Vuiligheid

Laatst beweende de piot in stilte de wereld.

De voltallige Via Prosperià marcheert op verplaatsing (de piot én Magnifieke Marcel, met Mijn Groote Liefde voorop). Een week lang draait de kazerne op minimale bezetting (Het Studentje, Maurice&Mary) en resideren de hoofdtroepen in een kampement ergens tussen het Belgische Beauraing en het Gallische Givet. Daar in het rustige Dion programmeert Mijn Groote Liefde maneuvers allerhande, met de focus op middellange wandelingen door berg en dal, en met als dagelijks toetje een passage in de aanwezige wellness-infrastructuur (de sauna of de hottub, beide houtgestookt). De chalet zelf lijkt met al zijn typische ornamenten eerder op een Alpenhut, maar dan eentje waar honden meer dan welkom zijn, getuige de dierveilig omheinde tuin en de loophelling naast de metalen trap naar het terras.

De eerste ochtend – na haar gebruikelijke ontwakingsperikelen – ordonneert Mijn Groote Liefde een eerste troepenbeweging. De omgeving telt heel veel bewegwijzerde natuurpromenades en eentje ervan loopt langs de toegangspoort tot het kampement. Op de kaart tekent de wandeling een grote cirkel doorheen de vele glooiingen van de nabijgelegen vallei, van het ene minuscule gehuchtje naar de andere, evenzeer schaars bewoonde plek.

Ergens halverwege de tocht leidt een zoals steeds bijzonder kwieke Mijn Groote Liefde haar troepen langsheen winterklare, want bemeste landbouwpercelen. Zoals gewoonlijk is zij vele stappen voor op een aarzelende Magnifieke Marcel en een puffende piot. In een vruchteloze poging om zijn aandacht af te leiden van de steeds groter wordende kloof met zijn leiding, concentreert de sukkelaar zich op de prachtige omgeving.

Plots trekt een rode vlek in de berm zijn aandacht. Het is een platgewalst bierblikje, afgaande op het ontbreken van roest blijkbaar zeer recent achteloos achtergelaten. Het hart van de piot bloedt. Zelfs hier “in the middle of nowhere” laat de vervuilende mens zijn merkteken achter. Meteen staat het vizier van de piot op scherp. Zodoende ontdekt hij vijf stappen verder opnieuw een besmeuring, en dan nog eentje, zij het van een ander merk (ditmaal niet voor mannen die weten waarom). Een steenworp en acht afgrijselijke merktekens verder martelt zowaar een “nest” blikjes en petflesjes zijn ogen. Mijn Groote Liefde heeft het ook gezien en houdt halt. De piot rapporteert gelijk de vele blikjes die onderweg krassen op zijn hart hebben gezet.

Wie doet zoiets?” vraagt Mijn Groote Liefde zich luidop af. Hoewel zijn brein in overdrive gaat kan de piot niet onmiddellijk een steekhoudend antwoord op die vraag formuleren. “Tsja, wie doet zoiets…” vraagt ook hij zich af en voegt er stilzwijgend aan toe: “…gruwelijk, ondoordacht en gemeen?”

Ondanks diep en dus pijnlijk nadenken komt de sukkelaar niet verder dan één van zijn (vele) axioma’s dat hij reeds jaren terug aan het digitale papier heeft toevertrouwd. Dergelijk zwerfvuil is volgens de piot een veruiterlijking van de povere geestelijke en vooral intellectuele ingesteldheid van de sluikstorter. Deze rotzooi, deze schier criminele handelingen vertellen alles over de vieze vuiligheid in het hoofd van de daders.

Die opgeviste wetenschap bedaart enigszins de machteloze woede die doorheen het lijf van de piot raast. De frustratie blijft overeind.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.