Doelloos

Laatst onderging de piot een theaterstuk.

Voor dat beperkt aantal die hard aficionado’s is het al langer geen geheim. De piot zit opnieuw op de schoolbanken. Na jarenlang prutsen in de marge vond hij het nodig om eens te horen hoe het eigenlijk moet en liet hij zich verleiden tot een schrijfklas aan het Stedelijk Conservatorium. Nu mag hij prutsen onder begeleiding van een professional.

Als extraatje krijgen de brave leerlingen (dat zijn ze allemaal) de kans om te genieten van een selectie literaire events. Ditmaal staat een theatervoorstelling op het programma. Voor het eerst sinds behoorlijk lang zit de piot in een verduisterde zaal voor een “echt” theaterstuk, dus geen comedy, cinema of enig ander toneel.

Het is een stormachtige avond wanneer de troepen verzamelen blazen aan de ingang van het bij wijlen zoemende cultuurcentrum nabij de Grote Markt. In de toneelzaal staat een jonge en naar het schijn veelbelovende theatermaker op de planken. De piot ziet snel dat dit letterlijk genomen mag worden, want het scheeflopend podium is bijeen getimmerd uit kratten en paletten, met daarop en -tussen industriële straatverlichting, en links een drumstel en rechts een klavier.

Volgens de zorgzame schrijflerares is de theatermaker een bejubeld, begenadigd en bevlogen verhalenverteller. Daar is geen woord van gelogen. Na een eerder persoonlijk verhaal volgt het ene na het andere portretje of stilleven, onverminderd met een fijn penseel uitgetekend. Tijdens elke entreacte en ook vaak tijdens de vertelling, roert de slagwerker zijn vellen, cimbalen en voorwaar een sampler. Tussendoor betokkelt de hoofdvertolker ook de toetsen van de syntheziser.

Ongeveer halfweg de voorstelling dreigt de focus van de piot af te drijven naar een aantal storende details. Net als in zoveel andere shows, zowel op de bühne als op de kijkbuis, zweeft naast de mond van de verteller zo’n typerend oranje bolletje dat zijn woorden moet capteren. Helaas is de volumeversterking van zijn stem nogal verwaarloosbaar, wat maakt dat af en toe (in de oren van de piot) de drumslagen en zelfs het krakende podium de declamatie verpletteren. Het komt het luisterplezier en de schoonheid van de voorstelling niet ten goede.

Naarmate volgens de interne klok van de piot het einde van de voorstelling nadert, verliest hij ook het overzicht van de vertelling. De overigens aantrekkelijke verhalen zijn stuk voor stuk eerder rafelige draden, de ene al roder dan de andere. Het is hem niet duidelijk waarheen de trein dendert.

Dat betert niet wanneer de verteller in de laatste akte een tipje van de sluier oplicht over de totstandkoming van het theaterstuk. Hij verklapt hoe zijn mede-producenten bij hem peilden naar welk inzicht hem dreef om het stuk te schrijven, en hoe hij hen een steekhoudend antwoord schuldig moest blijven.

De piot kan zich daar iets bij voorstellen, want met de beste wil van de wereld vindt ook hij in de warboel geen leitmotiv, behalve dan dat elk leven anders is, dat elke persoon zijn verhaal heeft, en dat gevoel en realiteit belangrijke troeven zijn. Maar met dergelijke algemeen aanvaarde waarheden springt een verhaal nooit ergens bovenuit, zelfs niet in telenovela’s.

In de foyer koopt de piot een boekje met de theatertekst om het allemaal ooit eens na te lezen, in de hoop zijn verwarring over het stuk te beteugelen. Hij vreest ervoor.


Ontdek meer van Rik Wintein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.