Laatst compileerde de piot voorwaar een lijstje.
Opsommen wat er allemaal door het hoofd van de piot vloeit, flitst en dendert is een Sisyphus-opdracht, een taak die elk weldenkend mens zelfs zijn ergste vijanden niet toewenst (hoewel…). Toch vindt de sukkelaar het bij wijlen interessant – en vooral: nuttig want verhelderend – om een aantal zaken op een rijtje te zetten, bij voorkeur fysiek onder de vorm van een handgeschreven lijst, het liefst met een vulpen op papier. De waaier mogelijke themata van dergelijke overzichten is geweldig divers en uiteenlopend. Zijn meest recente creatie is een catalogisering van zaken die hem storen in het verkeer.
In tegenstelling tot wat velen denken, is zijn teleurstelling niet enkel beperkt tot personenwagens en ander gemotoriseerd vervoer, al gaan die stouteriken wel met het leeuwendeel lopen. Ook voetgangers en vooral fietsers van allerlei slag halen probleemloos de lijst.
Inzake de automobiel stoort hem vooral het radicaal en flagrant verkeerd gebruik van de pinkers. Daar kan de piot zich grenzeloos aan ergeren, zonder het nog maar te hebben over die typische producten van de Bayerische Motoren Werke, waarbij ofwel die specifieke lichtjes stuk zijn, ofwel de bestuurder nog niet heeft uitgevogeld waarvoor richtingsaanwijzers dienen, ofwel de man/vrouw achter het stuur bij verre na niet weet welke handel of schakelaar de specifieke lichten aanstuurt. Neen. De grootste frustratie van de piot is het opzetten van de pinkers (soms erg) lang nadat het maneuver of de koerswijziging, en de bijhorende snelheidsverlaging is ingezet. Bij elk voorval heeft hij zin om te toeteren. Helaas is hem dat verboden door Mijn Groote Liefde.
Al even vervelend is het nerveus “pompend” rijden, waar de achterligger het ene moment flirt met de achterbumper van de wagen voor hem, zich vervolgens laat uitzakken om tot slot luid grommend op te trekken tot net niet in de koffer van de voorligger. Dat redelijk onvolwassen gedrag wortelt allicht in een diepe drang om zichzelf zichtbaar(der) te maken, denkt de piot. Het heeft alvast een vreemd effect op zijn voetenspel, waardoor de Commandeur subtiel maar voelbaar vertraagt. Soms heeft de sukkelaar zin om de wagen helemaal tot stilstand te brengen en de pompende puber (het zijn onveranderlijke jonge kerels, nooit vrouwen) om tekst en uitleg te vragen, maar ook over deze reactie heeft Mijn Groote Liefde een afwijzend dictaat uitgesproken.
Ook het negeren van voorrangregels en bij uitbreiding verkeerslichten, scoort hoog in de rij. Dat sommige autobestuurders blijkbaar van oordeel zijn dat voorrangregels niet of nauwelijks van toepassing zijn op fietsers, is niet alleen dodelijk gevaarlijk, maar – al even erg – een uiting van hyper egocentrisme, vind de piot. Overigens zijn ook de al dan niet sportieve gebruikers van al dan niet elektrische fietsen niet vrij van zonde. Waar op sommige Duitse patsermobielen pinkers ontbreken, geldt iets gelijkaardigs voor de tweewielers met een ondersteunende motor tussen de pedalen: vaak ontbreken de remmen, schijnbaar, waardoor de fietsers voorrang claimen op alles en iedereen.
Het negeren van verkeerslichten is iets complexer en tegelijk ook niet. Nogal wat weggebruikers (te voet, voortbewegend met een ontploffingsmotor en alles daartussen) beschouwen dat soort verkeerssignalen als een kruispunt-versiering met hoogstens enig suggestief belang. Dat heeft – naar de piot vermoedt – alles te maken met een heel eigen interpretatie van het aangeboden kleurenpalet (groen-oranje-rood), al dan niet in de vorm van pijlen of mannetjes.
“Groen” wil zoveel zeggen als: “Haast je maar want je bent te laat. Let niet op de rest.” “Solide oranje” is een aansporing om vooral niet te remmen en heel veel gas te geven, meer niet. Wat de betekenis van een “oranje knipperlicht” is, is hen al even vreemd als het onderscheid tussen groepen en periodes in de tabel van Mendelejev.
Als verkeerlicht is “rood” een meer subtiele kleur. Het begint met een soort drie seconden-regel. Het moment dat die bovenste lamp oplicht, is voor automobielen een waarschuwing dat een drietal seconden later de “vijand” uit de andere richting toestemming krijgt om zich in beweging te zetten. Dus kan het nog net om het kruispunt op te rijden. Na die drie seconden houdt een wagen overdag best halt net voorbij de stoplijn, terwijl ’s nachts doorrijden een mogelijke optie is. Bij fietsers betekent “rood” simpelweg dat doorrijden niet aan te raden is, tenzij om rechts af te slaan, en tenzij het nacht is. Voetgangers hoeven zich weinig aan te trekken van “rood” of “oranje“, op voorwaarde dat hun fysieke conditie het toelaat om een tussenspurtje te trekken.
Het lijstje telt nog enkele topics (e.g. foutief parkeren), maar die zijn minder important wegens minder gevaarlijk voor de medeweggebruiker.
De piot wordt oud, vreest de sukkelaar, al mag hij die gedachte niet uitspreken in het bijzijn van Mijn Groote Liefde. En toch is het zo, weet hij, en ook dat het een kunst is om eender welke verwelking zo lang mogelijk verborgen te houden.
Misschien moet hij daarover eens een lijstje maken…
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.