Laatst mijmerde de piot over woorden en vrijheid.
De piot schrijft niet alleen graag, hij is ook een lezer, zij het niet zo intens als hij zelf wenst. Ooit startte hij elke werkdag met het doornemen van de belangrijkste gazetten en het bladeren in de recent verschenen tijdschriften, week- en maandbladen en andere periodieken dooreen. Vandaag heeft de sukkelaar niet eens een kranten-abonnement. Het waarom hiervan is een ander verhaal en doet hier niet ter zake.
De piot zoekt en vindt zijn lectuur vooral op geverifieerde, gewaardeerde en geloofwaardige nieuwssites op het internet. Soms zoekt hij ook in de stedelijke bibliotheek zijn leesgerief, want vaak biedt papier meer houvast. En natuurlijk zijn er de vele hints en suggesties die zoekers als hemzelf op het infame smoelenboek droppen. De sukkelaar is het niet altijd eens met wat zijn cyberkennissen te grabbel gooien, maar dat is niet erg. Dat mag en dat is geen schande. Hij ziet die divergenties als een soort intellectuele diversiteit, een voedingsbodem voor potentieel interessante inzichten. Soms mislukt die benadering, maar ook dat is niet erg.
Zo gebeurt het dat één van zijn goeroes andermaal een gevoelige snaar beroert – ditmaal redelijk toonvast en zuiver, wat niet altijd het geval is. Onderwerp is diens vaak provocatieve woordkeuze.
“Ik denk dat mensen met het downsyndroom wel wat anders aan hun hoofd hebben dan mijn taalgebruik, maar daarenboven moet het nu stilaan maar eens gedaan zijn met anderen te vertellen welke woorden ze wel of niet mogen gebruiken. In Van Dale is de tweede betekenis van ‘mongool‘ nog altijd ‘iemand die zich gek gedraagt‘, en ik ben schrijver, ik hou van woordenboeken, dus hou nu maar op met al die praatjes. Niemand wordt daar beter van, mongolen noch niet-mongolen, en intussen racen de speedpedelecs ongestoord en ongemoeid voort.“
Dat zet de piot aan het denken. Mits enige terughoudendheid kan hij dit inzicht enigszins onderschrijven.
Niet het woord, maar de daad is belangrijk, vindt hij. De pen is een zwaard en woorden zijn als kogels. En toch is niet het woord zelf belangrijk, maar wel hoe, waarom en wanneer het uit over de lippen rolt of uit een pen vloeit. Laat ons niet blindstaren op de projectielen en voldoende aandacht richten op de schietgeweren en kanonslopen.
Dat van die speedpedelecs is eigenlijk een ander verhaal, maar ergens ook niet. Want dat soort verfoeielijk pestgedrag kadert binnen dezelfde mentaliteit.
Het woord is vrij, altijd, zolang dat het gedachten brouwen, destilleren en uiten vrij is van haat en afgunst.

Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.