinkt in de Kamiq een vermanend gebiep. Blijkbaar detecteert de wagen een te hoge snelheid.
Dit voorval brengt de piot op het idee om de naam van de nieuwe gezinswagen op een of andere manier te koppelen aan de naam van zijn favoriete generaal. De roepnaam “Mijn Groote Liefde” vindt de piot om meer dan een reden overdreven. Het gebruik van enig andere troetelnaam zou voor buitenstaanders teveel informatie zijn. Na heel lang, diep en pijnlijk reflecteren denkt de piot het te weten: “De Commandeur“. Nu is het wachten op het oordeel – en hopelijk het fiat – van Mijn Groote Liefde.
Meteen bedenkt hij ook een gloednieuwe term voor deze vorm van benoemen: “Transitieve naamgeving“.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Pingback: Leeftijdszorgen | Rik Wintein
Pingback: Om te lachen | Rik Wintein