Laatst loste een knipoog alles op.
In zijn favoriet grootwarenhuis probeert de piot de inhoud van zijn boodschappenwagentje in lijn te brengen met het digitale lijstje op zijn smartpheun. In de koelkamer is tussen de prei en de tomaten een dame danig in de weer. Haar winkelkar blokkeert nonchalant twee gangpaden. Zij concentreert zich op de kratjes witloof in bulk, de groente in promotie die toevallig ook prijkt op het boodschappenlijstje van de piot.
Heel langzaam haalt de dame een stronkje uit een van de balkjes, bekijkt het aan alle kanten en legt het terug in een ander bakje. Het ritueel lijkt zich te herhalen, maar toch niet helemaal. Opnieuw neemt ze een stronkje en vervolgens bekijkt zij het aan alle kanten. Plotseling begint ze de buitenste blaadjes zorgvuldig te verwijderen en gooit die achteloos in een van de kratjes. Het gelezen stronkje stopt ze in een herbruikbaar zakje voor groenten, een ideetje waarmee ook dit grootwarenhuis inzet op duurzaamheid. De hele procedure herhaalt zich een paar keer. Wanneer ze aanstalten maakt haar weg te vervolgen, ligt in haar boodschappenwagentje tussen de tomaten en de voorgesneden kaas een netje met zes verdacht slanke stronkjes witloof. Uit een van de gestapelde kistjes puilt een stapeltje zorgvuldig afgebroken witloofblaadjes.
De dame ontsnapt niet aan de doordringende en vragende blik van de piot. Haar ogen proberen tevergeefs de frons van zijn voorhoofd weg te branden. De sukkelaar zegt geen woord en kijkt achtereenvolgens naar de vier bij vier gestapelde kistjes met witloof, naar haar winkelkarretje en naar haar. Tot zijn grote vreugde wordt de dame een beetje zenuwachtig. Ze leunt voorwaarts en zegt: ‘Wat?‘
‘Wat?’ echoot de piot. Hij is niet van plan te wijken voor de dame.
‘Wat scheelt er?’ Haar stem klinkt verwijtend hard, ‘Is er iets dat je niet aanstaat, misschien? Wat is je een probleem?’
De piot aanvaardt de uitnodiging: ‘Vindt u dat normaal?’
‘Wat?’ Ditmaal klinkt haar stem iets luider, iets agressiever ook.
‘Wat?’ wijst de piot op het netje witloof in haar winkelkarretje. ‘Dat! Vindt u dat normaal? Zomaar uw groenten kuisen, uw witloof lezen in de koelafdeling? En dan zonder schaamte het afval dumpen in de kratjes waar je ze uithaalde? Vindt u dat wérkelijk normaal?’
De dame negeert de vragen van de sukkelaar. Met wapperende handen probeert ze een vrije doorgang te forceren, maar de piot gunt haar die vrijgeleide niet. Zijn winkelkar staat pal.
‘Dat vindt u dus normaal,’ houdt de sukkelaar vol. Ondertussen staan ze niet meer alleen. Er is zelfs een winkelmedewerker bij komen staan. ‘Doet u dat ook bij het fruit en de aardbeien? De steeltjes en de blaadjes wegplukken?’
Woedend kijkt de dame de piot aan en haar antwoord knalt door de koelruimte: ‘Ja! Dat doe ik!’
De piot voelt een hand op zijn onderarm. Het is de winkelbediende: ‘Het is in orde. We gaan hier niet moeilijk over doen.’ Hij spreekt de woorden met rustige waardigheid. Na een tel zet de piot een stap opzij en maakt een lichte buiging. Met de neus naar de hemel gericht, schuifelt de dame voorbij en verdwijnt haastig door het strokengordijn.
‘Het is niet erg,’ gaat de winkelbediende verder, ‘We regelen dit wel. Ik breng mijn collega’s op de hoogte.’
De digitale lijst op zijn smartphone roept en de piot zet zijn koopronde verder. Wanneer hij met zijn naar wens gevulde boodschappenwagentje aan de kassa komt, ziet de sukkelaar de dame in kwestie verwikkeld in een heftige discussie met een kassière. Ze schreeuwt het bijna uit: ‘Onnozelaar. Die prijs klopt niet! Dàt witloof staat in promotie!’ De kassamedewerker blijft kalm: ‘Zoals ik zei mevrouw. Aan de stronken te zien is dit eerste klasse witloof. En die is duurder.’
Een discrete kuch trekt de aandacht van de piot. De winkelbediende uit de koelkamer stapt langs hem. En hij knipoogt.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.