Laatst omarmde de piot in zijn dromen de dood.
Mijn Groote Liefde kan het bevestigen: de piot droom vaak en veel. De sukkelaar zelf gelooft dat dromen pogingen van het brein zijn om de overdag verworven data te verwerken en te herschikken. Meestal zijn de kapriolen van zijn slapende hersenen aangenaam tot guitig, gaande van bespiegelingen over een imaginaire exquise maaltijd, over een fantastisch evenement tot een aangenaam treffen. Vaak spelen Mijn Groote Liefde en/of de Milwaukee Vibrator een absolute hoofdrol in deze rêverie. Een zeldzame keer sluipt een regelrechte nachtmerrie het land van Morpheus binnen. Meestal staat dan het accidenteel overlijden van Mijn Groote Liefde of een gelijkwaardige catastrofe centraal. Recent was er ook een in paniek wakkerschieten omdat die Russische idioot op de vermetele rode knop had gedrukt.
Toch is voor de piot sterven niet altijd een bloedstollende gruwel die eindigt in het ontwaken tussen bezwete lakens. Zoals ook die nacht. De sukkelaar droomt hoe hij plotseling beseft dat het aftellen naar de dood niet langer een zaak is van jaren en maanden, maar van minuten en seconden. Kortom: hij voelt dat hij dra sterven zal. Tot zijn grote verbazing – zo herinnert de sukkelaar het zich – blijft de piot kalm en omarmt hij de serene rust die in zijn hoofd neerdaalt. En plots gaat het licht uit, zoals die keer toen hij na zijn sinusoperatie in de ontwaakzaal onverwacht wegzakte in bewusteloosheid, tot grote schrik van de aanwezige dokters, zo vertelde de chirurge achteraf. In zijn droom proeft hij de dood en weet dat die onherroepelijk is. Dat besef blaast niet eens zijn slaap aan flarden.
’s Anderendaags herinnert de piot zich “levendig” de droom over het sterfmoment. Even is hij in de war. Hoe komt het dat sterven – ook al is het in een droom – bij hem niet meer schrik ontlokt? Na lang peinzend denkt hij het antwoord te weten.
Zijn dood is een onvermijdelijk feit, weet hij, en statistisch gezien zal Magere Hein eerder vroeger dan later aankloppen. De voorbije jaren, vooral na “Het Immense Onrecht“, brachten gesprekken, zelfreflectie en lectuur het inzicht dat schrik voor het onafwendbare nutteloos en dus ronduit verkwisting van kostbare energie is. Dus daarom is hij niet langer bang van de dood. Er is enkel de latente vrees dat hij niet meer kan verwezenlijken wat hij in gedachten heeft en dat hij daarmee zijn omgeving zal tekort doen.
Uiteindelijk blijft enkel de schrik voor de schrik overeind, maar daar wordt aan gewerkt.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.