Laatst nam de piot zijn klassentaak mee naar huis.
Zoals de meesten wel weten volgt de piot een schrijfcursus bij de befaamde auteur Marieke De Maré. Haar opdrachten zijn voor de sukkelaar telkens weer een confrontatie met hoe gebrekkig zijn eigen pen is. Sommige sessies zijn heerlijk spelen met woorden en zinnen, andere zijn heel strikt.
Ditmaal leest de schrijfjuf voor uit een recent verschenen dichtbundel, waarna een opdracht volgt: ‘Schrijf nu een gedicht.‘ Onmogelijk, denkt de piot aanvankelijk. Op commando een gedicht neerpennen vindt de sukkelaar nog lastiger dat eender welke schrijfoefening. Hij denkt even na en komt dat met een gemakkelijkheidsoplossing. Wat als hij het kraantje in zijn hoofd opendraait en schrijft over wat hem dezer dagen bezighoudt? Wat als hij de stormen in zijn hoofd opbiecht? Wat als hij schrijft over ‘Prutsen‘, zijn codewoord voor het schrijven an sich. En zo geschiedt.
Op het einde van de les mag elke leerling het resultaat van zijn noeste arbeid voorlezen. Blijkbaar is de piot niet de enige die het kraantje in zijn hoofd heeft opengedraaid. Toch is de juf niet helemaal tevreden: ‘Dit is de zoveelste keer in korte tijd dat je het hebt over prutsen. Maar gij zijt geen putser.‘
Na de les slijpt de prutsende piot het gedicht nog wat bij. Totdat hij min of meer tevreden is. Ergens beseft hij wel dat hij later misschien opnieuw wat woorden zal bijspijkeren.
Prutsen (4.2)
stormen in mijn hoofd
blazen
zeilen bol van woorden
steeds weer stoten en porren forse scheuten in m’n rug,
stuwen mijn pen in geuten tot aan de straathoek
en terug naar verder
wat volgt?
hera en hades vervagen,
vermalen tot
broodkruimel-sporen speuren
en ook boeien uitgooien
terwijl wisselvallige uren vervellen tot etmalen
en ruwe golven ontrafelen tot een rustige rimpeling
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.