Motorstory

Hoe begin je aan het beschrijven van iets dat nauwelijks te beschrijven is. Je bent nog altijd overtuigd dat het niet te vatten is in klanken, woorden en zinnen.

Hoe doe je dat? Wat kan je doen?

Schrijven. Dat is zowat het enige wat ik kan bedenken. Pennen en kriebelen. Gedachten op papier laten vloeien. Ideeën en impressies druppelen totdat de grillige vormen op het canvas zin krijgen.

Als het daarmee niet lukt, heb ik tenminste de vuurstormen in mijn hoofd wat geblust.


In den beginne

Nog tijdens die heerlijk zomer van 1981 komt het snel ter sprake: mijn Prille Groote Liefde is bang van motoren. Nog voor die spannende augustusmaand voorbij is, ken ik ook de oorzaak dit jeugdtrauma: het vreselijk motorongeval van haar oom.

De jongste nonkel is bijna een leeftijdsgenoot. Als opkomende tiener kijkt mijn vrouw op naar die blitse kerel op een motorfiets. Toen ze hem na zijn ongeval opzoekt in het ziekenhuis, krijgt ze de schok van haar leven. Ze verwacht zich aan een jonge man die lacherig doet over de witte windels aan armen en benen. In de plaats krijgt ze een menselijk wrak te zien. “Het was precies een oude man”, herinnert ze zich de horror-scène. Het beeld van de hippe oom is weg. In de plaats komt een schier pathologische schrik voor ronkende tweewielers in het algemeen en grommende motorfietsen in het bijzonder.

Als jonge twintiger heb ik een frisse kijk op motorrijden. Snelheidsmotoren spreken me niet aan, maar de vrijheid van het cruisen door berg en dal lijkt me wel wat. “Easyrider” is een superfilm! In mijn dromen is motorrijden een “feel good bezigheid”. Net als muziek maken. Maar bedwelmd door de goddelijke ogen van mijn Groote Liefde berg ik mijn droom op, niet alleen tijdens de zomer van 1981, maar ook in de vele seizoenen die erop volgen. Het idee ligt buiten mijn gezichtsveld vergetelheid te vergaren. Let wel: spijt van die beslissing heb ik niet. Ik denk er gewoon niet meer aan.

Jaren komen aangewaaid en zeilen voorbij. Mijn schrijverspen ruil ik in voor de managersstoel. De moeder van mijn kinderen neemt afscheid van een uitzichtloze baan bij de lokale overheid en vindt opnieuw arbeidsvreugde in een verzekeringskantoor.

Mijn vijftigste verjaardag nadert. Ik weet voor mezelf het perfecte geschenk: mijn Groote Liefde zal haar vliegangst overwinnen en mij vergezellen voor een veertiendaagse USA-reis: invliegen op Atlanta, daarna naar L.A., Grand Canyon, Las Vegas, San Francisco en tot slot een weekendje New York.

Tegen de tijd dat de Big Apple ons verwelkomt heeft mijn vrouw haar vliegangst overwonnen en heeft de automatische versnellingsbak voor haar geen geheimen meer. Achteraf bekeken is er ergens tussen L.A. en S.F. nog iets veranderd. Op Route 66 kruisen meerdere groepen motards ons pad (9 op 10 was Harley, de rest BMW, Japs en nog wat ongeregeld). Bij geen enkele gelegenheid zoekt zij gillend “veiliger” oorden op. Dit opmerkelijk feit gaat geruisloos voorbij, en is ook niks in vergelijking met wat een paar jaar later volgt.

Als medewerkster van een verzekeringskantoor komt mijn Groote Liefde al eens bij de mensen thuis. En daar zit van alle slag tussen. Vaak trakteert zij mij tijdens het avondmaal op een uitgebreid doch naamloos verslag van haar meest interessante ervaringen. Zo ook die avond.

“Ik heb vandaag iets heel moois gezien”, begint zij aarzelend haar verhaal, net alsof ze zich schuldig moest voelen over wat ze wil vertellen.

Ze vertelt dat ze die dag bij iemand aan huis kwam, in wiens garage “een paar vintage” Harley Davidsons staan. Ik spits de oren.

De blinkende Harleys op een rijtje hebben indruk op haar gemaakt, en dat heeft ze de klant ook verteld. “Toen hij hoorde dat ik eigenlijk bang ben van motoren, zei hij dat dit nergens voor nodig was,” vervolgt ze met een lichte huivering in haar stem, “Hij vindt dat ik dat toch eens moet proberen. Hij wil me wel eens komen halen voor een ritje.”

Ik knipper met de ogen mijn ongeloof weg en antwoord: “Dan moet je dat misschien maar eens doen”, maar dat vindt zij geen goed idee. Zegt ze.

Een paar dagen later heeft mijn Groote Liefde een Plechtige Mededeling: “Ik ga het doen. Ik heb X. gebeld en hij komt me volgende week op een avond oppikken voor een tochtje”.

Naarmate de afspraak nadert krijgen haar stem een paar zenuwachtige trekjes en sluipt er wat paniek in haar gedrag, maar dat valt al bij al nog goed mee.

En dan breekt het uur HD aan.

Een prachtige UltraGlide houdt halt voor het huis. Mijn Groote Liefde Met Een Kleyn Hartje krijgt een helm, een veiligheidvest en lederen handschoenen toegestopt. Dan volgt de eerste les: “Hoe stapt een co-rijder op de motor”. Duidelijk met knikkende knieën hijst mijn vrouw zich in het duo-zadel van de sputterende motor. De Ervaren Gids kijkt eventjes controlerend achterom, draait vervolgens het gashendel op en scheurt door de bocht op het einde van de straat uit het zicht. Ik kan de angst in de ogen van mijn vrouw levendig voorstellen.

De komende uren doe ik weinig zinvols, behalve wat tv-kijken zonder veel te zien en bij elke brommend geluid uit de zetel opwippen en naar het raam lopen. Voortdurend heb ik visioenen van een doodangsten uitschreeuwende co-pilot met halverweg als toetje een paniekaanval op een bedje van hysterisch krijsen.

En dan is het gedonder onmiskenbaar: ze zijn terug. Vol gemengde gevoelens trek ik een spurtje naar de oprit en ben net op tijd om te zien hoe mijn Groote Liefde met een vlotte beenzwaai van de duozit stapt.

Ze draait zich om en nog voor zij haar helm uit heeft, roept zij mij toe: “Wenting! We gaan een motor kopen. Een Harley.”

Twee dagen later sta ik bij de dealer naar – wat achteraf bleek – de minder prijzige tweedehands Sportsers te kijken. Meteen ben ik op de feiten gedrukt: ik ken er niks van. Ik kan nog geen Harley van een Honda onderscheiden, laat staan een Sportster van een Dyna. Sommige van mijn nieuwsgierige vragen moeten bij de verkoper zo niet onnozel, dan toch grenzeloos lachwekkend overkomen. Maar hij weet gelukkig zijn serieux te houden. Ondertussen geef ik mijn ogen en oren de kost.

Twee weekends later sta ik opnieuw in de Showroom, ditmaal in gezelschap van mijn Groote Liefde. Na met wisselend succes een paar tweedehands modellen te hebben gekeurd, neemt ze plaats op een duistere Iron 883. “Dit is ‘em. Deze zit goed.” Ongeveer een half uur later zetten we onze handtekening op een aankoopbon. De matzwarte brommer is van ons. Of beter: is van mijn Groote Liefde, want we registreren hem op Haar Naam. De deur naar een nieuwe wereld staat op een kier.

De eerste weken verlopen nogal hectisch. We boeken beiden een rijles om de essenties van het motorrijden aan te scherpen en een zekere behendigheid aan te leren. Het is tenslotte geleden van onze snorfietsen dat we nog gemotoriseerde tweewielers onder ons hadden. Daarna gaan we elk om beurt op de Harley genieten van de Vlaamse polders. ‘s Avonds aan tafel delen we ervaringen uit, en bespreken de leuke weggetjes en plaatsjes die zich keer op keer openbaren.

Vele weken gaan voorbij. Op een zomeravond komt mijn Groote Liefde met de helm onder de arm de keuken binnengestapt. Er scheelt duidelijk iets, want de traditionele kamerbrede gelukzalige glimlach na een “toertje met de Harley” ontbreekt.

“Wenting”, steekt ze van wal, “Zou je ook geen motor kopen? Die Iron is allemaal goed en wel, maar alleen rondrijden is alleen rondrijden. Ik zou liever met z’n tweetjes erop uit trekken”.

Twee dagen later sta ik bij de dealer…

(to be continued)