Laatst maakte de piot andermaal tijd voor tijd. En wel niet als enige.
Tijd hebben, tijd maken, tijd nemen, tijd verliezen, tijd besteden, tijd winnen, tijd verspillen … Als je er even over nadenkt, is het een vreemde manier van spreken – en dus van denken. Alsof ‘tijd’ iets van ons is? Alsof wij daarmee kunnen spelen, tijd kunnen bepalen in plaats van erdoor bepaald te worden? Natuurlijk kiezen we tot op zekere hoogte wat we met onze tijd doen, maar voor een groot deel ook weer niet. Een spanningsveld dat reikt van de dagelijkse worsteling met de agenda tot het besef van onze aardse tijdelijkheid.
Deze gevleugelde woorden komen niet uit de pen van de piot. Het zijn de mooie inleidende zinnen van een artikel dat een van zijn mentors publiceert in demens.nu-magazine. De dame in kwestie weet het naar alle waarschijnlijkheid zelf niet, toch is ze wel degelijk één van zijn bakens en een gekoesterd ijkpunt.
De piot staat vaak en graag stijl bij het begrip ‘tijd‘, toevallig ook bij het verschijnen van bovenstaand geciteerde tekst. En dat is lang niet de eerste maal. (Door omstandigheden doet hij het zelfs dubbel). Hoewel hij weer een ei heeft, twijfelt hij nog tussen bakken en pocheren. Het enige wat op dat moment op papier staat is: “Laatst maakte de piot tijd voor tijd. De piot heeft reeds eerder nagedacht en geschreven over tijd.” Daar maakt een mens geen struif mee.
Een badkamerbezoek brengt daarin verandering. Oog in oog met zijn ochtendlijk spiegelbeeld maakt de piot een inventaris op. Ditmaal niet van het stijgend aantal huidvlekken, de permanent verloren haarwortels of de diepte van de kraaienpoten, hoewel dat ook wel eens mag gebeuren. Zoals zo vaak verzaken zijn gedachten de realiteit en concentreren zich op de toekomst, nabij en wat verderaf.
Plots komt de piot tot de vaststelling dat zijn tijd, zijn tijdsindeling en zijn tijdsbesef het voorbij jaar grondig veranderd zijn. Sinds zijn opruststelling heeft hij alle tijd om zich bezig te houden met die zaken die er voor hem werkelijk om doen. Meer zelfs: dat is tevens een zogenaamd permanent bevel van Mijn Groote Liefde, en over haar marsorders gaat de sukkelaar allesbehalve licht.
De piot heeft meer tijd dan ooit om zaken gedaan te krijgen, toch komt hij elke dag tijd tekort, in die mate dat zijn intenties om meer te schrijven er ernstig onder lijden. Wanneer hij zijn agenda inspecteert, komt hij tot de vaststelling dat het aantal items per dag ongeveer gelijk gebleven is in vergelijking met dezelfde periodes vorige jaar en het jaar daarvoor. Als de kwantiteit gelijk is, dat is misschien de intensiteit gewijzigd, hoort hij zichzelf denken. Misschien neemt hij nu meer tijd om een bepaalde bezigheid af te ronden? En dat klinkt meteen uitdagend: hoewel zijn resterende tijd op deze aarde elke dag inkort, neemt hij naarmate de tijd vordert meer tijd om zijn roepingen te beantwoorden.
De piot schudt het hoofd bij het aanhoren van zijn eigen besluit: “De tijd heeft de tijd veranderd”.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.