Laatst schreeft de piot nog maar eens een stukje in opdracht.
Zoals de meesten wel weten volgt de piot een schrijfcursus bij de befaamde auteur Marieke De Maré. Haar opdrachten zijn voor de sukkelaar telkens weer een confrontatie met hoe gebrekkig zijn eigen pen is. Sommige sessies zijn heerlijk spelen met woorden en zinnen, andere zijn heel strikt.
De instructie is zeer duidelijk: ‘We werken dit keer 3 weken aan een tekst. Waarover gaat de tekst: over een ontmoeting met iemand. (mag fictie zijn, een ontmoeting is niet hetzelfde als een kortverhaal waarbij de nadruk ligt op ‘een verhaal’), bij een ontmoeting raak je iets aan, geef je een gedachte weer, kan je bv. adhv een vrouw op een bank denken aan je kindertijd, perspectief zelf te kiezen, maar ik-persoon werkt heel goed voor korte teksten, denk ook aan de tijd waarin je schrijft (tegenwoordige tijd iets gemakkelijker, actiever voor korte tekst). Je schrijft de tekst op maximum 4 A5’jes, lettergrootte 12 punt.‘
De piot is in zijn nopjes. Een korte schets, beknopt en intens, en dan 3 weken lang eraan sleutelen: dat is voor hem het Walhalla. Hij gaat onmiddellijk naar aan de slag. Thuis gaat hij ermee verder. Hij schrijft, herschrijft, schrapt en herwerkt. Tegen alle afspraken in schrijft hij twee teksten – op dat gebied heeft hij wel vaker ‘te veel’ inspiratie. Uiteindelijk moet de sukkelaar van de strenge lesgeefster ééntje kiezen en het ander laten vallen. De piot kiest voor een ontmoeting voor het uitstalraam van een ouderwets winkeltje (daarover later meer). Het andere tekstje verwijdert hij uit de gemeenschappelijke drive.
Gelukkig voor de mensheid (grapje!) heeft hij het bewaard en kan je het hieronder lezen.
‘Kijk,’ roept Els, ‘een Jan Van Gent!’
Ik zie een meeuwachtige vogel statig voorbij zweven. Eventjes ben ik in de verleiding om te antwoorden: ‘Is dat zo?’, maar hou het toch maar op een veilige ‘Ja! Mooi!’
‘Is dit niet zalig,’ schreeuwt mijn wandel-gezellin tegen de stevige bries in. ‘Die heerlijke wind. Die zalige zon. Die schurende zandkorrels. Dat is toch zoveel beter dan een facial in een of ander wellness-center.’
Wie heeft hier deze strandwandeling nodig, denk ik, terwijl ik geniet van haar kinderlijk gehuppel. Mijn hand voor het gezicht tegen het stuifzand kan niet verhinderen dat de strakke noordwester de tranen uit mijn ogen blaast.
In de verte aan de vloedlijn houdt een man met hond halt. De bruin-beige Border Collie gaat netjes zitten. Zijn baasje kijkt om zich heen en bukt zich. Een zucht later voelt de hond zich bevrijd van de leiband en gaat rondjes trekken door het mulle zand. Zijn enthousiasme gooit pluimen in het rond. Zonder zichtbare aanleiding draait het beest plotseling pirouettes.
Els heeft het ook gezien: ‘Haha. Mister Pickles jaagt zijn eigen staart achterna!’ Ze lacht klaterend en op haar beurt dartelt zij in het rond. Met haar fel blauwe regenjas, haar vurig oranje, zelfgebreide muts en haar bont gestreepte lange sjaal lijkt ze met een beetje goeie wil op een verdwaalde ijsvogel.
Even plots als hij begon, stopt de Border Collie met de intense draaibewegingen. Even later huppelt hij dartel naast het baasje die verder de waterlijn afstapt.
‘Kijk eens hoe gelukkig die is,’ kirt Els. Op en neer zwaaiend met haar armen blijft zij in cirkels om me heen dansen, ‘Kijk eens hoe graag die hond z’n baasje ziet. Soms wil ik er ook wel zo eentje.’
Zachtjes maak ik wat cartooneske grom- en blafgeluidjes. Els houdt bruusk halt en kijkt me aan. Haar ogen lachen en wenen en vragen. Ik haal mijn schouders op en spreid langzaam mijn armen.

Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.