Smeerolie

Laatst voelde de piot zich een patriottisch globalist.

Een internationale veerdienst is altijd reizen in het quadraat. Tijdens mijn motorreis naar de Noordkaap neem ik in het Deense Hirtshals de overzetboot naar het Noorse Larvik. Aan de “drive-in” incheckbalie toon ik op mijn smartphone mijn online-reservatie en krijg in ruil een label voor aan het stuur (“Trek de elastiek over je spiegel”, gebaart de loketbediende) en een vervoersbewijs. Even verder wijst een fluo-kerel op het grijze papiertje aan mijn achteruitkijkspiegel en vraagt “Larvik?” Wanneer ik knikt wappert hij met de hand naar een brede vuil-oranje streep op het asfalt. “Deze gele lijn volgen en parkeren in strook 40A”, zegt ie vervolgens. 

Op drie fietsers en twee Franse motards na is de wachtrij nog leeg, maar dat verandert snel. En dan komt het internationaal karakter van het beestje naar boven en sla ik een praatje met iedereen die me vriendelijk aankijkt. 

De Duitse fietser maakt voor de zoveelste keer de overtocht en verzekert mij dat dit niet mijn eerste bezoek aan Noorwegen zal zijn: “Dat land is zo mooi!” De motard uit de Ardèche is door een constante regenbui naar Denemarken gesneld. Vijf jaar geleden bezochten zijn vrouw en hij op hun KTM’s de Noordkaap en nu gaan zijn door Zuid-Noorwegen trekken: “Je komt zeker nog eens terug en dan moet je zeker ook eens langs de fjorden rijden.

Naast mij houdt een Harley halt. De heftig tot in zijn kale kruin getatoeerde man met ZZ-topbaard telt 67 lentes, is geboren als Deen maar woont en werkt reeds zijn gehele leven in Noorwegen. De Fat Bob is maar één van zijn vier rijwielen, waaronder ook een Triumph Bonneville. Bij het horen van mijn reis-intenties knikt hij bemoedigd: “De Noordkaap heb ik reeds gedaan. De Lofoten niet. Eigenlijk zou ik dat eens moeten doen want mijn vrienden zeggen dat het ongelooflijk mooi is.

En dan krijgen we het signaal dat we het schip op mogen. In een voorbeeldige colonne rijden de motoren naar de toegewezen plaatsen in het ruim. Mijn kakelverse kameraad helpt me bij het verankeren van mijn Road King. En dan gaat iedereen, fietsers en motards, elk zijn eigen weg, op zoek naar eten en drinken, naar een rustige zitplaats en – naar later blijkt – sommigen ook naar de taxfree shop. 

Halverwege de overtocht treft de Deens-Noorse compagnon mij in een van de salons. Na wat gekeuvel over reizen, kinderen en gezondheid, heeft hij een suggestie. “Kijk… Naast mijn huis staat er een schuurtje dat dienst doet als logeerkamer. Als je wil kan je daar slapen. Dan vraag ik een vriend, een road-captain, om even langs te komen voor wat suggesties over mooie routes naar de Kaap.

Het voorstel klinkt aanlokkelijk. Ik denk even na, schud vervolgens het hoofd en voel me genoodzaakt mijn afwijzing te staven met stevige argumenten. Om te beginnen: “I am a very private person…“, waarbij hij begrijpend knikt: “Dat ben ik ook.” En vervolgens: “Ik heb al een kampeerplaats gereserveerd in Larvik.” Dat is een klein leugentje. “En ik wil van daaruit zo snel als mogelijk Trondheim bereiken.” Dat laatste zal uiteindelijk mislukken, maar dat weten mijn gesprekspartner en ik op dat moment nog niet. Gelukkig blijft mijn compagnon begrijpend knikken. “In mijn boekje staan al een paar suggesties voor aangename routes en bezienswaardigheden.” Dat laatste geeft de doorslag: “Als je al min of meer weer langs waar je gaat rijden, heeft het inderdaad geen zin om nog eens naar mijn vriend te luisteren.” We praten nog wat over alcohol, benzineprijzen in Noorwegen en pensioenregelingen. En dan is het tijd om te ontschepen. In het ruim schudden we elkaar een laatste keer de hand: “Misschien tot ooit eens onderweg…

‘s Avonds in mijn slaapzak blik ik verwend terug op een mooie dag en de internationale ontmoetingen. Hoeft het gezegd dat die gesprekken mijn globalistische overtuiging sterken. Voor mijn part mag iedereen als een ware patriot zijn geboortegrond en bijhorende gebruiken de hemel in prijzen. Op dezelfde liefdevolle manier mag je evenzeer van een ander land houden en je verwant voelen met andere culturen. Meer zelfs: dat laatste is mijn inziens zelfs de meest vruchtbare bodem voor geestelijke en intellectuele verrijking. Bovendien maken dergelijke ontmoetingen ondubbelzinnig duidelijk dat mensen uit alle landen en culturen goed met elkaar opschieten mits ze respect opbrengen voor elkaar. Dat het kan bewijzen spelende peuters, kleuters en kinderen keer op keer: zij maken geen onderscheid tussen taal, huidskleur en cultuur, zolang zij het niet opgelegd krijgen door hun ouders.

Dé sleutel in dit alles is respect gecombineerd met een belangeloze en openhartige communicatie. Dat is de fijne machineolie die een maatschappij smeert. Elke afkeer voor deze of gene nationaliteit of cultuur heeft geen plaats in een samenleving die het goed meent. Zo’n aversie werkt uiteindelijk contraproductief tot een niveau dat het crimineel is.

Waar een ferry allemaal goed voor is…


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.