Inertie

Laatst onderging de piot de schoonheid van loomheid.

Het is geen geheim: bij het ontstaan van dit verhaal resideert de piot niet in zijn geliefde Via Prosperità, maar een dagreis zuidelijker. Een en ander heeft te maken met een specifiek marsbevel van Mijn Groote Liefde gericht aan Magnifieke Marcel met het oog op het welslagen van gespecialiseerde maneuvers achter de kazerne, met name het vredig laten ingroeien van de nieuw aangelegde grasmat. Dus was de piot “vrijwilliger” om de gezinshond – een ware pelouse-terrorist – te begeleiden voor een uitgebreid verblijf op een van die plekjes waar de hemel de aarde beroert.

En dat zit het tweetal dan. Ook al is de lente aangekondigd, de Provençaalse winter laat zich niet zonder slag of stoot opzij duwen, en vecht terug met een vileine oostenwind die soms neigt naar Mistral, afgewisseld met regenbuien die variëren van mottig tot kletsnat. Heel af en toe valt er ook een donderslag. Maar de troepen houden het warm, lekker en droog in de knusse en gerieflijke pied-à-terre. Ze genieten van de vele lekkere Produits du Terroir en zetten in op klusjes allerhande.

Of het leven in le Midi zoveel beter is, hoor je de piot niet zeggen, in tegendeel. Wat wél onomstootbaar vaststaat, is dat het bestaan daar anders verloopt, en eigenlijk ook niet. Het verschil zit hem in de details, want het dagelijkse reilen en zeilen zijn in essentie grotendeels gelijk.

De taken van de piot zijn nagenoeg dezelfde als altijd. Net als in de Via Prosperità behoren supply chain, wasgoed- en vaatwerk-zuivering, catering, vloerontstoffing, afvalverwerking en dogsitting tot zijn kerntaken. Tijdelijk bijkomende verantwoordelijkheden zijn het soppen van de vloeren en tuinonderhoud (bij dat laatste krijgt hij geweldig veel hulp van maairobot Nico die alvast 95 procent van het klusje voor zijn rekening neemt). Aandachtige lezers hebben gemerkt dat ramen lappen op het lijstje ontbreekt. Dat is normaal. Het is een publiek geheim dat de Via Prosperità niet meedoet aan dergelijke gekkigheden. In één beweging praktiseert de piot ook een heel eigenzinnige manier van textiel strijken, waarbij elk stoomtoestel overbodig is.

Op een avond overvalt de piot tijdens het tv-kijken een eigenaardige gewaarwording. Zoals wel vaker maakt de sukkelaar van een reclameblok gebruik om een frisdrankje uit de ijskast te halen, voorwaar geen onbekende activiteit voor de halve wereld. Het valt hem op dat het overbruggen van de afstand tussen de salontafel en de keuken ongeveer even lang duurt als in de Via Prosperità, ondanks het feit dat de afstand iets minder dan de helft is. Het is een raadsel die hij niet onmiddellijk opgelost krijgt.

De volgende ochtend bij het spontaan ontwaken stelt de piot bijna kwansuis vast dat hij in vergelijking met zijn slaappatroon in de kazerne ondertussen vier dagen op rij gemiddeld anderhalf uur later de ogen opent. Aan de wekker kan het niet liggen, want die gebruikt hij sinds geruime tijd niet langer. Tijdens het ontbijt denkt hij daarover na. Terwijl hij uitgebreid bij een kopje koffie nageniet van de verse croissant, komt hij tot een stellig besluit. Hoewel de afstanden tussen zijn fauteuil en het kookvertrek, tussen vaatwasmachine en keukentafel onmiskenbaar korter zijn, vergt het de piot onmiskenbaar evenveel tijd om ze te overbruggen als in de Via Prosperità.

Anderzijds stelt de piot vast dat ondanks de redelijk gevulde kluslijst en de gebruikelijke huishoudtaken, hij meer dan thuis tijd overhoudt om te lezen en te schrijven, naast motorrijden en joggen nog steeds zijn favoriete hobby’s. Hoe vreemd dat ook mag zijn, deze vaststelling (en de literaire activiteit op zich) overspoelt hem met een zalig gevoel.

Over dit alles moet de sukkelaar toch even dieper nadenken. Totdat het pijn doet.

Zoals zo vaak brengt een uitgebreide wandeling met Magnifieke Marcel helderheid. Het stappen over landweggetjes, door prille akkers en langs klaterende bevloeiingskanalen brengt net als het schrijven rust en structuur in zijn hoofd vol losgeslagen gedachten.

Alles op een rijtje gezet, ziet de piot maar één mogelijke oorzaak die alle bizarre symptomen inzake tijd&ruimte kan verklaren. Op deze magische plaats tussen Rhône en Durance tikt de klok niet alleen veel trager, maar ook veel intenser. Elke zin en elk woord, gelezen of geschreven; elke stap en elke gedachte, uitgesproken of in het hoofd; wat de piot ook onderneemt, doet of laat: het gebeurt allemaal dubbel zo intens. En toch slaagt hij erin om terzelfdertijd trager te stappen en te praten, te eten en te schrijven.

De sukkelaar beseft dat hij dit alles hem “lui” kan doen lijken. Hij huivert want hij vindt dat een vies woord, dat bovendien allesbehalve de lading dekt. Hij is wel degelijk zeer actief. Daarom houdt hij het liever op “sloom“, want die toestand is al bij al een soort laksheid waarin het lekker en zalig toeven kan zijn. “Sloom zijn” is niet persé een slechte zaak. Het is zelfs een goed ding, omdat het rust doet groeien in zijn hart. De piot leeft trager en intenser, en ondanks het gemis van Mijn Groote Liefde voelt hij zich verregaand gelukkig. Tot dat besluit komt hij na veel wikken en wegen.

Uiteindelijk is die aangehaalde sloomheid waarschijnlijk ook de reden waarom de piot steevast pas iets na middernacht de slaapstede opzoekt.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.