Laatst had de piot het efkes moeilijk.
Het zijn woelige tijden vol wapengekletter en misleiding, onderdrukking van intellectuelen en artiesten, foute en verwrongen toekomstbeelden, menselijke lijden en meer van die zaken die een rechtschapen persoon allesbehalve vrolijk maken. Toch heeft het recente ongemak van de piot met dit alles weinig tot niks te maken.
De laatste tijd lijkt zijn lichaam zich tot het uiterste in te spannen om de piot duidelijk te maken dat die fiere (en naïeve) jonge klootzak van een halve eeuw geleden reeds lang dood en begraven is. Tegenwoordig moet hij het met heel wat minder doen. Nog niet zo lang geleden komt hij tot de vaststelling dat zijn occasionele ochtendlijke stramheid van spieren en gewrichten de voorbije maanden is uitgegroeid tot een constante kommer en kwel.
Zijn eerste stappen uit het ledikant staan gelijk aan een droevige worsteling met een stijve en pijnlijke rug, van de nekwervels (artrose) tot het bekken (coxartrose), met daartussen stevig pruttelende want verstarde rugspieren. Vreemd genoeg weet een rustige renpartij die pijntjes te verdoven en zelfs de rest van de dag te onderdrukken. Daarom alleen al wil de sukkelaar wel elke etmaal de loopschoenen aantrekken, ware het niet dat bij zo’n frequentie de zeurende ellende in bekken en ruggengraat enkel plaats maakt voor hevige spierpijnen in kuiten en billen. De ene smart doet de andere vergeten en dat is nooit goed.
Overigens: hoewel die geregelde lustige loopjes verondersteld zijn enige trainingseffect met zich mee te brengen, ziet de piot zijn rondetijden stelselmatig dalen. Ook dat maakt de sukkelaar niet bepaald vrolijk. Dat zijn gemiddelde polsslag in rust bivakkeert tussen de 40 en 50 BPM en zijn gemiddelde bloeddruk resideert op 8 over 13, zijn niet meer dan welgekomen opstekers.
Wanneer enkele weken geleden zijn coxartrose gemeen opspeelt, en de pijn in het heupgewricht tot manken leidt, herinnert de piot een consigne van zijn uroloog. (Het brein van de sukkelaar maakt nu eenmaal rare sprongen). In januari – in de aanloop naar zijn jaarlijkse urologische controle – blijkt zijn PSA-waarde ongewoon hoog. De huisarts durft geen uitspraak doen. Na wat bijkomend onderzoek (de gebruikelijke rectale touché en ditmaal ook een gespecialiseerde MRI-scan) spreekt de uroloog sussende taal: er is geen enkel indicatie die duidt op enige kwaadaardigheid: “Laat begin augustus nog eens je PSA meten. Als de waarde gelijk of gedaald is, hoef je niks doen en zie ik je terug op onze jaarlijkse afspraak. Als de waarde verder gestegen is, moet je onmiddellijk komen voor verder onderzoek.”
Zoals het een voorbeeldige piot beaamt, trekt de sukkelaar begin augustus naar de dokterspraktijk van zijn voorkeur. Overigens is zijn behandelende huisarts ook LEIF-arts en op zijn leeftijd is dat een niet te onderschatten voordeel, denkt de piot. Met haar hulp heeft hij een negatieve wilsbeschikking opgesteld. In lijn met de procedures neemt de verpleegster met dienst een bloedstaal waarvan de dokter enkele dagen later het labo-resultaat zal evalueren. Die bloedafname is veruit de meest onaangename ooit, ervaart de piot. ’s Anderendaags manifesteert zich een geweldige blauwe plek in de armplooi, die de daaropvolgende dagen nog uit deint en vervolgens langzaam verflauwt tot een veegvaag, groen souvenir. Dat maakt de piot ongerust. Hij ziet er een voorteken in, een boodschapper van slecht nieuws.
Een handvol dagen later mag de sukkelaar in het cabinet van de medica het verdict aanhoren: zijn PSA-waarde is fors gedaald. De hoeveelheid ProstaatSpecifiek Antigeen in zijn bloed is weer normaal voor mannen van zijn (gevorderde) leeftijd. Jubelend verlaat de piot de praktijk. Dat verdient een verwenpartij bij zijn Arabische barbier, vindt hij. En om het feest te vervolledigen koopt hij later die dag een potje van zijn geliefde kersenconfituur.
Helaas blijft zijn bekken kaduuk. Auw.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.