Kafir كافر

Laatst brachten erg specifieke antwoorden en opmerkingen de piot danig van slag.

De voorbije dagen en weken was het eerder rustig in deze kamer van het WorldWideWeb. Dat is geen toeval. Familie, vrienden en kennissen weten dat de piot ook dit jaar druk in de weer was op de zogenaamde Brussels Motorshow ofte het Autosalon. Dat vertoeven tussen prachtig glimmende automobielen en evenzeer aantrekkelijke figuren van allerlei kunnen en afkomst, is voor de sukkelaar bijna uitgegroeid tot een verslaving. Net als bij vorige passages was de piot ook dit keer informant bij La Déesse.

Toch verschilde deze recente beleving nogal van vorige edities. Dat heeft weinig of niets – of op een bepaalde manier misschien echt wel – te maken met het profiel van de collega’s. Zelfs zonder doorgedreven identiteitscontrole is het vanaf de eerste kennismaking duidelijk dat ze allen zonder onderscheid veel, heel veel jonger zijn dan de piot (het onwaarschijnlijk omgekeerde zou meer verbazing wekken) en stuk voor stuk in de leeftijd vallen van zijn eigenste kinderen, Junior en Het Studentje (dat trouwens ook op de Heysel in de weer was).

Op de eerste dag in het leslokaal is heel snel duidelijk dat de meesten van die piepjonge collega’s niet geheel op de hoogte zijn van het concept “discipline“. Voor de meesten lijken afspraken en dwingende richtlijnen rond aanvangstijden, gsm-gebruik en andere triviale zaken, slechts futiele suggesties, die ze vrolijk en herhaaldelijk negeren. Dat alles enerveert de piot enorm, maar meestal kan hij dat sentiment onderdrukken, totdat hij naar dagelijkse gewoonte op appèl bij Mijn Groote Liefde verslag uitbrengt van zijn wedervaren.

De lunches zijn in de ogen van de piot ware culinaire huzarenstukjes. De cateraar slaagt erin elke noen en bij nocturnes ook ’s avonds een smakelijke maaltijd te serveren, daarbij rekening houdend met alle gangbare dieet-wensen: halal, vege en vegan. Het duurt niet lang of de moslims onder de collega’s merken hoezeer de piot zich vol enthousiasme op de halal-spijzen stort. Een van hen vraagt onomwonden hoe dat komt, hoe de vork in de steel zit. Naarmate de uitleg van de sukkelaar zich ontplooit, kan het antwoord de kerel steeds minder bekoren.

Halal vind ik gewoon lekkerder en gezonder,” zegt de piot naar waarheid. Die uitleg is te beknopt, merkt hij, dus voegt hij eraan toe: “Halal-voedsel is minder industrieel bewerkt.” Zijn gesprekspartner knikt geestdriftig: “Dus jij eet ook geen varkensvlees?” “Jawel,” antwoordt de piot, “maar daar gaat het niet om.

Vervolgens haalt hij diep adem en gooit zijn mening op de figuurlijke tafel: “Dat moslims geen varkensvlees eten of mogen eten, is historisch te verklaren. Islam is ontstaan in warme landen. Varkensvlees heeft de onhebbelijke gewoonte sneller te rotten en verdorven te geraken dan rundervlees, zeker in subtropische gebieden. In vroegere tijden zagen mensen dat ze vaker ziek werden na het consumeren van Piggy dan van Bella. Ze konden dat niet zo snel verklaren. En wanneer in primitieve tijden mensen iets niet konden verklaren, riepen ze graag de hulp in van een godheid of iets gelijkaardig. ‘God straft ons wanneer we varken eten,’ besloten zij op basis van hun beperkte wetenschappelijke kennis. Dus werd dit een leefregel binnen hun levensbeschouwing.

De gesprekpartner van de piot is duidelijk in de war: “Ja. Dat kan zijn. Maar het varken is ook een onrein dier omdat het zijn nakomelingen opeet.” Daarop vind de piot het wijselijk om de discussie te laten voor wat het is.

Toevallig komen vervolgens een paar salonbezoekers met een mondmasker langs, waarop de piot achteloos zegt: “Tsja, zo’n beurs is natuurlijk een ideaal decors voor besmettingen; verkoudheden, griep en en andere virussen. Gelukkig hebben we vaccins.” Waarop diezelfde collega antwoordt: “Dat is niet erg. Er zijn trouwens veel meer mensen gestorven door het toedienen van vaccins, dan door de ziektes zelf.” Op dat moment verliest de piot eventjes zijn koelbloedigheid: “Waar in godsnaam haal je dat vandaan? Dat is wetenschappelijke nonsens. Wie zoiets beweert liegt. Wie zoiets zegt is een leugenaar.” De piot heeft onmiddellijk spijt van zijn harde statement.

Niet veel later geraakt de piot toevallig betrokken in een gesprek over huwelijken en families. Een van zijn collega’s is nieuwsgierig naar de echtelijke status van de piot: “Ben jij getrouwd?” Bij wijze van antwoord toont de piot zijn linker wijsvinger, waarop een ring-tattoo prijkt. Mijn Groote Liefde heeft net dezelfde. “Gij zijt getatoeëerd!” toetert de kerel, “Dat mag niet. Dat is haram. Geen tattoo alsjeblieft.”

Een ogenblikje! Tattoos zijn verboden?” reageert de piot en de kerel knikt hevig. “Mag het niet omdat het zogezegd je lichaam beschadigd of omdat je een perfect lichaam geschonken door god niet mag veranderen?” Opnieuw knikt de jongeman: “Beiden!”

De piot proeft hypocrisie, vooral in het licht van wat hij rond zich ziet. Het is gewoonweg te grappig om niet op door te bomen, vindt hij. De meeste van de moslim-collega’s zijn nicotine-verslaafd. Alle meisjes dragen zonder uitzondering gel-nagels. Bovendien bepoederen de meesten onder hen zich zo heftig met fond-de-teint en aanverwanten dat mocht je iets naar hen gooien, het gegarandeerd aan hun gezicht blijft plakken (dank je wel Xander De Rycke voor deze prachtige kwalificatie). Enkele dames hebben een permanente, niet natuurlijke duckface. Tot slot is voor meer dan een freule een zonnebril een overbodige accessoire, want hun oogleden zijn getooid met valse wimpers ter grootte van zonneweringen.

Als je je lichaam niet mag beschadigen, dan mag je eigenlijk ook niet roken,” lacht de piot plagerig. Hij negeert het protest en voegt er aan toe: “En als je je lichaam niet mag veranderen, dan is make-up eigenlijk ook verboden”. Over besnijdenis durft hij niet eens beginnen.

Licht protesterend bevestigen zijn gesprekspartners de vaststelling van de piot: “Eigenlijk mag het allemaal niet. Het is allemaal haram. Maar een beetje haram kan geen kwaad. Je hebt haram en haram. Het komt er eigenlijk op neer dat je je plaats in het paradijs enkel kan verdienen met voldoende, genoeg halal.

Ben jij gelovig,” vraagt plots één van de rokers, “Geloof jij in god?

Kijk, wat ik nu ga vertellen is mijn persoonlijke overtuiging,” begint de piot, “Hou altijd voor ogen dat ik jullie levensbeschouwing respecteer, zolang het dat van mij respecteert.” De toehoorders knikken en dus gooit de piot zijn waarheid op tafel: “Ik kan niet in god geloven, want god bestaat niet. Er is geen god. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor god. Ergens ben ik wel religieus, maar dat is iets helemaal anders. Uiteindelijk geloof ik enkel in wetenschap. Ik geloof enkel dàt wat wetenschappelijk vast te stellen is.

Eventjes heeft de piot de indruk dat zijn toehoorders verschrikt hun adem ophouden. Dan stelt dezelfde hogeschool-student op een vriendelijk-agressieve toon: “Dus gij gelooft in de Big Bang, de theorie van Darwin en al die shit. Gij gelooft dat wij van de apen afstammen? Gij gelooft al die zever?” De piot weet niet direct wat zeggen en houdt het op een simpele “JA“. Dat luidt meteen het einde van het gesprek in. Het is meteen ook voor de rest van het Autosalon het laatste woord over eender welke topic met een mogelijk levensbeschouwelijk kantje. Vanaf dat moment heeft de piot tevens de indruk dat sommigen in het team hem beginnen te mijden.

Het voorval blijft de gedachten en de gemoedsrust van de arme piot bestoken. In zijn hoofd hoort hij meer vragen dan antwoorden. De kwestie verlamt zelfs zijn pen.

Met zijn toch niet zo simpel verstand (ttz: naar zijn eigen bescheiden mening), kan de piot er maar niet bij dat ogenschijnlijk verstandige jongens en meisjes, met de nodige hogeschool- en zelfs universitaire diploma’s, die stuk voor stuk en zonder onderscheid slim genoeg zijn om steekhoudende gesprekken en uiteenzettingen te houden, toch zonder een krimp te geven wetenschappelijke feiten en daaruit voortvloeiende basale kennis flagrant negeren. De piot snapt het gewoonweg niet.

Wat moeten we denken over het gemak waarmee studenten onderbouwde leerstof en feiten reproduceren met het oog op het behalen van een diploma, en die kennis tegelijk in de vuilbak kieperen en inruilen voor axioma’s, aannames en andere niet bewezen stellingen van een of andere levensbeschouwing? Wat brengt hen ertoe wetenschap te bestempelen als “gezever“, enkel en alleen omdat het niet samenvalt met de regels van duistere geschriften?

Bij die laatste gedachte moet de piot denken aan die uitspraak van een van zijn goeroes, Ricky Gervais, die geparafraseerd hierop neer komt: wanneer alle religieuze en wetenschappelijke teksten vernietigd worden, dan zullen binnen enkele eeuwen alle wetenschappelijke bevindingen op exact dezelfde manier opnieuw beschreven staan, terwijl alle andere beweringen voor eeuwig verdwenen zijn.

In heel dit verhaal vindt de piot nergens een antwoord op zijn “why“? “Hoe is het mogelijk?” schreeuwt zijn brein keer op keer. Ergens ziet hij wel waarom in wezen verstandige mensen toch de grootste onzin voor waar aannemen en onweerlegbare feiten afwijzen. De diepere oorzaak schuilt in hun antwoord: “Ik geloof dat niet…” Hun geloof is hun enige repliek en houvast. Hun opvoeding en hun cultuur bieden een omgeving waarin ze zich veilig voelen, en hun comfortzone verlaten voor een zaak die indruist tegen wat hun ouders, hun familie en hun vrienden voor staan, is niet zo eenvoudig.

Hoe triest die ervaring en die vaststelling ook mogen zijn, het sterkt de piot in zijn streven om de schoonheid en waarheid van wetenschap blijvend te verdedigen, ook (en vooral) ten overstaan van andersdenkenden. Hij is nu eenmaal met enige trots een respectvolle “kafir“.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.