Laatst benevelde inkt de piot. Nog maar eens.
De piot vertoeft vaak in relatieve eenzaamheid, bij voorkeur met onder de handen een leeg blad papier of een toetsenbord, waarbij het tweede doorgaans voortvloeit uit het eerste. Dat is allemaal geen toeval en nog minder een ongeluk. Het is een doelbewuste en weloverwogen keuze.
Dat de piot erg graag schrijft, is geen geheim. Daarbij maakt het niet uit of het gaat om de geboorte van een al dan niet beknopt verhaal, het vastleggen van een aangename gedachtengang, dan wel het uittekenen van een fijn portret. Telkens lukt het creëren hem het best met een vulpen op papier, zo niet voor het uitschrijven van een eerste kladversie, dan wel voor het schetsen van de grote verhaallijnen. De volgende stap is onveranderd het overtikken en deels herschrijven van de bewoordingen, soms zelfs het compleet en schier onherkenbaar vertimmeren van de basistekst.
Dat gehele proces maakt hem blij, van de eerste krassen op papier tot het aanklikken van “save as” en verder. Het creëren, het kneden en het afkruiden van een epistel voert hem steeds naar hogere sferen, waarbij het geborene zachtjes lonkt, mooi geurt en lekker bekt.
Bij het handschrijven gebruikt de piot vrijwel steeds een vulpen. Dat dwingt hem tot rustig en (relatief) leesbaar schrijven, wat het uitrollen van zijn gedachten, of althans het uittekenen van de ruwe omtrekken, enigszins versoepelt. Enkele prullen daargelaten, heeft hij daarvoor momenteel de keuze tussen drie pistonpennen
Vooreerst is er de zwarte Montblanc Meisterstück, een felgesmaakt cadeautje van Faffy voor zijn 50ste verjaardag. Tot dan toe schrijft de sukkelaar met pronkerige prullen, Dunaldi waardig. In de daaropvolgende jaren komen en gaan nog een handvol andere schrijfinstrumenten, gaandeweg van steeds betere kwaliteit. Zo hengelt sinds kort een keurige aubergine-kleurige en niet-geadelde Faber-Castell naar zijn aandacht. Kort na diens intreden, komt een oranje-roze Griffoendor-pen het rijtje vervolledigen. Die laatste is eigenlijk een speciale editie van het meest voorkomende model van Lamy; want ja: de piot is een Potterhead.
Elke pen heeft een eigen persoonlijkheid, ligt op een specifieke manier in de hand en glijdt met enige eigenzinnigheid over het papier. Uiteindelijk maakt het niks uit welk exemplaar de piot bezigt, want het is de daad van het schrijven die tot vervoering leidt, mocht de sukkelaar ervaren. Dat en het feit dat met een pen zijn handschrift hoe dan ook zoveel frivoler, zwieriger en vooral leesbaarder is, dan wanneer hij een “kogelschrijver” of ballpoint ter hand neemt.
Toveren met inkt, durft de piot het penschrijven lyrisch noemen. Want de echte magie zit hem niet zozeer in het sierlijk ontluiken van een tot dan toe onbestaand verhaal. Het toveren schuilt in de actie op zich, die – letter na letter, woord na woord – grote bevrediging brengt.
Schrijven met inkt is bedwelmend.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.