Laatst overviel een inzicht over idioom, woordgebruik en taaluiting een nietsvermoedende piot.
De piot leest een vlot geschreven boek over een onderwerp dat zijn interesse kietelt. Het betoog van de auteur steun voor een belangrijk deel op discrete getuigenissen van betrokkenen, die vaak ook letterlijk in het verhaal aan het woord komen. Bij het lezen van menig citaat valt het op hoe de toon van een uitgeschreven depositie zoveel meer is dan een logische en organische opeenvolging van betekenisvolle klanken. De piot kan niet anders dan besluiten dat het cement dat de letters, woorden en zinnen tot een geheel kneedt, een niet te onderschatten invloed heeft op de kleur en teneur van de ontboezemingen.
Hoewel alle geïnterviewden dezelfde woorden gebruiken om een voorgelegd topic te omschrijven en te becommentariëren, is de teneur van de onderscheiden betogen zeer uiteenlopend. Bij de meesten is de toon meegaand, welwillend en zorgzaam, zoals dat van een goede huisvader. Anderen klinken smalend, soms ongemeen hard en voorwaar onmiskenbaar rancuneus. Bij hen druipen de woorden van haat, wringen de zinnen alle schoonheid uit het verhaal en ruikt de klankkleur naar verzuring. Al snel meent de piot een gemene deler in die wrokzwangere getuigenissen te bespeuren. Zonder uitzondering komen zij uit de mond van mensen met een zogenaamde nationalistische signatuur. Elk van hen pretendeert in het diepste van zijn ziel een humanist te zijn, en dus het beste voor te hebben met mens en maatschappij, maar hun discours ontbloot een heel andere inborst.
Daar moet de piot toch even over nadenken. Het is een fenomeen dat ook op andere plaatsen opvalt. Waarom spant de toon en taal van sympathisanten van Eigen Belang en andere Neues Flämisch-bewegingen de kroon als het op barsheid aankomt? Waarom lijkt dat soort figuren geprogrammeerd om ruw, koud en wreed uit de hoek te komen? Waarom klinkt er nooit zon, hoop en vriendschap in hun spraak? De piot meent in hun exposé een afspiegeling te horen van een streven naar een donkere, kille en hardvochtige maatschappij en dat vooruitzicht maakt hem zowel bang als rebels. Een permafrost landschap bezaaid met puntige rotsen ligt het verst van zijn in se nobele betrachtingen.
De piot weet dat het eenvoudig en simpel anders kan. Een ex-collega verwoordt het steevast als volgt: “Het kwade moet je versmachten met veel liefde…” Volgens die gevleugelde woorden bestrijd je slechte mensen het best met oeverloze goedheid. Dat dit veel meer is dan een schone theorie, mocht de piot reeds meermaals ervaren. Nog maar enkele dagen terug rapporteert hij in het aanschijn van Mijn Groote Liefde een voorval dat dit principe onderstreept.
Het is loeiend druk in zijn geliefd filiaal van een uitverkoren supermarktketen. De jonge vrouw aan de kassa doet de schattige voornaam op haar personeelsplaatje oneer aan. Alles in haar is nors: haar gezicht, haar woorden en haar bewegingen, en de klanten hebben het geweten. Wanneer de piot aan de beurt is, lacht hij naar de kassierster: “Goeiemorgen!” Enige reactie blijft uit. De piot geeft niet op: hij blijft glunderen. Nadat zij alle artikelen gescand heeft en vervolgens zuchtend naar de kassa wijst, bedankt de piot haar een eerste keer. Zij slaat de ogen op kijkt hem vertwijfeld aan. Bij het pinnen veinst de piot onhandigheid zodat hij een tweede keer moet toetsen. Haast giechelend verontschuldigt hij zich uitgebreid. Wanneer de jonge dame hem na het afrekenen het kassaticket toestopt, gooit hij met zijn breedste glimlach alles in de strijd: “Dank je wel en nog een prettige dag“, lacht hij, en zowaar bloeit haar fraai gezicht open: “Voor u ook. Bedankt en tot ziens.”
Het is slechts één van de vele ervaringen die de piot sterkt in zijn streven om elke duistere intentie – van welke aard en volgens welke agenda dan ook – te counteren met een grote glimlach (hoe pijnlijk ook), een vriendelijk woord (zelfs ver gezocht) en een open hart (tot zover dat respect ervaart). Of anders gezegd: het strikt opvolgen van regel 137 van het befaamde algoritme “De Zin Des Levens“, ook gekend als “Doe Goed En Alles Komt Goed“.
Het is kwestie van volhouden, denkt de piot. Op de duur bezwijkt zelfs de gemeenste taaltoon onder de uitstraling van een eerlijk betoog, en polijst een innige stroom goede bedoelingen de scherpste stenen tot warme knuffelkeien.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.