Laatst onderging de piot lijdzaam een ‘embarras du choix’ van Mijn Groote Liefde.
Sinds jonge leeftijd worstelt de piot met een refractieafwijking op beide ogen. Als puber bestrijdt hij die myopie met een opeenvolgende reeks metalen brillen, waarvan de glazen evolueren van rechthoekig naar rond (ja, een soort hippiebril). Later schakelt hij over op zachte contactlenzen om zijn bijziendheid te camoufleren. Dat verloopt perfect totdat ook zijn ogen de tol van de tijd ondergaan en presbyopie haar intrede doet. Als nestor is de sukkelaar het op- en afzetten – en vooral het verliezen – van leesbrillen kotsbeu en kiest hij definitief voor een waardig neusornament met zogenaamde progressieve glazen. Enkel bij het lopen van natuur-trails grijpt hij voor het gemak, het comfort en de veiligheid terug naar lenzen.
Ook Mijn Groote Liefde heeft sinds enkele jaren baat bij een optisch hulpmiddel om haar zicht helder en hoofpijnvrij te houden. En ergens komt het ook haar uitzicht ten goede. Na geruime tijd dankbaar gebruik te maken van leesprulletjes van de piot, trekt ze uiteindelijk toch naar een oogarts, die haar een bril met progressieve glazen voorschrijft.
Waar de piot langzaam van bijziend naar oudziend zeilt, stapt Mijn Groote Liefde direct op die laatste trein. Het klinkt gruwelijk maar dat is enkel mentaal zo.
Brillen hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. Zelfs genetisch bevoordeelde personen die hoogstens een zonnebril hanteren – zij het uit noodzaak, zij het uit fashion-drang – zullen dat bevestigen. Moderne brillen verdragen doorgaans veel maar zijn toch onderhevig aan slijtage. Soms gaan ze stuk omdat externe krachten de montuur verbuigen en ze daardoor niet meer goed zitten. Evengoed belemmeren krassen op of andere beschadigingen aan het glas de klare kijk. En tot slot kan het niks van dit alles zijn en is de drager het model simpelweg kotsbeu. Bij Mijn Groote Liefde spelen alle drie de factoren een schier evenwaardige rol. Bij de piot niet zozeer.
Na een paar onfortuinlijke ontmoetingen met een halfopenstaande deur, een verkeerd geparkeerde boomtak en een overenthousiaste Magnifieke Marcel vindt de piot het moment gekomen om zijn scheef aanvoelend exemplaar in te ruilen voor een nieuwe bril, bij voorkeur een kopie. Omdat hetzelfde model niet meer voorkomt in de catalogus, stelt hij zich tevreden met een gelijkaardig ontwerp, zijn het ditmaal volledig in kunststof en met een nauwelijks zichtbaar kleinere brilglas. Dat het verschil minimaal is, blijkt uit het feit dat het tien dagen duurt voor Mijn Groote Liefde merkt dat hij een nieuwe bril op zijn kokkerd heeft. En dan nog komt het beseft pas na haar ontdekking op de keukenkast van het bijhorende aankoopbonnetje.
Deze verrassing is voor haar het sein om op haar beurt naar de optiek te trekken. Dit besluit komt niet uit de lucht vallen: de voorbij weken gaat met moeite een dag voorbij zonder dat zij te kennen geeft haar bril beu te zijn. Zoals het een generaal past, vordert zij voor het bezoek aan de brillenwinkel de piot als begeleider en morele ondersteuning. Winkelen is eenmaal haar ding niet, en zaken uitkiezen voor zichzelf al helemaal niet. Shoppen in het algemeen haalt bij lange na niet de top 20 van haar favoriete bezigheden. Vandaar de geëiste assistentie.
Eenmaal tussen de vitrines vol monturen stelt de piot Mijn Groote Liefde een zeer simpele, zij het gelede vraag: “Wat wil je? Hoe moet de nieuwe bril er uit zien? Wil je iets nieuws of ga je voor meer van hetzelfde?” Haar antwoord is iets complexer en laat zich als volgt kort samenvatten: “Eigenlijk ben ik wel tevreden over mijn huidige bril en wil ik ongeveer hetzelfde maar toch anders. De vorm van het glas mag opnieuw rond of ovaal zijn, maar eventueel ook iets hoekiger. Een metalen montuur mag maar misschien toch liever kunststof. Er mag iets meer kleur in zitten maar toch niet teveel, liefst opnieuw wat donker maar niet te duister. En een beetje gevlamd vind ik leuk, zolang het maar niet te erg is. De montuur mag opvallen en tegelijk niet teveel aandacht opeisen.” (Nvdr: misschien is dit resumé iets te kort door de bocht.)
Terwijl Mijn Groote Liefde nog een reeks minder belangrijke randvoorwaarden formuleert, tilt de piot reeds meerdere exemplaren uit de displays, waarvan na grondige monstering geenenkel het fiat krijgt van zijn leidinggevende. Na een redelijk intensieve zoektocht – waarbij de piot op een bepaald moment de adviserende verkoper toch maar de raad geeft een later binnengewaaide klant eerst te bedienen – liggen in het selectiebakje toch een paar monturen die op enige goedkeuring kunnen rekenen. Daartussen prijkt eentje dat waarachtig voldoet aan de meeste voorwaarden: kunststof, een neutrale en toch uitgesproken kleur, een neutrale en toch uitgesproken vorm, en onopvallend opvallend een beetje gelijkend op het vorige model.
En dan zwicht Mijn Groote Liefde voor de gebruikelijke promotie. De vriendelijke verkoopster die in de plaats van haar collega is gekomen, suggereert dat zij voor geen geld nog een reservebril én een zonnebril erbij kan nemen. Met de voortschrijdende duur van de zoektocht in het achterhoofd suggereert de piot dat het misschien interessant is om daarbij hetzelfde montuur te kiezen. Daar heeft Mijn Groote Liefde echter geen oren naar. Meer zelfs: binnen de minuut presenteert zij een niet eerder gezien exemplaar: “Deze wil ik als zonnebril.” De piot besluit tot een tegenzet en duwt haar een aardig brilletje, dat hem eerder opviel, op de neus: “En deze staat je ook goed. Het is pittig, modieus, en tegelijk eenvoudig en onopvallend. Perfect als reservebril.” Eventjes twijfelt zij en knikt vervolgens. De piot vraagt zich af of ze misschien zo snel door de knieën ging, omdat ze ondertussen het shoppen hartsgrondig beu is.
Tot grote gruwel van Mijn Groote Liefde volgt vervolgens het tijdrovend aftekenen van de brillenglazen. Dat is een uitvoerig en nauwgezet proces, voor elke bril opnieuw, dat gemakkelijk even lang, zo niet langer duurt als de zoektocht zelf. Uit tactische overwegingen houdt de piot zich gedeisd. Met enkele grappig bedoelde opmerkingen doorbreekt hij af en toe het zwijgen, in de hoop de focus en het geduld van Mijn Groote Liefde operationeel te houden. En dat lukt redelijk. Pas na het afsluiten van de aankoop, sluipt een soort gelatenheid in haar lijf. Een diepe zucht van opluchting duwt haar richting uitgang.
Eenmaal terug op straat kan de sukkelaar zich niet langer inhouden: “Dat was rap en eenvoudig. Een goede en snelle keuze. Best dat we direct na het ontbijt naar hier gekomen zijn. Wat wil je voor lunch?” Zoals verwacht zwijgt Mijn Groote Liefde. Haar aardig lijf rest amper voldoende energie voor een stevig por.
De “auw” resoneert tot in de Via Prosperità.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.