Alleen zijn

Laatst kon de piot niet onmiddellijk antwoorden.

Hoe, wat en waarheen een meerdaagse (motor-)trip ook mag leiden, nooit is de solo-reiziger echt alleen. Dat weet de ervaringsdeskundige piot al langer. Zijn rondreis doorheen midden-Noorwegen bevestigt dit. Wachtend op een overzetboot aan een fjörd krijgt de sukkelaar het gezelschap van een Franstalige Canadese motard. De Québécois is op een 4 maanden durende rondreis doorheen Afrika, Europa en Azië. Tijdens de korte vaartocht praten zij in een grappige en alles behalve accentloze mengeling van Frans en Engels over koetjes en kalfjes, over de schoonheid van motorrijden, over hun tegenslagen onderweg, over de ijzige koude bij de poolcirkel op 600 meter hoogte en over nog andere belevenissen.

Wanneer in de conversatie een korte stilte valt, stelt de Québécois uit het schijnbare niets een vraag die uiteindelijk uitwaaiert in een redelijk complex antwoord. “In het verleden ben je al op reis geweest met je vrouw. En nu trek je er alleen op uit,” merkt hij op, en hij vervolgt: “Wat is het verschil? Ben je niet teveel alleen? Hoe reist je het liefst?

Aanvankelijk schrikt de piot. Uiteindelijk is dat een vreemde vraag voor een avonturier die zelf pas binnen enkele weken halfweg zijn onderneming zijn vrouw en zoon terugziet tijdens een korte familievakantie in en rond Istanboel. Achteraf maakt de sukkelaar de bedenking dat de Québécois misschien zijn eigen sentimenten wil aftoetsen bij de hem.

In een eerste reactie komt de sukkelaar niet verder dan zijn standaard-repliek voor vragen over “alleen zijn” en “eenzaamheid“. “Alleen zijn‘ is niet hetzelfde als ‘eenzaamheid‘. Ik ben graag alleen en ik voel me daar niet eenzaam. Samen met mijn vrouw onderweg zijn, is eigenlijk hetzelfde, alleen schiet je wat minder snel op omdat je met elkaar rekening moet houden.

De Québécois knikt instemmend. Misschien heeft hij krak dezelfde ervaring. Het nodigt de piot uit nog een extra laagje toe te voegen: “Ik ben nooit echt alleen als ik solo motorijd. Op de motor praat ik contstant tegen mezelf of tegen mijn vrouw.” Opnieuw knikt de man wiens naam de piot nooit gevraagd heeft.

De piot weet dat het laatste statement melig klinkt, maar toch meent hij het want het is de waarheid. Tijdens al zijn solo-uitstappen – zij het met de motor of de auto, met de fiets of te voet, of met de TGV – steeds praat de sukkelaar in zijn hoofd veel en vaak met Mijn Groote Liefde. Dat ze hem daarbij nooit in de rede valt, is een ongelooflijk voordeel. Dat biedt hem de mogelijkheid zijn gedachtengang af te werken en een idee puntgaaf in vorm te beitelen. Wat hij opbergt in zijn brein is een hoeksteen voor latere debatten in en rond de Via Prosperità. Dat verklapt hij ook aan de Québécois die zijn schaterlach nog net kan onderdrukken tot een brede grijns.

Niet voor het eerst beseft de piot dat alleen zijn voor hem meestal synoniem is voor sloffen op espadrilles en ademen met het hoofd tussen de sterren.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Een gedachte over “Alleen zijn

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.