Laatst leidde in de Via Prosperità een lekkende leiding tot een vreemde conclusie.
Een paar weken geleden slaat Mijn Groote Liefde groot alarm: de centrale verwarming doet het niet meer. In afwezigheid van de piot stelt zij met de beknopte handleiding in de hand een correcte diagnose: de waterdruk op de leidingen is zo extreem laag dat de brander uit veiligheid zichzelf heeft uitgeschakeld. Verenigd zoekwerk presenteert een remedie (“Waar zit die waterkraan?“) en dra stralen de radiatoren opnieuw warmte uit zoals het hoort. Enkele dagen later is het opnieuw prijs, waarna de procedure zich herhaalt. Het is allemaal boter aan de galg: al heel snel is het niet meer mogelijk voldoende druk op de leidingen te zetten. Zoveel is duidelijk: ergens in het buizenstelsel schuilt een lek.
Zoals de brandverzekering voorziet (en in deze materie weet Mijn Groote Liefde als geen ander hoe de vork in de steel zit) start de Generale Staf online een schadedossier op. Al heel snel biedt een zogenaamd “gespecialiseerd” lekspeurder zich aan. Op zijn bevel zet de piot opnieuw de waterkraan open, waarna de kerel met een vervaarlijk uitziende, spitse staaf alle zichtbare leidingen op het gelijkvloers één voor één aantikt (want “boven kan het lek niet zitten; dat had je al lang gemerkt“). Na een half uurtje rondlopen en buizen beroeren zit het onderzoek er op. De man wijst op een leiding en zegt: “Hier ergens is het, op deze buis.” Daarna is het wachten op zijn rapport. Na het doornemen ervan maakt de aangewezen loodgieter echter bezwaar (“de beschrijving is te vaag“), waardoor een tweede opinie zich opdringt.
Ditmaal oogt de présence en de aanpak van de vakman heel wat professioneler. De nieuwe speurder is duidelijk beter uitgerust, of tenminste: gooit meer toestellen in de vuurlinie. Eerst doorkruist hij het huis met een gevaarlijk ogende metaaldetector. Af en toe houdt hij haalt en kleeft een blauwe strip op de vloer: “Hier lopen de verwarmingsbuizen.” Daarna zet hij de waterkraan open in een poging druk op de leidingen te krijgen. Net als zijn voorganger gaat hij aan de slag met een speerachtig instrument, maar ook met een apparaat dat een beetje gelijkt op een defibrillator, maar dan met heel lange spiraalkabels met magnetische staafjes op het uiteinde en tot slot nog met een vreemd toestel met klemmen. De klemmen en de magneten gaat beurtelings op de leidinguiteinden aan verschillende radiatoren. Tijdens het onderzoek stroomt constant water door de buizen. Al snel concentreert zijn zoektocht zich min of meer op de plaats waar zijn collega geland is, al heeft de speurder zo nog zijn twijfels: “Het lek zit ergens op die twee buizen, maar ik kan niet vinden waar.”
Plots komt er in de hoek van de woonkamer water uit de grond. “Dat is niet normaal“, zegt de man en met zijn metaaldetector scant hij de aanpalende muur op buizen: “Hier gaan leidingen naar boven,” besluit hij tot grote verbazing van de piot. Vervolgens trekt hij naar de ketel.
Terwijl de piot het water op het parket opdweilt, hoort hij de leidingen uitgebreid klokken. Net op dat moment komt de onderzoeker terug binnen met in zijn hand een koffertje met led-lichtjes waar een glimmende flexibele buis uitsteekt: “Ik heb traceergas op de leidingen gestoken,” verduidelijkt hij. Het vreemdsoortig apparaat is een gas-snuffelaar waarmee hij langs de leidingen loopt. Hier en daar lichten enkele lichtjes op. In de hoek van de zitkamer, op de plaats waar het water uit de grond kwam, gaat het apparaat alarmerend piepen en slaat de digitale meter helemaal uit. “Hier zit het lek,” besluit hij, en duidt de plaats precies aan. Meteen is het rampgebied ingekookt van de halve living tot een tegel.
Dat alles zet de piot aan het denken. Twee vakmannen speuren naar een onzichtbaar lek, en komen tot een verschillende conclusie. De piot vermoedt dat een duidelijk verschillende aanpak de oorzaak is.
De eerste luistert naar het stromend water de leidingen en zegt vervolgens dat door het parket een verder onderzoek met luisterapparatuur niet mogelijk is. Hij wijst pertinent op één buis en kadert vervolgens met een vage beweging een rechthoek van 3 tot 5 vierkante meter.
De tweede luistert niet alleen naar de doorstroming, hij voert ook allerlei metingen uit en hanteert onder meer een sonar om de leidingen in de grond te contacteren. Pas nadat hij ontdekt dat er ook in de muur leidingen naar boven lopen, weet hij het zeker en beperkt het zoekgebied tot een dikke halve vierkante meter op ruim 2 meter van de eerste verdachte plek, aangeduid door zijn collega: “Volgens mij zit het lek hier, waarschijnlijk in de bocht.” Wanneer enkele dagen later de klusjesman de vloer openbreekt, volgt snel de bevestiging: in de bocht van de vloer naar de muur zit in de buis een scheur van wel 2 cm.
Het voorval zet de piot aan het denken.
Twee vakmannen met een (waarschijnlijk) gelijkwaardige opleiding en/of expertise, en beiden beschikkend over (waarschijnlijk) gelijkaardige detectiemiddelen, komen onafhankelijk van elkaar tot een verschillend besluit met een nogal opvallend verschillende gedetailleerdheid. Wat zegt dit voorval in het algemeen over informatie-vergaring en over de interpretatie van beschikbare data?
De piot blijft zich vragen stellen. Het is dus mogelijk dat feiten zomaar te vatten zijn, maar dat de onderzoeker ze daarom niet altijd goed vast grijpt, laat staan: begrijpt. Overduidelijk is de ene aanpak de andere niet. De ene onderzoeker gebruikt het volledig beschikbaar arsenaal, de ander alleen wat hem zint. De ene speurder gaat tot op het bot, de ander kadert voor zover het hem uitkomt.
Plots beseft de piot dat hij niet alleen, of beter: niet langer uitsluitend nadenkt over lekdetectie, maar ook over de maatschappij en mogelijke modi operandi op diverse terreinen an sich. Wat zegt dat over (dé) waarheid, en wat wij voor waarheid aannemen?
De piot zucht, schudt met het hoofd en gaat verder met lezen in zijn boek “Fuck de Media, Red de Pers” (*). Tijdens het omslaan van de laatste pagina’s gaat het hem dagen: wat geldt voor de pers en de media in het algemeen, geldt ook voor zoiets triviaal als lekdetectie.
Het ene onderzoek is het andere niet. De ene onderzoeker is de andere niet.
(*) Guido Van Liefferinge, “Fuck de media, red de pers“, EPO, ISBN 978 946 267 36 94.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Pingback: Warm/Koud | Rik Wintein