Laatst had de piot het weer niet gemakkelijk (*)
Lang voor de Via Prosperità de huidige kazerne betrekt, ligt de Rangorde der Machten reeds vast. En voor eeuwig, zo lijkt het. Zonder dat de piot er veel erg in heeft (of er iets kan tegen inbrengen) neemt Mijn Groote Liefde in de nagalm van de Big Bang of De Grote Kentering de meeste leidinggevende functies en verantwoordelijkheden voor haar rekening. Ze is niet alleen de generaal (ook voor haar collegaatjes) en de opperbevelhebber (vooral voor haar dierbaren). In het huishouden is zij naast de onbetwistbare CEO ook nog eens de CFO, de legal advisor en de strategy manager. Ook de rol van de piot is van bij aanvang klaar en duidelijk: de sukkelaar is de uitvoerende kracht in het geheel. Hij is tegelijk grondtroepen, verkenner en conciërge. Maar bovenal toch piot, eigenlijk.
Deze machtsverhouding leidt tot veel meer dan enkel het nodige en welverdiende aanzien jegens Mijn Groot Liefde. Doorheen de jaren resulteert het ook in een heel eigen manier van communiceren in de Via Prosperità. De informatie-uitwisseling is gekleurd met een specifiek taalgebruik en een uniek vocabularium, een beetje ingewikkeld, hoewel eerder hermetisch en dus een tikkeltje sibillijns. Bovendien zijn de uitgesproken zinnen vaak puzzels met woorden als mijnen.
De complexiteit van de communicatie is afhankelijk van de richting waarin die verloopt. Het eenvoudigste kanaal is dat van de piot naar het hogere echelon. Naast de dagelijkse, min of meer spontane rapportering volgens een geijkt formaat, beperkt dat afkondigen zich meestal tot het declameren van standaard antwoorden: “Ja“, “Neen“, “Ik weet het niet“, en uiteraard “Wat/hoe/wanneer moet ik dat doen?” Veel meer valt er over deze communicatielijn niet te zeggen.
De notificaties van Mijn Groote Liefde zijn meervoudig complexer, vooral als de piot het klankbord is. Elke letter dat de generaal uitspreekt, heeft een specifieke betekenis en bedoeling. Voortreffelijk als zij is, glijdt alles bij, rond en met haar geruisloos over in de overtreffende trap. Elke losse uitspraak is ergens een vrijblijvend verzoek. Het komt er op neer die bede te ontcijferen. Elk uitgesproken verzoek is niet zelden een dwingende vraag, waarbij enkel een snelle respons erger kan voorkomen. Elke vraag – hoe schijnbaar vrijblijvend die mag zijn – is meestal een onbespreekbare eis. Enkel wezens opgetrokken uit staal, titanium en gewapend beton kunnen zich veroorloven deze bevelen te negeren. Bovendien is elke opmerking die Mijn Groote Liefde poneert verheven boven alle discussie, terwijl elk commentaar, hoe teder en onschuldig dat op het eerste zicht ook is, zeer snel kan omslaan in een strenge terechtwijzing.
Toch is deze opsplitsing in vijf rubrieken (verzoek, vraag, eis, opmerking en commentaar) ronduit een gevaarlijke simplificatie, want de werkelijkheid is veel, heel veel ingewikkelder. Net als de volkeren in het Verre Oosten voegt Mijn Groote Liefde naast snelheid, klemtoon en accent nog een vierde dimensie toe aan haar taal. Minutieuze modulaties in de toonhoogte bepalen de diepere betekenis van woorden en zinnen. De ene uitspraak is de andere niet. Het ene woord betekent in een andere toonaard iets helemaal anders, soms zelfs het tegendeel, wat een heel waaier aan mogelijkheden (en valkuilen) opent. Het lezen van haar bedoeling is hierdoor bijzonder moeilijk en delicaat, maar gelukkig niet onmogelijk. Ervaring is in deze een niet te onderschatten leermeester.
Ondanks zijn jarenlange expertise slaagt de piot er bij momenten nog steeds in om sommige boodschappen en signalen die Mijn Groote Liefde uitstuurt, verkeerd te begrijpen, met alle gevolgen van dien. Keer op keer dompelt het de sfeer aan de Via Prosperità en het gemoed van de sukkelaar in diepe duisternis. Gelukkig houden deze donkere tijden zelden lang aan, mede omdat de piot op tijd en stond enkele zuurverdiende jokers op tafel gooit.
Anderzijds is het allemaal zo erg nog niet. De piot jammert nu eenmaal graag en uitvoerig over zijn leidinggevende, tegen iedereen die het horen wil. Simpele zielen stellen zich daarbij van alles voor, van vochtige kerkers tot gruwelijke martelsessies. Nogmaals: het is allemaal zo erg niet. Dat beseft de sukkelaar ook wel. De hachelijke communicatie is nu eenmaal een onderdeel van de persoonlijkheid van Mijn Groote Liefde. En die inborst mag er best wezen, vindt de piot.
Over de verpakking klaagt hij dan weer helemaal niet.
(*) Zie ook: “Help, Ze Martelt Mij!“
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
