Laatst ontwaarde de piot aan de einder een verontrustend beeld.
Niet voor het eerst (en zeker niet voor het laatst) is Mijn Groote Liefde het onderwerp én het lijdend voorwerp van een bijdrage op deze blog. En ditmaal is het helemaal haar eigen schuld.
Het begint allemaal met de naweeën van een heerlijke, gezamenlijke bosloop in het gezelschap van Magnifieke Marcel op zondag. Na afloop, en ook nog de dag nadien, maakt Mijn Groote Liefde melding van “Pijnlijke Benen“.
Die klacht is voor Mijn Groote Liefde een totaal nieuw en dus ongekend fenomeen. Spierscheuren en -verrekkingen, net als krampen en verzuring, zijn haar niet vreemd, integendeel. In haar gevarieerde sportcarrière heeft zij haar deel aan spierkwaaltjes met opgeheven hoofd gedragen. Vooral contracturen hebben voor haar geen geheimen meer: ze heeft nu eenmaal redelijk fragiele spiervezels. Gewone, ordinaire, alledaagse pijn in de benen kent zij evenwel tot nu toe niet, terwijl die klacht voor de piot al meer dan een decennium lang geen vreemde meer is.
Na een zoveelste klaagzang houdt een getergde piot die ochtend Mijn Groote Liefde staande en kijkt haar diep in de ogen: “Hoe oud zijt gij eigenlijk?” Nog voor hij zijn vraag kan motiveren, smoort een even plotse als oppervlakkige hoofdpijn zijn stem.
’s Middags komt Mijn Groote Liefde redelijk versuft terug van haar emplooi. Andermaal heeft een intens klantencontact haar berooft van al haar energie. De laatste tijd komt het wel vaker voor dat een lang overleg en duiding – of erger: een zoveelste gedwongen overwerken – haar volledig uitput.
Na afloop van haar relaas wat er ditmaal op haar pad lag, lanceert zij een reeks vragen die reeds lang beantwoord en dus stuk voor stuk onnodig en overbodig zijn. Het voorval jaagt een frons op het gezicht van de piot en hij staart andermaal ostentatief in haar ogen. Mijn Groote Liefde lacht: “O shit! Ik had dat al gevraagd. Ben je aan het kijken of ik high ben?” De piot durft niet naar waarheid te antwoorden dat hij in haar ogen zoekt naar de typische doffe blik van dementerenden.
Na de lunch maakt Mijn Groote Liefde zich op voor haar veertiendaagse klusafspraak bij haar moeder, aka De Dealer. Ditmaal staat naast het traditionele grasmaaien ook sprokkelhoutzagen op het programma. Voor die laatste klus zal zij de kettingzaag van de piot gebruiken. Ondertussen zal de sukkelaar geheel vrijwillig het fort bewaken in de Via Prosperità.
Nadat de piot op bevel Magnifieke Marcel heeft vastgeklikt op de achterbank van de gezinswagen, slaat hij nog een praatje met de buurvrouw. Ondertussen neemt Mijn Groote Liefde gehaast plaats in De Commandeur.
Na afloop van de keuvel over koetjes en kalfjes, en de geteisterde schouder van de buurvrouw, merkt de piot dat de grijze Kamiq nog steeds op de parkeerstrook resideert. Bezorgd opent hij de passagiersportier. Mijn Groote Liefde kijkt de piot schaapachtig aan: “Hoe moet ik de wagen ook alweer starten?”
“Je moet op de startknop drukken,” antwoordt de piot meesmuilend. Daarop begint Mijn Groote Liefde allerlei drukknoppen te beroeren, zoals daar zijn de bediening van het mediacenter, van de airco en van de centrale vergrendeling.
De piot kijkt geamuseerd toe: “De knop zit op de plaats waar in onze vorige wagen het sleutelslot zat.” Met een laatste beschaamd lachje drukt Mijn Groote Liefde op de juiste knop waarna de motor probleemloos start.
Pas nadat ze reeds lang vertrokken is, ziet de piot de eenzaam achtergelaten boomzaag op de tuintafel en vraagt hij zich af of hij zich zorgen moet maken.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.