Laatst had de piot (andermaal) een knettergekke droom. De sukkelaar.
De piot droomt graag en veel. Vaker dan hij zich na het slapen kan herinneren, vermoedt hij. Een andere reden waarom hij des ochtends zo optimistisch, blijgezind en monter wakker wordt, kan hij zelfs na meerdere zelf-hypnose-sessies niet bedenken. Ook het indommelen na het middagmaal leidt nooit tot een duistere of deprimerende gemoedsgesteldheid.
Dromen zijn een poort naar een alternatief universum, waar alles kan en mag. En voor zover de piot het beseft, zijn dat doorgaans leuke, bevredigende en energieke events. Vaak hebben de gebeurtenissen hun wortels in de dagelijkse werkelijkheid. Het is alsof zijn brein data, ideeën en gevoelens wil herschikken en stroomlijnen.
Dat klinkt dromerig en toch gelooft de sukkelaar daar stellig in.
Helaas krijgt de piot ook af te rekenen met minder prettige visioenen en zelfs de occasionele nachtmerrie. Meestal zijn dat horrorscenario’s van alles wat eventueel kan mislopen in het ware leven. Sommige van die “horrordromen” zijn eerder onschuldig, zoals de traditionele, schier vruchteloze zoektocht naar een toilet, soms begeleid met het gekabbel van een bergbeek of het gedruis van een waterval. Ook Mijn Groote Liefde heeft naar eigen zeggen een abonnement op dit soort verhalen, die simpelweg verdwijnen met een nachtelijk strompeltocht naar de badkamer.
Uiteraard zijn er ook andere, minder aangename slaapfantasieën. Na al die jaren herinnert de piot zich nog levendig die droom waarin machteloosheid, duisternis en verkilling zijn hart verlammen, omdat de zon langzaam uitdooft. Nu weet hij dat een extra deken uit de kast de oplossing is (of het heroveren van een geroofd deel van donsdeken uit handen van een ronkende Mijn Groote Liefde).
Een klassieker zijn de gruwelverhalen waarin Mijn Groote Liefde komt te overlijden. Duizenden virtuele doden is zij reeds gestorven, waarbij telkens een ander scenario leidt tot hetzelfde resultaat: de totale ontreddering van de piot. Het is een, zo niet dé belangrijkste reden waarom de piot vurig hoopt als eerste de laatste adem uit te blazen.
Toch overheersen dergelijke deernis, kommer en kwel bij lange na niet de dromen van de piot. Doorgaans zijn de nachtelijke escapades van zijn bewusteloos brein veel aangenamer tot zelfs ronduit hilarisch (deze kwalificatie is op rekening van Mijn Groote Liefde).
Een mooi voorbeeld is de recente zotternij waarbij de piot in het kader van een of ander (muziek-)festival de opdracht aanvaardt een diepgravend onderzoek te verrichten naar de achtergrond en diepste geheimen van de aanwezige personaliteiten. Een van die personen is niemand minder dan radiofiguur Nona Van Braeckel, gekend als Digital Creative van Studio Brussel en vooral van “Nona, ga naar uw bureau” (met dank aan Xander De Rycke). Tot ieders verbazing ontbloot de piot een zeer bijzonder, schokkend en goed bewaard geheim: Nona heet niet Nona.
Jazeker: tot zijn niet geringe verbazing blijkt de naam Nona Van Braeckel een pseudoniem te zijn. In werkelijkheid heet de filmkes-maakster zowaar Vanessa Scheveslaghmaaier. En blijkbaar heeft zij ook een gegronde, nogal persoonlijke want familiale reden om door het leven te gaan onder een andere naam. Wat die is, kan de piot tot zijn grote frustratie niet achterhalen, want uit het niks ontspringt midden zijn werkkamer een klaterende fontein. Het lijkt wel magie.
Sindsdien piekert de piot zich suf over de diepere betekenis van deze droom.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.