Laatst overspoelde een inzicht over verschillen de piot.
Het mag voor niemand een geheim zijn, dus ook niet voor de ervaringsdeskundige piot: Alles wat is of bestaat, kan in talloze dimensies anders zijn of bestaan. Soms is het beter, soms is het slechter, soms maakt het geen ruk uit. Die certitude openbaart zich niet alleen in persoonsgebonden situaties en standpunten, integendeel. Vaak spelen bepaalde externe factoren (of de interpretatie ervan) een significante rol. Zoals de piot nog maar eens mocht ervaren.
Tot zover de theorie. En eenieder weet dat niets, ook niet postulaten in welke vorm en verschijning dan ook, onwrikbaar is. En toch. Soms duwt de werkelijkheid elke assumptie in een hoekje en leert de betrokkene daarbij een nieuw inkijk op de wereld rondom.
Niet voor het eerst verblijft de piot in Ostal Estelle, dat tedere plekje op deze planeet waar (metaforisch) de hemel de aarde raakt. Ook deze keer is het prijs. Het séjour is zuiverend zalig. De bewijzen dat – niet alleen voor de piot, maar ook voor menig medemens – het leven dans le Midi niet alleen gezonder, maar ook en vooral aangenamer is of kan zijn, stapelen zich op: een lagere gemiddelde hartslag wegens meer relaxen en flipflops, een helende want meer verkwikkende slaap wegens minder besognes, minder eten wegens minder vraatzucht, een gezondere voeding wegens vaker vers voedsel enzovoort. Uiteraard komt dat alles niet zonder een paar specifieke genotvolle zondes: artisanale pastis, exquise wijn van biologisch gekweekte druiven (het is lastig andere te vinden in deze streek) en occasioneel datgene wat een gruwel is voor vegetariërs, veganisten en eerder religieus geïnspireerde verwanten.
Tot zover het kader van dit verhaal.
Zoals het in zijn aard ligt, verricht de piot een kleine vriendendienst voor een hem toegenegen kunstkoppel dat het grootste deel van het jaar in deze streek woont en werkt. Voor hun galerie alhier (en omdat zijn wagen toch groot genoeg is) transporteert hij vanuit de Via Prosperità vrijblijvend een paar werkjes van een bevriende Belgische beeldhouwer. De sculptuurtjes mogen afgeleverd worden in het atelier van de artiest, ergens tussen heuvelruggen in de nabijheid van zijn tijdelijke honk. Via WhatsApp is hem een routebeschrijving beloofd.
In lijn met zijn eerdere ervaringen vreest de piot een cryptische schets in de trant van “Rij vanuit het dorpje richting de stad, draai rechts op richting le lieu dit ainsi, neem vervolgens de tweede afslag links en daarna het eerste weggetje rechts. Na een 300-tal meter zie je links een landweg. Daar is het.” Gelukkig heeft ook dit deel van La France de voordelen van duidelijke adresbepaling ontdekt en mag de sukkelaar de automobiel-gps richten naar een (eerder obscure) straatnaam en een belachelijk hoog huisnummer dat eerder doet denken aan kadastraal artikel of identificatienummer.
Bij het oprijden van het finale karrespoor is het voor de piot onmiddellijk kristalhelder. Zijn tijdelijk onderkomen genaamd Ostal Estelle mag dan een heerlijk paradijsje op deze aardkluit zijn, het speelt onmiskenbaar een paar divisies lager dan deze oeverloos aantrekkelijke maison, bestaande uit – zo leert de rondleiding – een geriefelijk huisje annex een grote tot werkplaats omgebouwde schapenstal. Vanuit artistiek oogpunt is het enige minpunt de zuidelijke oriëntatie van de woning, wat niet ongewoon is in contreien waar de fameuze Mistral ongemeen hard en slopend kan uithalen.
Zoals dat gaat ontspint zich aan de tafel in de rustieke keuken onder het goedkeurend ook van een kopje troost een gezellige babbel. Als snel waaiert het bijpraten uit naar filosoferen over leven en dood, over leven en werken in de Provence, kortom: over zaken die er werkelijk toe doen, met een lach en een traan lonkend op de rug van elk woord.
Lang na het tijdelijk afscheid denkt de piot nog steeds na over deze ervaring. Terug in zijn temporair thuis zet hij alles op een rijtje. De sukkelaar beseft dat wat, waar en hoe hij ook is, het altijd anders kan. De toevluchtsoort van de kunstschilder is verschrikkelijk verleidelijk, maar de huisvesting van de piot is dat ook, zij het op een andere manier. Beide stekjes hebben elk hun eigen specifieke soms tegenstrijdige voor- en nadelen, die bovendien elkaar onderling opheffen.
Die avond zet de piot een glaasje rosé aan de lippen en in een flits weet hij het: dat wijntje smaakt ongetwijfeld even lekker op beide verrukkelijke plekken hoe verschillend ze ook zijn. Het glas zal anders zijn, het uitzicht onvermijdelijk ook. De smaak en de geur zijn nagenoeg dezelfde – de dromen evenzeer – en daar draait het om.
Voilà et santé.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.