Laatst marcheerde de piot voorbij een keerpunt.
Aficionado’s weten het en kennissen kunnen het bevestigen: de piot evolueert momenteel tussen de voorlaatste en de laatste mijlpaal. Dat klinkt dramatischer dan dat het in werkelijk is, hoewel. Die leeftijd gerelateerde realiteit verhindert de sukkelaar niet om zogenaamd “er te blijven voor gaan“. Met steeds hervonden energie blijft hij in beweging. Ook al moet dat “bewegen” en “gaan” af en toe met een korreltje zout genomen worden. Het fietsen is niet meer wat het ooit was. Ook het joggen eist zijn tol. Na elke renpartij moet de piot minstens 48 uur rusten of hij eindigt in de spreekwoordelijke lappenmand. In tegenstelling tot vele jaren geleden sijpelt zelfs de meest onnozele spiercontractie slechts tergend langzaam uit zijn geteisterd lijf. Alsof dat alles niet volstaat, valt het de voorbije weken steeds vaker voor dat simpel stappen bij momenten ontaardt in een ware calvarietocht.
De vele smarten die de piot ondervindt bij het marcheren, is ook Mijn Groote Liefde niet ontgaan. Wanneer tijdens een boswandeling in het gezelschap van Magnifieke Marcel de sukkelaar vergeven door de pijn in zijn rechterdij regelmatig een rust- en zitpauze moet inlassen, grijpt zij in, zoals dat van een opperbevelhebber verwacht wordt. De volgende morgen vindt hij naast zijn kommetje muesli met magere yoghurt een ondubbelzinnig marsbevel: “Ga naar de dokter!“
De lijf/leif-arts van de piot is er even niet, dus wendt de sukkelaar zich tot een confrater van dezelfde huisartsenpraktijk. De medica kan enkel bevestigen wat de piot reeds vermoedt en vreest: zijn coxartrose speelt weer op, zij het heftiger dan ooit tevoren. Bovendien zijn de adductoren van zijn rechter dij ontstoken, wat verklaart waarom de sukkelaar de indruk heeft dat zijn rechter bovenbeen in een kramp verstijft. Het is een mededeling die thuishoort in de categorie “brute pech met vervelende shit tot gevolg“. Helaas krijgt de diagnose nog een extra, akelig laagje. De dokteres kijkt de piot streng aan en drukt hem op het hart dat hij het ibuprofen-gebruik moet beperken. Hoezeer dat spul de pijn ook tempert, het is uitermate nefast voor de maag. Tot slot verzekert zij hem dat het nooit meer beter wordt en begint zij de mogelijke therapieën uit de doeken te doen.
Zodra de woorden “infiltraties”, “cortisonen” en “gel-injecties” vallen, gaat de piot op de rem staan. Op de meest vriendelijke manier legt hij uit dat hij die zaken liever met zijn eigen, vertrouwde huisarts bespreekt. De gelegenheids-medica begrijpt dat.
Aan dat alles moet de piot denken wanneer hij ’s anderendaags de bus neemt. Na het valideren van zijn seniorenpas, merkt hij dat alle zitplaatsen reeds bezet zijn. Moedeloos hinkt hij naar het midden van het voertuig. Een rit bungelend aan een steunstang zal zijn heuppijn niet ten goede komen, beseft hij. Plots staat een dame recht en biedt de piot haar zitje aan. Schoorvoetend neemt de sukkelaar de vriendelijke uitnodiging aan. Eenmaal gezeten dringt de bittere waarheid tot hem door: zijn grijze haren en zijn weerspannig been zijn voor hoffelijke personen het signaal om hun zitplaats af te staan. Dat de dame duidelijk vele jaren ouder is dat de piot, maakt het voor hem extra pijnlijk.
Het is een keerpunt waarvan de piot niet meteen vrolijk wordt. Enig uitstel was mooi geweest.
Ontdek meer van Rik Wintein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.