Laatst probeerde de piot of hij het nog kan.
Het is geen geheim; het is gewoon een waarheid die sommigen stiekem onder de mat vegen: de piot laat zich graag verleiden tot een renpartijtje doorheen bossen en velden, al dan niet georganiseerd. Zo zijn lichaam, leden en agenda het toelaten, trekt hij gemiddeld driemaal per week de loopschoenen aan. Het is geen passie, het is geen verslaving, het is gewoon iets waar de sukkelaar zich goed bij voelt. Aan een ritme van om en bij de 165 stappen per minuut trillen de vele losgeslagen gedachten en ideeën in zijn deerniswekkend hoofd telkens weer opnieuw in het gelid. Op zich – en zeker vanuit atletisch oogpunt – stellen die activiteiten niet veel voor. De vaak helse spierpijnen achteraf herinneren de piot aan het feit dat hij graag leeft.
Het loop-curriculum van de piot is niet vrij van wrede gaten. Soms is een smartelijke kwetsuur of een andere fysieke hinder de oorzaak. Vaker is de boosdoener eerder uitgebreid maneuvers ver weg van de Via Prosperità, zoals dit keer zijn schier drie weken durende Norwegian Road Trip. Eenmaal bekomen van deze uitstap (en de aansluitende verhuisoperatie), groeit bij de grapjas elke dag de goesting om opnieuw het loopplunje aan te trekken. Ruim een maand na zijn laatste loopsessie is het zover: de piot is er fysiek en mentaal klaar voor.
Die ochtend staat de sukkelaar vol goesting voor een meervoudig keuze-dilemma: welk parcours en welke uitrusting. Gezien de langere periode van inactiviteit, lijkt een bescheiden traject buiten het oog van kritische medemensen hem geen zo’n slecht idee. Om dezelfde reden gaat zijn voorkeur meer dan anders uit naar een parcours met overwegend onverharde ondergrond, wat rennen door bos en meersen op het voorplan brengt. Anderzijds heeft het de voorbij nacht flink geregend, wat zich aldaar ongetwijfeld vertaalt in plasrijke paden en drassige wegels, waarop gewone loopsloffen erg slipgevoelig zijn. Trail-schoenen garanderen meer houvast, maar bieden tegelijk minder schokdemping op verharde weg, waardoor die te mijden is. De puzzel is complex.
Na wat piekeren komt de piot tot een besluit: hij gaat rennen in het verder gelegen Ryckevelde. Vertrekkend uit de Via Prosperità is dat bos vaak zijn keerpunt bij langere jogging-festijnen. Vandaag heeft de sukkelaar die afstand niet (meer) in de benen, dus zal hij de wagen nemen om de afstand en bijhorende de asfalt-, beton- en kassei-stroken te overbruggen.
Wanneer de piot als laatste onderdeel van zijn uitrusting de trail-schoenen aantrekt, gaat Magnifieke Marcel door het lint. Het beest herkent het ritueel als de aanzet voor een solo canicross, waarop het baasje hem regelmatig trakteert in notabene datzelfde bos. De hypernerveuze huishond tikt onophoudelijk met zijn snuit tegen zijn kleurrijk looptuig aan de haak. Het dierlijk enthousiasme is nauwelijks te temmen.
Uitgestapt aan de randparking bij Ryckevelde stopt de piot de autosleutel in het kontzakje met rits van zijn loopbroekje, start zijn pas van nul opgeladen sporthorloge en begint schuchter te lopen. De sukkelaar is vooral bang om zich te vergalopperen en na enkele kilometer op zijn adem te trappen. Daarom kiest hij bewust voor een rustig tempo. Onderweg speurt hij de struiken af naar de beruchte man met de loden hamer maar treft hem niet. De gevreesde klop blijft uit.
Een dik half uur en idem dito vijf kilometer later bereikt de piot opnieuw de Kamiq. De snel geraadpleegde statistieken van de renpartij weten hem te bekoren: stapfrequentie optimaal, tempo gematigd en niet zo laag als vooraf gevreesd, en hartslag gemiddeld iets hoger dan gehoopt.
“Ha,” denkt de piot tevreden, “Ik kan het nog.” Wordt vervolgd.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.