Onsterfelijk

Laatst kreeg de piot een bevestiging van het onvermijdelijke.

Ruim een jaar geleden liet de piot de Voorlaatste Mijlpaal achter zich. Deze zoveelste wedergeboorte blijft niet zonder gevolgen. Nu sindsdien niets nog moet en alles kan, neemt hij niet alleen meer tijd om te lezen, te schrijven en te lanterfanten. In de marge besteedt hij ook meer energie in nadenken en vooral overdenken. Toch zijn er nog andere, meer uiterlijke kenmerken die steeds meer, zeg maar zo goed als dagelijks hun opwachting maken. En mocht de piot het zelf niet inzien, dan is er nog altijd zijn omgeving of – in het bijzonder en zeker goed bedoeld – Het Studentje om de sukkelaar opmerkzaam te maken dat er veel meer aan de hand is dan enkel de schier constante lage rugpijn, de permanent geblokkeerde nek en de geregelde pijnscheuten in de rechter heup.

De piot kreeg het een eerste keer te horen wanneer hij vertelt hoe hij op straat een stem herkent, maar niet meteen in de mensenmasse de dame in kwestie kan situeren, omdat ze ditmaal getooid is in een fleurig zomerjurkje in plaats van de nette witte werkkiel van zijn favoriete kaaswinkel. Nog een dag later kruist een man op een bakfiets de automobiel met de piot aan het stuur en Het Studentje als passagier. De fietser werpt een blik in zijn richting en de piot denkt luidop: “Ik ken die precies ergens van.

In beide gevallen roept de ongelovige Het Studentje op onvervalste Angelsaksische wijze “Oh My God…!“, gevolgd door een trefzekere vaststelling zoals alleen zij dat kan: “Je wordt nu wel écht oud.” Aanvullend klinkt de verduidelijking: “Da’s toch typisch iets voor ouwe mensen. Iets zien en het niet onmiddellijk kunnen plaatsen? Namen vergeten? Weten dat je iets kent of kan, maar er niet uit geraken?

De piot weet niet meteen wat zeggen en legt zich snel neer bij die perceptie. Want ergens voelt hij ook wel dat heeft Het Studentje andermaal gelijk heeft en dat hij inderdaad meer en meer symptomen vertoont van wat uiteindelijk zal leiden tot het onvermijdelijke, met name de Laatste Mijlpaal.

Niet alleen aan de hand van zijn identiteitskaart weet de piot dat hij inderdaad oud wordt. Hij beseft het en hij aanvaardt het. Dat laatste zelfs in die mate dat hij zich af en toe afvraagt of hij misschien reeds het laatste decennium van zijn eindig leven heeft betreden. Opmerkelijk genoeg overvalt hem bij die gedachte niet langer een of andere vorm van paniek. Uiteindelijk is het nog altijd beter oud te zijn, dan belegen, denkt hij.

Natuurlijk is de piot oud en grijs. Daarom heeft hij beslist zich niet langer op te winden of te rouwen om wat hij mist of verliest, en zich volledig te richten op wat hem blij en gelukkig maakt. Zijn enig streven is een goed mens te zijn die gelukkig de hem resterende dagen, maanden en jaren afstapt, terwijl hij zijn stinkende best doet om anderen te besmetten met dat heerlijke gevoel, dat specifieke sentiment.

Want enkel wie omwille van zijn universele goedheid na afloop gemist wordt, is onsterfelijk.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.