Noorwegen in de balans

Laatst maakte de piot een balans op.

Voor afficionado’s is het alvast geen geheim, voor de rest van de wereld eigenlijk ook niet: net als vorig jaar maakt de piot een rondreis doorheen Noorwegen. In tegenstelling tot zijn vorige onderneming trekt hij ditmaal niet naar de Noordkaap en laat hij Zweden voor wat het is: een mooi land met mooie wegen, edoch eerder een beetje saai. Na een tocht door het hooggebergte gaat het naar de eilandengroep de Lofoten waar hij na een vierdaags verblijf rechtsomkeer maakt, en min of meer langs de kustlijn en fjorden terug rijdt naar het zuiden van het land.

Bij een van zijn “Noorse Verhalen” op de (a)sociale media laat zijn Thaise goeroe een korte commentaar achter. “Wat je nauw aan het hart ligt moet je koesteren“, schrijft hij kort en bondig. De piot kan enkel instemmend knikken, en voegt er voor zichzelf aan toe: “Het is goed gevoelens en impressies die je koestert te delen.

En dat doet hij dan ook. Met veel plezier schrijft hij voor de “FFCB-brothers” op de smoelenboekpagina van zijn HOG-chapter een soortement samenvatting van zijn reis, inclusief een balans en aanbevelingen. En dat advies leest als volgt.


Dames, heren en anderen,

Voor zij die het nog niet weten: ook dit jaar bracht mijn geliefde Road King mij naar Scandinavië. Vorige keer reed ik helemaal tot aan de Noordkaap en terug in amper 2 weken tijd. Op basis van mijn ervaringen van vorig jaar, heb ik ditmaal gekozen voor een rustige roadtrip van een kleine 3 weken, helemaal tot aan de eilandengroep de Lofoten en weer terug. Tijd om een balans op te maken.

In 2024 was de trip naar de Noordkaap een zottigheid die ik wilde uitwerken. Dat jaar ging ik op pensioen en waren er voor mij geen praktische bezwaren en hinderpalen meer om meer dan voorheen Europa te doorkruisen, temeer omdat Mijn Groote Liefde mij daarin aanmoedigde. Voorzitter Geert had ooit laten vallen dat hij wel eens tot aan de Noordkaap wilde rijden. “Dat wil ik ook wel eens doen,” zei ik waarop Mijn Groote Liefde antwoordde: “En waarom doe je het niet.

En zo ging het: in amper 2 weken tijd heen en terug naar de Noordkaap. Via Nederland, Duitsland, Denemarken en Noorwegen naar het zogezegde noordelijkse punt van Europa. En dan via Finland, Zweden, Duitsland en Nederland terug naar ons Belgenland (die terugreis is een verhaal apart, waarbij ik tijdens de laatste etappe meer dan 24u op de motor doorbracht). Ik had weinig gepland, volgde vooral grote Europese hoofdwegen en was vestimentair verschrikkelijk slecht voorbereid.

Dit jaar is er meer nagedacht over mijn Norvegian Trip. Niet alleen heb ik degelijke uitrusting gekocht (gelamineerd adventure outfit, winterhandschoenen en een gesloten helm), ik heb me voorgenomen via kleinere wegen tot aan de Lofoten te rijden en terug. Kleinere wegen is veel gezegd: ook de E6 is op de meeste plaatsen een 2 vaksweg met snelheidsbeperkingen. Daarnaast laat ik mij met de zogenaamde Volvo-boot vanuit Gent naar Brevik (Noorwegen) brengen, liever dan 2 dagen sjeezen over saaie snelwegen in Duitsland en Denemarken. En ook heel belangrijk: ik laat de Noordkaap voor wat de niet zo eenzame rots is.

De Noordkaap heeft onbetwistbaar een mystische uitstraling. Eigenlijk moet elke motard daar eenmaal geweest zijn, vind ik. Maar, er is een maar, een heel grote maar. Eenmaal voorbij de Lofoten is de weg naar die legendarische plaats nogal saai. ’t Is te zeggen, weinig wegen in Noorwegen zijn echt saai, maar de E6 (en in dat gebied zijn er weinig ander doenbare wegen) tussen Narvik en de Noordkaap gelijk heel sterk op dat tussen de poolcirkel en Narvik. Het is schitterend, maar op den duur begint het wel een beetje tegen te steken. Let wel: de laatste honderd kilometer naar de Noordkaap voelen fantastisch aan, en die laatste slingerende kilometers door het woeste landschap zijn om euforisch van te worden. Helaas leert de terugweg dat dit machtig gevoel niet meer was dat de anticipatie op het bereiken van de Noordkaap zelve.

De Noordkaap zelf – pardon my french – stelt geen kloten voor. De plek heeft evenveel uitstraling als Cap Gris-Nez, met dat verschil dat het zicht naar het noorden oneindig is, en dat je er geen Picon zal vinden. In het (betalend!) visitor-center is er wel een giftshop (met t-shirts en patches) en 2 eetgelegenheden, waarbij in de brasserie de Toast met Zalm alvast voortreffelijk is. En dat is het.

De echte schoonheid van Noorwegen ligt tussen de Lofoten in het noorden en de fjorden in het zuiden, met daartussen een machtig hooggebergte waar zelfs in juni sommige passen nog gesloten zijn voor het verkeer. Dat alles maakt dat je op veel plaatsen tijdens de zomer in amper een paar uur tijd van de zonnige kustlijn naar de soms ijzige besneeuwde hoogvlaktes kan trekken. Zowel op zeeniveau als in het het gebergte geldt één regel: de banden van je motor slijten zeer gelijkmatig, zowel de rechter en linker zijkant, als het loopvlak. Alleen op de echte hoofdwegen rond “grote” steden kan je een recht stuk asfalt vinden dat meer dan pakweg 150 meter lang is. Hoewel Noorwegen met een upgrade-beweging bezig is, en de grote nationale wegen en de internationale E-snelwegen ombouwt tot autostrades met 4 rijstroken, telt de doorsnee weg op de meeste plaatsen amper 2 smalle en slingerende rijstroken.

En dan moet ik het hebben over wat er zich naast de wegen tentoonspreidt. Bij momenten is rijden in de Lofoten, Midden Noordwegen en het hooggebergte ronduit frustrerend. Net op het moment dat je denkt alles gezien te hebben, onthult een bocht een nieuw schitterend verzicht, al dan niet met watervallen, allemaal even mooi en toch helemaal anders dan de vorige. Op den duur stop je niet om een foto te nemen en wat uit te rusten. Neen, je houdt even halt om het allemaal te laten bezinken. Zo overweldigend is de schoonheid. Zo overweldigend is het plezier om door die fantastische landschappen te slalommen.

En vooral: om rustig te cruisen. In Noorwegen is de algemene maximaal toegelaten snelheid een gezapige 80 km/u. En dat volstaat voor mij, want op sommige van die Noorse wegen kan deze sukkelaar met de beste wil van de wereld niet sneller rijden. Op de snelwegen mag je de gashandel soms opendraaien tot 90, 100 of (wat een luxe) 110 km/u. In en rond steden, dorpen en gehuchten (en daarvan zijn er veel) zijn de snelheidsbeperkingen 40, 50, 60 of 70 per uur, soms zelfs gradueel. Naar het schijnt lacht de Noorse politie niet met verkeersovertredingen, maar daar kan ik niet over meespreken. Voor de snelheidsfreaks is er één troost: behalve in de steden zijn rode lichten onbestaande, tenzij bij wegenwerken (beurtelings verkeer) en aan tunnels en bergpassen.

Bij mijn eerste reis naar Noorwegen geraakte ik wachtend op de ferry in het Deense Hirtshals in gesprek met een geroutineerde fietser. De man waarschuwde mij: “Als je eenmaal van Noorwegen geproefd hebt, zal je er steeds weer terugkomen.” En gelijk had hij. Dit jaar heb ik nog meer genoten dan vorige keer, hoewel ik minder plaatsen bezocht dan ik in gedachten had. Hier kom ik nog terug, bijvoorbeeld binnen twee jaar met Mijn Groote Liefde wanneer ook zij op pensioen is. Ondanks mijn gegroeide drang naar dit land, trek ik volgende zomer toch naar het zuiden, kwestie van opnieuw te voelen hoe het is om te smelten op je motor. Dat heeft ook zijn charmes.

Dus dames, heren en anderen, maak een motortrip naar Noorwegen. Snel naar de Noordkaap als je het echt niet laten kan. Onthoud dat het mooiste, het machtigste, het meest magische op de Lofoten en ter zuiden ervan ligt.

En voor een laatste keer: bedankt Geert! Had je dit idee niet in mijn hoofd geblazen, had ik nooit zo’n mooie tijden mogen beleven.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Een gedachte over “Noorwegen in de balans

  1. Pingback: Schrijflam | Rik Wintein

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.