Noorse toverkracht

Laatst geraakte de piot in de ban van een land.

Dezer dagen vertoeft de piot andermaal in Noorwegen. Zijn Road King loodst hem liefdevol langs de meest idyllische plekjes, het ene al meer adembenemend dat het andere. Het land heeft onnoemlijk veel te bieden, en de meeste van zijn troeven liggen de piot min of meer nauw aan het hart. Helaas schiet elke opsomming schroomlijk te kort om de gebundelde schoonheid weer te geven.

Er zijn natuurlijk de befaamde imposante landschappen, van ruwe fjorden over groene valleien tot half bevroren bergmeren tussen met sneeuw getooide bergpassen. Daar doorheen slingeren zich heerlijke wegen, een absoluut mekka voor een slome motard als de piot. De gemiddelde maximaal toegelaten snelheid (80 km/u, soms iets meer, vaker minder) leent zich perfect tot relaxed cruisen, wat het opsnuiven van de scenery nog intenser maakt.

Na elke bocht ontbloot zich een nieuwe geologische schoonheid, anders dan de vorige en toch minstens even aantrekkelijk. De piot kan niet altijd halt houden om zijn verrukking op digitale pellicule vast te leggen. Soms is dat uit zelfbehoud. Op sommige bergpassen heerst een winterse guurheid zoals die in België al lang niet meer is voorgekomen. De sukkelaar heeft geen zin in bevroren handen. Maar nog vaker stuit hij op het ongemak van de veelheid. Zo de piot bij elke visuele impact bewonderend zou stoppen voor een kiekje, rijdt hij dit jaar de erf van de Via Prosperità niet meer op. En dat zou alvast Mijn Groote Liefde in die mate niet leuk vinden, dat hij het zou mogen uitleggen voor de krijgsraad. Hoe mooi Noorwegen ook is, het is hem het vuurpeleton niet waard.

Bovendien benadert elke snapshot – en zeker met de smartpheun – nooit en nergens de ware schoonheid, de betoverende ervaring van wat het menselijk oog waarneemt en registreert. Dat neemt niet weg dat de piot in de mate van het mogelijke (voor zover zijn gsm voldoende dekking vindt) toch wat herinneringen pixelgewijs in een online fotoboek plakt.

Over de Noren zelf heeft de piot niets dan lof. De inwoners van dit prachtige land zijn vriendelijk, joviaal en behulpzaam, althans diegene die hij gesproken heeft. Dat ze daarbij Engels praten met een ongelooflijk sexy tongval, is ook mooi meegenomen, vooral bij die personen die door de natuur fors bevoordeeld zijn. Via via hoort de piot dat de Noren niet altijd zo aimabel zouden zijn, maar misschien is dit omdat hijzelf nooit met een camera-ploeg in zijn nek onaangekondigd aanklopt bij de mensen.

Nog iets waar de folk fra Norge zeer sterk in zijn, is in het bouwen van imposante tunnels, in vele vormen en soorten. Toon een Noor een rotspartij die een snelle en vooral relatief kortere route in de weg staat en hij hakt en boor zich een weg om de reistijden beduidend in te korten. Op een paar uitzonderingen na zijn die allemaal adekwaat verlicht. Heel wat tunnels komen zelfs met kruispunten of ronde punten, badend in een onaards blauw led-licht. En sommige tunnelbouwers voelen zich trots genoeg om zijgangen met regenboogverlichting op te tuigen. De piot mocht zelfs de sensatie voelen van een bouwsel of boorsel dat hij enkel kan omschrijven als een “draaitunnel“: een tunnel die in één lange bocht, als een soort spiraal, de weggebruiker doorheen een rotspartij een hondertal meter lager brengt (of hoger naargelang de rijrichting). Wat de sukkelaar telkens weer opvalt is de geur: de ondergrondse odeurtjes doen hem denken aan de London Underground, zij het minder broeierig, want eerder frigofris.

Het is slechts een greep uit de vele schatten die dit deel van Scandinavië te bieden heeft. Het land heeft de piot betoverd. Een ding weet hij zeker: hier komt hij nog terug. Bij voorkeur in het gezelschap van Mijn Groote Liefde, omdat gedeelde schoonheid zoveel mooier is. Ook op de motor.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.