Het A-woord

Laatst voelde de piot dat sommige clichés vehikels zijn van de waarheid.

Aficionados weten het: de piot is al lang geen driemaalzeven meer, integendeel. Hoewel zijn geest hem af en toe heel gemeen een rad voor de ogen draait en fluistert dat hij nog steeds 36 jaar is (driemaaltwaalf), gaat zijn lichaam steeds harder roepen – zeg maar: schreeuwen – dat dit niet zo is.

Met ouderdom komt ook stramheid, wil de volkswijsheid, en daarvan is de piot elke ochtend een geprivilegieerde getuige, wanneer Mijn Groote Liefde uit de echtelijke slaapstede tuimelt. Zuchtend strompelt zij naar haar smartphone die aan de andere kant van de slaapkamer ligt op te laden, om het weksignaal te verstommen. Op dat moment is elke herinnering aan de dartele hinde (cfr. de straatloop- en trailperikelen van de Via Prosperità) astronomisch ver weg. Wat rest is haar ranke lijfje waarvan de aanblik de piot telkens weer tot in het diepste van zijn ziel verwarmt.

Een douche, een ontbijt en een handvol “shits” later, valt bij Mijn Groote Liefde gelukkig alles weer in de plooi. En zo blijft het de rest van de dag. Dat geluk is niet (meer) weggelegd voor de piot. De sensatie die hij bij elke ochtendstond mag proeven, blijft ongeveer de gehele dag dezelfde, als het wat meezit. Zodra zijn voeten de slaapkamervloer beroeren, spelen zijn heupbeen en onderrug op. Meestal blijft dat de rest van de dag zo, hoewel andere pijntjes steeds op de loer liggen. De latente hoofd- en nekpijn die hem geregeld ambeteren, duidde de dokter jaren geleden als een vorm van artrose aan de nekwervels. Recenter klinkt eenzelfde diagnose na het radiologische onderzoek van zijn haperende heupgewrichten.

De voorbije weken heeft de piot meer en meer last van pijnlijke en stramme gewrichten in de wijsvingers, en in mindere mate de middenvingers van beide handen. Na een kort onderzoek heeft de dokter vrij snel een eerste diagnose klaar, die een bloedproef later bevestigt. “Dit is geen reuma of jicht, zoals je vreest,” legt zij geduldig uit. “Dit is artrose.” De piot zucht en knikt. Aan de ene kant is het een geruststelling in de orde van “Hoera! Ik mag wijn blijven drinken!“. Helaas is het tevens andermaal de bevestiging van zijn voortschrijdende leeftijd en de bijhorende aftakeling.

Ik ben een oude man,” zegt hij op een avond hardop, waarna Mijn Groote Liefde hem trakteert op een stevig reprimande. “Nonsens! Je bent helemaal niet oud!” kijft zij met grote stelligheid. “Je bent net zo oud als je je voelt en je gedraagt!“.

De piot zwijgt. Hij voelt zich misschien nog 36 jaar, zijn wijsvingers wuiven “neen” en vertellen een ander verhaal. Zijn jeugd bestaat enkel in mooie herinneringen en uitstervende echo’s in zijn lichaam. Artrose is een realiteit die hoort bij een naderende bejaardheid. Dat weet hij en dat wil hij niet ontkennen, wat Mijn Groote Liefde hem ook mag voorhouden. De sukkelaar sluit de ogen en ziet voor zijn geestesoog eerst de kreupele ontwakingsdans van Mijn Groote Liefde en vervolgens hoe dartel zij de rest van de dag het leven omarmt. Zo kan het dus ook, denkt hij.

Opgelucht open de piot de ogen en plooit zijn lichtelijk stramme en pijnlijke vingers in de gekende “fuck off/fuck you“-positie, en mikt dat befaamde handgebaar welgemeend richting zijn leeftijd en de oprukkende artrose: “Kust allemaal m’n kleurpotloden.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.