Laatst raapte de piot een steentje op en hield het bij.
Op basis van zijn contract heeft Magnifieke Marcel dagelijks recht op minstens twee middellange wandelingen of kakpromenades. Alleen in heel uitzonderlijke gevallen, zoals beschreven in voornoemde overeenkomst, is een afwijking van dit stramien toegelaten. Daarnaast is voor de uitvoering van de opdracht de geografische locatie van ongeschikt belang.
Zo komt het dat de piot onder het goedkeurend oog van Les Alpilles nog maar eens Magnifieke Marcel begeleidt tijdens zijn zeer geapprecieerde ochtenduitstap. Naar goeie gewoonte marcheert het peloton over een van de vele landweggetjes, alhier doorgaans een wagenbreed pad dat zich het best laat omschrijven als een onverharde kiezelstrook, waar wielerwedstrijden zoals de Strade Bianche een patent op hebben.
Druk snuffelend huppelt Magnifieke Marcel heen en weer, van links naar rechts, tussen beide boorden die nog net wat vergrijsd groen uitademen. Plots ziet de piot in het midden van de weg – als is het een alien – een pruimgrote, vuiloranje kei liggen. In een reflex raapt hij de gepolijste steen op en monstert hem aandachtig. Aan een kant is de kei wat vlakker, terwijl de andere, bollere zijde is doorkerft met een flauwe groef. Dat geeft het ding een beetje het uitzicht van een slordig doormidden gesneden abrikoos.
De piot vindt het wel wat hebben en stopt de vondst tot zijn eigen verbazing in zijn broekzak. De rest van de wandeling is eerder saai en vooral onsuccesvol wat de prestaties van Magnifieke Marcel betreft. De poepzakjes mag de piot op zak houden.
Eenmaal terug in het tijdelijk kampement spoelt de piot de roestkleurige kei onder de kraan en legt hem vervolgens naast zijn laptop op de schrijftafel. De sukkelaar staart naar de steen en vraag zich af wat hij ermee kan doen. Het voorwerp trok zijn aandacht, dus heeft het een betekenis, denkt hij. Om er toch iets mee aan te vangen, graait de piot naar de bonnetjes van de klusopdrachten. Hij sorteert de papiertjes tot een stapeltje en legt de kei er bovenop, met de vlakke zijde naar onder.
Plots beseft de piot het: nu mag zijn vondst nog fungeren als een presse-papier, het ding is eigenlijk zoveel meer. Hoewel de kei in wezen een dood voorwerp is, door het op te rapen en te wassen, kreeg hij een ziel. Die psyche is weinig meer dan de gedachten en de betekenis die hij er zelf in projecteert, weet de piot, maar dat betekent niet dat het allemaal minder waar of waard is. Daarom staat zijn besluit vast: binnen een paar dagen mag de kei mee naar de Via Prosperità als een tastbaar bewijs en herinnering aan dit (andermaal hemels) verblijf. Wellicht mag hij zijn taak verder uitoefenen op de schrijftafel van de piot in de Perron 9 3/4.
En daarmee is de kei in één klap zoveel meer dan een handige presse-papier: Het is tevens een souvenir, een usb-stick met beelden, smaken, geuren en kleuren voor het brein.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.