Laatste proefde de piot met vertraging hatelijke haat.
Af en toe gebeurt het wel, dat de piot een lastige lading bagger over zich heen krijgt. De trigger is meestal iets wat de sukkelaar zegt of schrijft. Nooit is de aanleiding iets wat hij doet, tenzij hij erover praat. Ook nu weer is een redelijk terloopse opmerking over het al dan niet opruimen van eigen zwerfvuil het startschot voor een verontrustende kijfstorm. Een groep mensen voelt zich schijnbaar persoonlijk aangesproken door de woorden van de piot. In amper vijf ademteugen ontaarden zij tot grofgebekt crapuul.
Wat de piot nog het meest verontrust is niet zozeer de overweging of zijn commentaar al dan niet terecht is (hij denkt nog steeds van wél, al houdt dàt hem nu minder bezig). Uiteindelijk is hij vooral geschrokken van het gemak waarmee zijn “gesprekspartners” schier onmiddellijk in een verbale razernij ontvlammen, zonder in te gaan op de feiten zelf, zonder zichzelf in vraag te stellen. Blijkbaar doet de waarheid of de realiteit er voor hen niet echt toe. Enkel hoe zij de situatie inschatten staat voorop. Daarnaast behoren (uit-)praten en bespreken niet tot hun vaardigheden. Integendeel: zonder omzien geven zij ondubbelzinnig de voorkeur aan zo luid, zo lelijk en zo vuil mogelijk krijsen.
Ergens in het midden van de scheldtirade spuwt de grootste schreeuwer richting de piot: “Gij zijt zeker niet van hier?“. Aanvankelijk gaat die onterechte assumptie verloren in zijn stroom gore verwijten. Pas later snapt de piot dat de kerel niet in vraag stelt of hij al dan niet in de wijk rond het katholiek lyceum van zijn kinderen woont, wat op zich ook al een raar argument is in een discussie over sluikstorten. Hoogstwaarschijnlijk wil het hekelend heerschap enkel smalend suggereren dat de piot een migrant is, allicht een kwalificatie met een criminele bijklank in de leefwereld van gore gozer. Mocht hij ertoe komen was diens volgende uitspraak dan waarschijnlijk geweest: “Ga terug naar waar je vandaan komt.“
Tot zijn horror beseft de piot dat deze compleet onvervalste xenofobe kreet bewijst dat die verwerpelijke toestanden zoals in het U.S.A van would-be dictator Trump, zijn Proud Boys en andere smerige sujetten, ook in deze contreien niet veraf zijn. Dat de piot in een aangrenzende kuststadje het levenslicht zag, in de omliggende polders opgroeide en de lokale taal beschaafder dan die kerel spreekt, is allemaal van geen tel voor die man. Omdat de piot hem durft aan te spreken op zijn gedrag en zijn mentaliteit is dat voor dat postuur voldoende om de sukkelaar te brandmerken als ongewenst figuur in zijn universum. En ziet de snoodaard diezelfde piot als iemand die hij met alle middelen wil bestrijden.
“Dit is niet mijn land. Dit is niet mijn samenleving,” houdt de piot zichzelf voor. De sukkelaar begint te vrezen dat hij stilaan een vreemde wordt in zijn eigen vaderland, omdat de patriot in hem pertinent weigert mee te surfen op zo’n discriminerend discours. Dergelijke mentaliteit vindt hij gewoonweg weerzinwekkend. Net als New-York en Los Angeles, net als Londen en Parijs, net als zowat elke metropool die naam waardig, danken ook onze contreien hun culturele en economische hoogvlucht aan de bijdragen van zogenaamde migranten. Vluchtelingen zijn geen dreiging of probleem, ze zijn een opportuniteit, een wissel op een betere toekomst, mits de hand aan de knoppen bezield is met het nodige verstand en lange termijnvisie.
Hoe langer de piot nadenkt over de opinies van sommige medeburgers, hoe meer de sukkelaar zich in dit land “ontheemd” begint te voelen.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.