Draaikolkdenken

Laatst liep de piot bijna verloren in een intense gedachtengang.

Het begint met een andermaal schitterende overpeinzing van Marnix Peeters – voor de piot een goeroe en inspirator van het eerste uur, ook al lopen hun meningen en standpunten soms uit elkaar. Maar dat mag. Dat moet. Want zoiets houdt het denken fris. Dit keer ligt het een beetje anders: van de eerste letter tot de laatste regel kan de piot enkel onderschrijven wat de heer Peeters dat weekend vanuit zijn schrijvershol in de Oostkantons de wereld in jaagt. Nog maar eens schetst hij met een fijne bruutheid waar het op staat.

De aanleiding van zijn epistel op zaterdag is een journalistenvraag over het nuttigen van alcohol en het weifelen van de politici over het eventueel bijsturen van de wetgeving daarover, maar gaat al heel snel over de drang om alles in de maatschappij te regulieren.

Dat levert fijne leesvoer en gestileerde gedachten op zoals: “Het is triest dat mensen aan zichzelf gaan twijfelen omdat ze bang gemaakt worden door de doodseskaders van het gedeug. Het leven dient om opgeleefd te worden, niet om elke dag van achter de gordijnen naar te zitten loeren, angstig dat het zou aanbellen.

En ook: “De Vlaming drinkt zoals hij leeft: opgejaagd, benauwd, driftig. Zo rijdt hij met de auto, zo jaagt hij naar de padelclub, zo discussieert hij op Twitter, zo scheurt hij naar z’n shortski en zo drinkt hij zijn alcohol. De alcohol is niet het probleem, het is een symptoom. Je kunt perfect op een gezonde manier drinken, maar dan moet je eerst stoppen met kwaad zijn.

Met als uitsmijter een boodschap voor pilaarbijters en voor oeverloze hedonisten allen gelijk: “Het leven is meer dan een ophoping van maanden en jaren. Het is een tasten naar rust en geluk, en uw gezucht daarbij maakt ons kregelig.”

Tijdens de obligate ochtendwandeling met Magnifieke Marcel blijven de wijsheden uit Burg-Reuland rondtollen in het hoofd van de piot.

Plots roept een paal het gemijmer van de piot bruusk een halt toe. Het neergetrokken bord dient lange afstandswandelaars richting te geven. De gemolesteerde richtingsaanwijzer is geen accident. Het is een symptoom van de zwaar belegerde gezondheid van het Foreest Felthem, weet de piot.

Het zwerfvuil woekert er als een kanker, en toch is dat nog het minste van de problemen. Een wandeling met een vuilniszak in de hand kan tijdelijk wat beterschap brengen. Het helpt en brengt ook rust in het hoofd van de piot.

Veel erger is een toenemende vernielzucht dat het bos in zijn greep heeft. Criminelen – een beter woord kan de piot niet meteen bedenken – halen als was los en half vast zit neer. Verkeersborden belanden in de gracht, naast de restanten van een neergetrapte muur. Instructiepalen van het fitness-circuit verdwijnen. Perken met pas aangeplante jonge bomen zijn verstoort, zo de scheuten nog niet uitgetrokken zijn. Bij elke wandeling vraagt de piot zich niet langer af óf er iets is gemolesteerd; wel wààr er iets is gesloopt.

Wie is boos op het bos? Wat maakt iemand zo nijdig dat hij of zij, alleen of onder de mantel van een veilige groep, zijn woede koelt op iets dat hem niet onrechtstreeks toekomt? En vooral: niets misdaan heeft. Waar komt die kwaadheid vandaan?

De piot kijkt om zich heen en ziet dat ook nu weer een paar jonge bomen de herfst niet halen, afgeknakt onder moordende handen. Terwijl Magnifieke Marcel druk snuffelend een geschikt plekje zoekt, landen de gedachten van de piot opnieuw bij de constateringen van Herr Marnix.

Eigenlijk komt het allemaal in essentie altijd op hetzelfde neer, bedenkt hij. Een vrije maatschappij met vrije mensen functioneert enkel als elkeen beseft en aanvaardt dat zijn eigen vrijheid maar zover reikt, totdat het de integriteit van anderen in gevaar dreigt te brengen. Dat is de ultieme grens. Iedereen is vrij om als een varken door het leven te strompelen, zich elke avond lazarus te zuipen en zich bij herhaling vol te proppen met cholesterolrijke junk. Net zoals de hedendaagse zweverige zeloten het recht hebben zich te verliezen in pseudo-wetenschap en schimmige samenzweringstheorieën terwijl ze profijtig knabbelen aan iets dat voor voedsel moet doorgaan. Voor de piot mogen ze het allemaal doen, zolang ze het bestaan van den medemensch, als individu én als groepslid, niet in gevaar brengen.

En het respecteren van gemeenschappelijk goed (zoals bijvoorbeeld een wandel- en speelbos) is daarbij een goed begin. Helaas vereist dit een overstijgen van het eigen ego, iets waar menigeen schijnbaar niet langer een boodschap aan heeft. Het perspectief van dat soort mensen verengt zich tot hun eigen tuin, hun eigen straat, hun eigen regio. Overzicht verwerven en houden vinden zij lastig. Het begrip “algemeen globaal belang” klinkt in hun oren als een venerische ziekte. Ze praten teveel over “ik” en te weinig over “wij“. En zo zij “wij” zeggen, bedoelen ze eigenlijk “ik en de rest moet maar volgen“.

Steeds sneller herkauwt de piot in zijn hoofd alle bedenkingen. De pro’s en de contra’s van regelgeving en totale vrijheid, met centraal het belangconflict tussen samenleving en individu, versmelten tot een flitsende rondedans. De ideeën en inzichten jagen elkaar op en snijden als stiletto’s door zijn brein, tot een slordig gedraaide suikerspin, vaag en ijl, als de adem van een geest.

Magnifieke Marcel is klaar met wat hij elke ochtendwandeling produceert. Zuchtend diept de piot een composteerbaar zakje op en doet wat elke goedaardige burger doet: opruimen voor een ander. Tegen dat hij de oogst in de vuilnisbak mikt, is de wervelende storm in zijn hoofd gaan liggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.